De overheid hoeft geen sectoren te schrappen. Sommige verdwijnen vanzelf als er eindelijk wordt opgetreden tegen de manier waarop daar met werk wordt omgegaan.
Het kan dus gewoon: een dag lang immigratiedebat in de Tweede Kamer zonder dat het wordt gekaapt door oeverloze schijngevechten over het asielbeleid. In die zin is de staatscommissie Demografische Ontwikkelingen een doorslaand succes geworden. De commissie, die zich boog over de scenario’s van de bevolkingsgroei, probeerde begin dit jaar een gezamenlijke denkrichting te schetsen, voorbij de lijnen van de partijpolitiek: zorg dat immigratie geen verschijnsel is dat je als land willoos ondergaat.
De meeste partijen reageerden toen al welwillend en lieten deze week zien dat zij het menen. Vrijwel de hele volksvertegenwoordiging blijkt doordrongen van het feit dat 23 miljoen inwoners in 2050 – het scenario bij ongewijzigd beleid – wat te veel wordt voor een land waarin de strijd om de ruimte nu al zo hoog oplaait. Daarmee verandert nog niets, maar het is toch een markant moment: vanaf nu streeft Nederland officieel naar fors minder immigranten.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Verfrissend was ook dat een groot deel van de Kamer erkende dat het niet zoveel zin heeft om het steeds alleen over het asielbeleid te hebben, al is het maar omdat een land daar per definitie slechts beperkt invloed op heeft. Wie een open economie wil blijven én open wil staan voor de opvang van mensen op de vlucht – en een Kamermeerderheid zegt dat nog altijd te willen – moet altijd rekening houden met snel wijzigende omstandigheden elders. De nu oplaaiende burgeroorlog in Syrië, bijvoorbeeld, haalt alweer een streep door het recente voornemen van het kabinet om te bezien of Syrië niet tot veilig land bestempeld kan worden.
Zo zwenkt de aandacht, eindelijk, naar de arbeidsmigratie. Die is voor een veel groter deel verantwoordelijk voor de snelle bevolkingsgroei van de afgelopen twintig jaar. En Nederland is daardoor totaal overvallen. In 2007, toen de grenzen met Oost-Europa open gingen, werd nog gerekend op de komst van 18 duizend Polen. Drie jaar later waren het er 200 duizend. Inmiddels zijn hele sectoren afhankelijk geworden van laagwaardige bulkarbeid die soms gevaarlijk dicht in de buurt komt van uitbuiting. De Arbeidsinspectie slaat al jaren alarm over toestanden die we in Nederland na de oorlog, en na jaren van sociale strijd, dachten te hebben uitgebannen.
In het Kamerdebat namen partijen elkaar woensdag de maat over de vraag welke sectoren zij dan zouden willen schrappen. Begrijpelijkerwijs is niemand erg happig om per decreet even de glastuinbouw, de slachterijen of de veelgenoemde ‘distributiecentra’ te verbannen uit Nederland. De vraag is ook of een overheid die macht wel heeft.
Maar zo ingewikkeld hoeft het ook niet te zijn. Een overheid kan immers wél bepalen onder welke minimale omstandigheden er in een land gewerkt wordt. Werkgevers die geen enkele zekerheid bieden, onderbetaling, onveilige werkomstandigheden, schandalige huisvesting, bizar hoge roulatie van anonieme uitzendkrachten, intimidatie door koppelbazen – de Arbeidsinspectie slaat er al jaren groot alarm over.
Nog los van het feit dat een beschaafd land dat niet zou moeten accepteren, is verhoging van de arbeidsnormen ook de snelste weg om de immigratie behoorlijk in te perken. Daar kan geen asielmaatregel van minister Faber tegenop.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant