Home

Schrijver Nicolien Mizee: ‘Nieuwe indrukken opdoen is vreselijk goed voor de hersenen en de levenslust’

Wat zijn dit voor vragen? Nicolien Mizee (59), schrijver van bejubelde bundels met faxen aan haar leermeester Ger Beukenkamp, staat in het theater met De ideale kerst. Mooi moment voor een paar klassieke feestdagendilemma’s: wel of geen boom?

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Achter je bureau of op het podium?

‘Ik kende de zangeressen van Wishful Singing al van hun mis met Herman Finkers, lang geleden. Ze hebben eerder theater gemaakt van de interviewserie van Fokke Obbema over de zin van het leven in jullie krant. Nu vroegen ze mij, en ik was te gevleid om nee te zeggen. Zij zingen liedjes, ik zing ook één nummer mee, en waar het verder op neerkomt is dat ik zo’n beetje mijn levensverhaal in negen fragmenten vertel, waarvan er drie of vier iets met Kerstmis te maken hebben.

‘Ik heb het wel iets onderschat, vooral het reizen, met mijn reisfobie. Ik zit het liefst gewoon te schrijven. Ik ben natuurlijk geen acteur. Ik vind het ongemakkelijk dat ik nu zomaar, zonder dat mij een vraag gesteld wordt, een verhaal begin te vertellen. En ik moet alles uit mijn hoofd doen, of in elk geval zonder de hele tijd op papier te kijken. Dus ja, ik lig er wel wakker van.’

Aanschuiven of gasten uitnodigen?

‘Tot mijn 40ste woonde ik alleen en schoof ik met kerst aan bij mensen. Sinds ik met Rob ben, is het anders. Ik heb eens een hele gans in de oven klaargemaakt, maar daar ga ik je nu niks over vertellen, want dat gebruik ik in de voorstelling.

‘Eén keer zijn we ontsnapt aan de hele boel en naar een hotel gegaan. Nou, dát was erg. Het was met een dansende kerstboom en een discodreun.

‘In een dorpje waar we doorheen reden zagen we een levende kerststal, ik meen met een kameel – ik geloof niet dat ze een os hadden kunnen krijgen. Er klonk een simpel bandje met kerstliedjes. En daar: mijn hart opende zich. Waarom? Geen idee. Het hart heeft zijn redenen hè, die kent de geest niet.

‘De conclusie die ik hieruit heb getrokken: ik wil voortaan altijd iets met kerstmuziek en met de kerk, anders vind ik het armoedig. Als kerst alleen nog maar eten is, ‘wie nodigen we uit?’ en ‘moet het vegetarisch of juist niet?’, dan is het plezier er voor mij af.’

Wel of geen boom?

‘Oh, absoluut wel. Maar ik doe niet aan levende bomen omzagen hoor. Ik ga in het bos mooie takken zoeken. Die bind ik bij elkaar, zet ik in een vaas en daar hang ik dingetjes in. Ik heb het één keer niet gedaan en toen vond ik dat toch vervelend.’

Een cadeau geven of in ontvangst nemen?

‘Ontvangen. Geven vind ik vreselijk moeilijk, ook omdat ik niet van winkelen hou. Ik moet nu een sinterklaascadeautje voor Rob uitzoeken – we kopen een cadeau voor elkaar en maken een gedicht.

‘In Utrecht kwam ik vorige week na een repetitie langs een mooie winkel met serviesgoed. Ken je de Moemins, die tekenfiguurtjes? Ik zag in de etalage prachtige Moeminbekers. Best duur, maar ja, ik vond ze zo leuk. Ik heb er één gekocht en daar was ik zo tevreden mee dat ik ’m thuis maar meteen aan Rob heb gegeven. Stom hè? Dus ik moet morgen toch weer de stad in.’

Deel 1 of 6 van je gebundelde faxen aan Ger Beukenkamp?

‘Het zesde deel, dat dit jaar is uitgegeven, vind ik zelf veel fijner. Ik zou achteraf veel meer geschrapt hebben in deel 1. Daarna ben ik strenger gaan redigeren.

‘In de periode waar deel 6 over gaat, 24 jaar geleden, is mijn debuutroman net verschenen. De 1001 angsten en onzekerheden die ik had, worden door de bundels heen minder, wat het uiteindelijk een hoopvol gebeuren maakt.

‘Daar gaat het ook over in de voorstelling. Ik heb me lang wanhopig gevoeld over mezelf, vanuit het idee niets te kunnen, niets te hebben, niets te weten, worstelend met depressies, geen idee hoe ik mezelf als schrijver van de grond moest krijgen. Dat je dan nog zo leuk terecht kan komen, dat is ongelooflijk, toch?’

Oud of nieuw? (1)

‘Het was een zeer turbulent jaar. Rob is erg ziek geweest. Nou is het gebeurd, dacht ik, maar door een wonder genas hij. Niet echt door een wonder natuurlijk, door een bloedtransfusie, maar het was toch een wonder.

‘Hij was broodmager, vreselijk aan het hoesten, hij werd geopereerd, en nog een keer. Het bleef maar duren. En weet je wat het uiteindelijk was? Bloedarmoede! Daardoor werd hij vatbaar voor ziekten waar hij niet meer van beter werd. Sinds die bloedtransfusie is hij weer helemaal de oude.

‘Ik heb me gigantisch veel zorgen gemaakt, ook over mijn eigen toekomst. Kan ik hier wel blijven wonen als Rob doodgaat?

‘Ik kwam terecht in die sombere, wat apathische staat van toen ik een jaar of 14, 15 was, een staat van grote besluiteloosheid. Ik dacht altijd, dat overkomt me geen tweede keer. Maar ik weet nu dat het nog kan.

‘Rob kon amper eten, en ik had er ook geen zin meer in. Maar ja, je moet toch iets. Ik kon thuiskomen uit de supermarkt met alleen een krop sla. Nu denk ik: had iets online besteld, een vriendin gebeld, je zus. Ze zijn een paar keer eten komen brengen, maar iets in mij vindt dat je zulke dingen niet te vaak kunt vragen.

‘Ik denk altijd dat ik van moeilijke dingen een leuk verhaal moet maken, en als je dat doet, zien mensen niet dat je er eigenlijk helemaal niet uitkomt. Ik ben er met iemand over aan het praten – dat is typisch een formulering van mijn oma, ‘met iemand gaan praten’. Als het nog eens gebeurt, wil ik kunnen ingrijpen en om hulp vragen voordat ik in de totale vernieling zit.’

Tijdelijke of vaste column?

‘Ik ben dit jaar volgens mij veel bekender geworden als schrijver. Ik snap eigenlijk niet hoe dat nou zo gekomen is. De aandacht voor mijn boeken groeide altijd gestaag. Ik had nooit een vaste rubriek, maar ik werd ineens door meerdere kranten tegelijk gevraagd en nu heb ik een column in Trouw.

‘De afgelopen jaren verving ik in de zomer Frits Abrahams in NRC. Ik perste er met de grootste moeite zeven columns uit, bij de achtste wist ik echt helemaal niets meer. Dat moet je niet 52 keer per jaar hebben zeg, dacht ik altijd.

‘Maar ja, als Trouw het vraagt, zullen ze wel denken dat ik het kan. En blijkbaar geloof ik dat inmiddels ook, want ik heb ja gezegd.’

Thuisblijven of de hort op?

‘De hort op. Nieuwe indrukken opdoen, iets nieuws horen of proberen; dat is vreselijk goed voor de hersenen en de levenslust. Je kunt niet altijd maar thuisblijven, dat is niet goed.

‘Die reisfobie van mij is wel echt een probleem – ook daar praat ik nu over met die meneer. Maandag moet ik naar Amersfoort Vathorst, waar we tot acht uur ’s avonds repeteren. Vooral over de terugweg in het donker maak ik me druk: eerst naar Amersfoort Vathorst, dan naar gewoon-Amersfoort, naar Amsterdam Centraal, naar Heemstede-Aerdenhout, nog een stukje met de fiets. Vijf stappen, allemaal onderbrekingen waardoor er iets fout kan gaan.’

Oud of nieuw? (2)

‘Oud en nieuw vind ik een rotfeest. Ik ga 31 december om 10 uur naar bed.

‘Ik heb wel zin in het nieuwe jaar. Ik zit nu in grote spanning over die optredens, dat is tegen die tijd voorbij.

‘Het schrijven heb ik stilgelegd, behalve dan mijn column in Trouw. Het sociale verkeer kan ik er ook niet bij hebben. Ik heb het idee dat ik helemaal geen boeiende gedachten heb op dit moment, want ik leef in een egocentrische cocon.

‘Terwijl, inderdaad, wat kan er misgaan? Ik kan de draad kwijtraken bij het zingen of een overgang vergeten, maar die meisjes vangen me wel op.

‘De meisjes – ik moet natuurlijk vrouwen zeggen, ze zijn maar tien jaar jonger dan ik – zijn zó professioneel en geroutineerd. Het lijkt wel of nooit iemand ergens van schrikt.

‘Gisteren was één van de zangeressen ziek. Naar huis gaan, daar was geen sprake van. Je doet het gewoon, dat is de houding. Die probeer ik ook aan te nemen.’

Wel of geen antwoord van Ger?

‘De faxenboeken zijn natuurlijk lang geleden. Vroeger antwoordde Ger nooit. Inmiddels zijn we ook gewoon vrienden. Maar ja, Ger blijft Ger.

‘Hij wilde eerst niet naar de voorstelling komen kijken. Ik heb maar niet aan hem gevraagd waarom niet, ik denk dat-ie het amateuristisch vindt.

‘Ik heb gezegd dat-ie moest komen. Dat is wel een nieuwe stap in onze verhouding hoor. Ik had al een paar keer gevraagd of hij al kaartjes had. Wat Ger dan doet, is geen antwoord geven of ergens anders over beginnen, dus ik vroeg het nog eens: ‘Ja maar Ger, heb je nou al kaartjes?’ Toen antwoordde hij: ‘Ik dacht dit even over te slaan, maar als je het graag wil, kom ik natuurlijk.’

‘Wat een gezeur zeg! Want weet je, ik wil nu natuurlijk de hele tijd faxen over alles wat ik meemaak, maar dat is niet leuk als ik denk dat Ger het stom vindt. ‘Ger,’ zei ik, ‘godverdomme, je neemt maar een paar flinke borrels en je stopt je handen maar in je oren. Je komt.’ Nou, hij heeft meteen twee kaartjes gekocht.’

Mizee mailt later: ‘Naar aanleiding van ons gesprek heb ik Ger toch gevraagd waarom hij eerst niet wilde komen, en toen zei hij: ‘Ik was bang dat je op het podium ging zitten breien.’ Ik ga ook echt zitten breien op dat podium! Alleen niet de hele tijd!’

De ideale kerst is te zien vanaf 10/12, in Amersfoort, Den Haag, Utrecht, Almere, Amsterdam, Helmond, Purmerend en Laren.

Nicolien Mizee
8 januari 1965 Geboren in Haarlem
2000 Debuutroman Voor God en de sociale dienst, Nijgh & Van Ditmar
2003 Toen kwam moeder met een mes, Nijgh & Van Ditmar, genomineerd voor Libris Literatuurprijs
2006 En knielde voor hem neer, Nijgh & Van Ditmar
2015 De halfbroer, Nijgh & Van Ditmar
2016 De wereld van Wollebrandt, kinderboek, Uitgeverij Brandt
2017-heden Faxen aan Ger 1 t/m 6, Uitgeverij Van Oorschot
2019 Moord op de moestuin, Nijgh & Van Ditmar, genomineerd voor Bookspot Literatuurprijs
2019 De grote wil en andere schrijflesverhalen, Nijgh & Van Ditmar
2020 Henriette Roland Holst-prijs voor faxboeken De kennismaking en De porseleinkast
2020 De vrieskist en andere verhalen, Nijgh & Van Ditmar
2023 Het paradijs, Nijgh & Van Ditmar
2024 Columnist voor Trouw

Nicolien Mizee woont in Haarlem met haar man Rob.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next