Als we denken dat schilderijen en andere werken altijd van tekst vergezeld moeten gaan, doen we de kunst tekort. Al kunnen tekstbordjes de kijker soms wel houvast bieden.
Vorige week hadden driehonderd geïnteresseerden zich in het Rijksmuseum in Amsterdam verzameld voor het symposium ‘Tekst in het museum’. De sprekers en aanwezigen waren degenen die tekstbordjes en zaalteksten maken.
Pauline Kintz, hoofd Educatie van het Rijksmuseum, liet in haar presentatie de tekst zien die De vrolijke drinker van Frans Hals in de eregalerij vergezelt. De eerste zin, bij dit bekende schilderij van een man met een blos op de wangen en een glas in zijn hand, is: ‘Uitgelaten proost deze schutter naar ons – wie zou er niet met hem meedrinken?’
Ik dacht meteen: ik! Ik ga liever een paar passen achteruit of maak rechtsomkeert als ik tegenover een beschonken figuur sta. En ik blijk niet de enige. Het museum had recentelijk reacties van bezoekers gepeild. Iemand bleek daarbij mijn bezwaar tegen deze drinker best duidelijk te hebben verwoord: ‘Ik vind het een eng mannetje.’ Een andere bezoeker maakte duidelijk dat als moslim meedrinken sowieso geen optie was.
Samengevat blijkt dat de zin te sturend en te amicaal is, het museum wil de tekst daarom aanpassen.
Kintz schreef ook een boek over de teksten in het Rijksmuseum, waarin ze haar vakgenoten enigszins geruststelt: ‘Je kunt het nooit voor iedereen goed doen.’ Een vraag die kort aan bod kwam in het symposium was: moet je het überhaupt doen? Moeten kunstwerken vergezeld gaan van tekst?
De stelling ‘Kunst heeft geen teksten nodig’ werd aan de zaal voorgelegd. Ruim driekwart van de aanwezigen bleek het hiermee oneens. Misschien kwam die mening voort uit zelfbehoud – als je zelf tekstbordjes schrijft, zul je ze niet snel als overbodig beschouwen. Zonder al die museummedewerkers te willen schofferen: ik koos voor ‘eens’. Ik denk dat we kunst tekortdoen als we denken dat ze altijd van tekst vergezeld moet gaan.
Er was op het symposium ook iemand die dit impopulaire standpunt verdedigde, namelijk Vera Verboom van Museum Lam in Lisse. In dat kleine, particuliere museum zijn nergens tekstbordjes te vinden. Wel zijn er kijkcoaches die de bezoekers begeleiden. Niet om uitleg te geven bij kunstwerken, eerder om bijvoorbeeld vragen te stellen. Hun motto is: ‘Jij ziet wat wij niet zien.’
Museum Lam werd een paar weken geleden wereldnieuws toen een liftmonteur een kunstwerk, dat eruitzag als twee lege bierblikjes, had weggegooid. Hij dacht dat het afval was. De door kunstenaar Alexandre Lavet beschilderde blikjes werden gelukkig in een vuilniszak teruggevonden.
Verboom noemde dit kleine ‘ongeluk’ kort in haar presentatie. Een verband met de afwezigheid van tekstbordjes legde ze niet. Toch is het zo dat die niet alleen toelichting bieden, maar daarmee ook de status of waarde van een kunstwerk helpen bepalen. Kijk ik bijvoorbeeld naar een ingelijste poster of naar een originele zeefdruk van Andy Warhol?
Of, om een recenter voorbeeld te noemen: is dit zomaar een banaan die met ducttape aan de muur is bevestigd of is het er een van Maurizio Cattelan? Dat willen we weten. Als je tekstbordjes afschaft, raken we zulke houvast kwijt. Maar is dat erg? In het geval van de blikjes in Lam liep het goed af. En het museum beschouwde de actie van de liftmonteur als ‘een compliment aan kunstenaar’.
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns