Het is ‘code zwart’ in het gevangeniswezen, waarschuwde staatssecretaris Ingrid Coenradie (PVV, Justitie) woensdag. Penitentiaire inrichtingen zitten zo vol dat gevangenen al voor het einde van hun celstraf naar huis mogen. Wat speelt er precies?
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Waarom is er volgens het kabinet sprake van code zwart?
Woensdag maakte verantwoordelijk staatssecretaris Coenradie bekend dat gedetineerden maximaal drie dagen voor het einde van hun celstraf naar huis mogen. Dat is nodig omdat zowel de reguliere cellen als de politiecellen vol zijn. De staatssecretaris kan bovendien niet uitsluiten dat in de toekomst straffen moeten worden kwijtgescholden.
Nieuw is de maatregel niet: volgens de bewindsvrouw werden in de afgelopen maanden tientallen gevangenen op vrijdag vrijgelaten die anders de daaropvolgende zaterdag, zondag of maandag naar huis zouden gaan. Die noodoplossing wordt nu opgerekt naar alle dagen van de week.
De maatregel geldt niet voor wie een straf van minder dan zeven dagen moet uitzitten. Ook veroordeelden die na hun gevangenisstraf een tbs-behandeling krijgen, komen niet in aanmerking.
Waar zit het probleem?
In een Kamerbrief spreekt de bewindsvrouw van ‘rotmaatregelen’ die het gevolg zijn van ‘hardnekkige capaciteitsproblemen’. Dat zit niet in het aantal cellen, maar in het gebrek aan gevangenisbewaarders. Het gevangeniswezen kampt – zoals meer sectoren – al langer met forse personeelstekorten. Momenteel kunnen er daarom 170 plekken (op 6.700 in totaal) niet worden gebruikt. Coenradie ziet geen mogelijkheden dat aantal de komende tijd omlaag te krijgen.
Hoe heeft deze situatie kunnen ontstaan?
Aan de personeelstekorten liggen meerdere oorzaken ten grondslag. Zoals: bezuinigingen. In 2014 verdwenen onder toenmalig staatssecretaris Fred Teeven (VVD) honderden banen in het gevangeniswezen. Die bezuinigingen waren volgens de bewindsman verantwoord omdat de geregistreerde criminaliteit daalde. De cellen waren niet zo hard meer nodig.
‘Het moest allemaal efficiënter dus zijn er veel kleine penitentiaire inrichtingen verdwenen. Het personeel dat op die plekken werkte is noodgedwongen wat anders gaan doen en keert niet meer terug’, zegt hoogleraar penitentiair recht Sonja Meijer (Radboud Universiteit). Inmiddels wordt er door de verantwoordelijke Dienst Justitiële Inrichtingen veel aan werving gedaan. Maar dat is volgens Meijer onvoldoende om die achterstanden snel in te lopen.
De voorbije jaren worden er, met het oog op vergelding, bovendien steeds langere straffen opgelegd. Daardoor neemt de druk op het gevangeniswezen toe. Ook in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof wordt gepleit voor zwaardere straffen, voor bijvoorbeeld terroristische misdrijven en ernstige gewelds- en zedendelicten.
Zijn er alternatieven voor vervroegde vrijlating?
Ja. Coenradie reisde eerder naar Estland, om te kijken of het mogelijk is daar cellen met personeel te huren. Een andere optie is het zogenoemde ‘capaciteitsverlof met elektronisch toezicht’, oftewel de enkelband.
Een veelgehoord bezwaar is dat een enkelband een te lichte straf zou zijn: een veroordeelde zit de straf immers thuis uit. De coalitiepartijen PVV en BBB zijn daarom tegen. NSC ziet wel mogelijkheden. Die partij trekt samen met D66 en CDA op om de wetgeving te verbreden, waardoor de enkelband als zelfstandige hoofdstraf kan dienen. Bij de VVD staat de deur sinds kort op een kier.
Meijer ziet in de enkelband een goed alternatief. Die wordt nu voornamelijk gebruikt om gebiedsverboden te handhaven, maar kan ook worden ingezet om veroordeelden bijvoorbeeld een aantal uren per dag huisarrest te geven. Volgens de hoogleraar beperkt het apparaat criminelen aanzienlijk, ook al zitten zij niet fysiek in de cel. ‘Er wordt veel controle op je leven van buitenaf uitgeoefend, dat is echt een beperking van de vrijheid.’
Is de wens van het kabinet om harder te straffen wel houdbaar?
In de Kamerbrief schrijft Coenradie de situatie aan te grijpen om na te denken over ‘hoe we het gevangeniswezen in Nederland op de lange termijn slimmer en effectiever kunnen inrichten’. Dat is volgens Meijer hard nodig. ‘De tendens van dit kabinet is dat er harder en hoger moet worden gestraft. Daar win je misschien kiezers mee, maar uiteindelijk is het voor de samenleving beter als je inzet op preventie.’
Korte celstraffen, van twee weken of een maand, vormen volgens de hoogleraar nu nog ‘te vaak’ het uitgangspunt in de rechtspraak. En dat terwijl die op lange termijn vaak meer kwaad dan goed doen. Zo wijst onderzoek uit dat korte gevangenisstraffen relatief veel zogeheten ‘detentieschade’ opleveren.
Het gaat dan bijvoorbeeld om gedetineerden die hun inkomen kwijtraken in de periode dat ze vastzitten en vervolgens hun huur niet meer kunnen opbrengen. De kans is groter dat zij, eenmaal op vrije voeten, weer de fout in gaan omdat hun basis is verdwenen.
Meijer pleit voor een breed maatschappelijk gesprek over het nut van celstraffen. ‘Je ziet nu duidelijk dat we niet de ruimte hebben om hoger en langer te straffen. In termen van effectiviteit moeten we echt gaan nadenken of de samenleving hierbij wel het meest gebaat is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant