Home

Industrie laat groene plannen varen: klimaatdoelen raken uit zicht

De Nederlandse industrie heeft de afgelopen twee jaar haar plannen om te vergroenen flink teruggeschroefd, constateert het Planbureau voor de Leefomgeving. Hierdoor wordt het lastig om de klimaatdoelen te halen.

is economieredacteur voor de Volkskrant en specialist op het gebied van de energietransitie.

Als alle geplande CO2-besparingen tot 2030 bij elkaar worden opgeteld, valt de vermindering van de uitstoot 7 megaton lager uit dan twee jaar geleden werd gedacht, blijkt uit een tweejaarlijkse inventarisering door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

De Nederlandse industrie hoopt aan het eind van het decennium in totaal 19 megaton CO2-uitstoot te besparen. Dat is een stuk minder dan de 24,5 megaton die nodig is om het beoogde klimaatdoel voor de sector te halen.

Zorgwekkend is dat ruim 60 procent van de plannen nog op de tekentafel ligt, waardoor de kans groter is dat ze voor 2030 sneuvelen. ‘Zelfs als je alles meetelt wat rijp en groen is, tellen ze dus niet op tot de 24 megaton die nodig is’, zegt beleidsonderzoeker Robert Koelemeijer van het PBL.

Slecht economisch klimaat

Een deel van deze plannen om de CO2-uitstoot te beperken gaat vast wel door, zegt hij, en een deel zal mogelijk worden uitgesteld. ‘Maar dit is het totaal als alles meezit. En zelfs dat is niet voldoende. Dat is zorgelijk.’

Twee jaar geleden reikten de plannen nog tot 26 megaton, waarmee de industrie op koers leek te liggen. Dat het beeld nu zoveel somberder is, komt volgens het PBL onder meer door het verslechterde economisch klimaat. Met name sinds de Russische inval in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis kampt de industrie met hogere kosten. Dat geldt zowel voor energie als voor veel grondstoffen, arbeid en netwerkkosten.

Ook de almaar groeiende problemen op het volle stroomnet hebben het investeringsklimaat verslechterd. Hoewel het PBL geen concrete getallen kan noemen, lijkt het erop dat sommige bedrijven vooral om deze redenen hun plannen hebben uitgesteld of versoberd.

Porthos en Aramis

Volgens het Planbureau is onder meer extra infrastructuur voor energie nodig om de plannen uit te voeren. Dat kan gaan om de aanleg van pijpleidingen voor het transport van bijvoorbeeld waterstof, maar ook om zwaardere elektriciteitsverbindingen. Beide zijn nodig om de industrie de komende jaren verder te vergroenen.

Ook de afvoer en het opbergen van CO2 worden gezien als een manier om de uitstoot te verlagen. Maar de vraag naar opslag zal de komende jaren mogelijk groter zijn dan het aanbod. Projecten als Porthos en Aramis die op stapel staan om CO2 onder de zeebodem op te bergen, hebben niet genoeg capaciteit om het verwachte aanbod van kooldioxide te kunnen bergen.

Om toch nog enigszins in de buurt te komen bij het klimaatdoel voor de industrie, noemt PBL het daarom ‘cruciaal’ dat het Aramisproject tijdig gereedkomt. Of dat lukt, is onzeker: het veel kleinere Porthos liep jaren vertraging op, onder meer vanwege procedures die tegenstanders hadden aangespannen tegen het project.

Groene waterstof

Het PBL heeft ook over plannen voor de productie van duurzame waterstof. Op de tekentafel ligt nu voor een vermogen van 11 gigawatt (ongeveer 22 keer dat van de kerncentrale van Borssele) aan zogenoemde elektrolysers, die waterstof kunnen maken uit water en groene elektriciteit. Maar het Planbureau voorziet dat er in 2030 niet meer dan 1,5 gigawatt gerealiseerd zal zijn, zeven keer minder dan nu gehoopt.

Een belangrijke reden voor de geringe groei is dat bedrijven de businesscase voor groene waterstof niet rond krijgen, constateert het PBL.

‘Productie groene waterstof in gevaar’

De productie van groene waterstof in Nederland komt in gevaar, doordat het kabinet van plan is fossiele brandstof die deels is geproduceerd met groene waterstof minder te laten meetellen als duurzaam.

Waterstof wordt tijdens de raffinage onder meer gebruikt om diesel te ontdoen van zwavel, en is nu voornamelijk gemaakt met aardgas, waarbij veel CO2 vrijkomt. Onder meer Shell bouwt in Rotterdam een groene waterstoffabriek die voor dit proces wordt ingezet.

Maar door een recent besluit van staatssecretaris Chris Jansen van van Infrastructuur en Waterstaat is deze toepassing een stuk minder lucratief. Het kabinet heeft de raffinageroute onaantrekkelijker gemaakt, om het directe gebruik van groene waterstof in de transportsector te stimuleren.

Het probleem is dat er nog nauwelijks vraag is naar waterstof als transportbrandstof en dat deze omweg nodig is om de markt op gang te brengen, schrijven onder meer Shell, RWE en BP woensdag in een brandbrief. Diverse investeringen in de productie van groene waterstof, met een totaal vermogen van 1 gigawatt, zijn hierdoor uitgesteld, stellen deze bedrijven.

Bij veel van de investeringsbeslissingen worstelt de industrie met een kip-eiprobleem, stelt Koelemeijer. Beheerders die nieuwe elektriciteitsverbindingen of waterstofpijpleidingen moeten aanleggen, zijn huiverig grote investeringen te doen als er nog geen zekerheid is dat er straks genoeg klanten zijn voor bijvoorbeeld groene waterstof.

Verplichting

Omgekeerd werkt het net zo: bedrijven investeren niet in productie als ze niet zeker weten dat ze hun waterstof kwijt kunnen of voldoende elektriciteit kunnen afnemen. ‘Daardoor zie je ook dat plannen worden uitgesteld. Er worden relatief weinig investeringsbeslissingen genomen’, constateert de PBL-onderzoeker.

Om de impasse te doorbreken zou het nuttig zijn als Europese beleidsmakers meer zogeheten bijmengverplichtingen invoeren. Zo’n verplichting betekent bijvoorbeeld dat een bepaald percentage van alle plastic die hier op de markt komt gerecycled is. Hetzelfde geldt voor groen staal in bijvoorbeeld elektrische auto’s, en duurzamere kunstmest.

Door een verplichting ontstaat een markt waar bedrijven kunnen investeren. ‘Want groen is nu vaak nog duurder’, aldus Koelemeijer. ‘Maar hiermee kunnen bedrijven de kosten doorberekenen. Dat vergroot de kansen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next