Over zijn heldenrol tijdens een terreuractie in 1974 kon piloot en nationale held Pim Sierks droogjes vertellen: ‘Wat moet dat moet.’ Hij overleed op 92-jarige leeftijd, na een lange, rijke vliegersloopbaan.
Met een gijzeling door terroristen had Nederland geen ervaring toen op 13 september 1974 drie leden van het Japanse Rode Leger de Franse ambassade nabij het Korte Voorhout in Den Haag binnenvielen. De eerste politiemensen ter plekke werden door de terroristen beschoten, twee raakten gewond, daarna trad een diepe stilte in.
Nederland ervoer iets nieuws en keek dagenlang naar niks. Tot op dinsdag 17 september, Prinsjesdag, wat de door tv-camera’s geregistreerde stilte nóg onwerkelijker maakte, plots enige beweging werd geregistreerd.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Daar liep een man in hemdsmouwen, met iets van papier in zijn hand, richting de ambassade en ging die ook binnen. De man had dat zelf voorgesteld en instemming gekregen van de autoriteiten.
Die man, Transavia-piloot Pim Sierks, hield naar eigen zeggen wel van een gokje. Sierks ging ‘graag de uitdaging aan’, zegt Rob Akkermans, die als beginnend piloot meermalen met captain Sierks de lucht inging.
Van het ene op het andere moment werd Pim Sierks (overleden op 7 november op 92-jarige leeftijd) een nationale held. Hij die het aandurfde om, samen met copiloot Ruud van der Zwaal en boordwerktuigkundige Bernie Knight, de Japanse terroristen per Boeing 707 het land uit te loodsen.
Tot zijn pensionering als piloot, in maart 1992, ging er geen week voorbij of een of meerdere Transavia-passagiers móésten op de foto met de captain van de vlucht. Iedereen kende Sierks: held met karakteristieke Ted de Braak-snor.
Eens een held, altijd een held. Kort voor zijn plotse dood kreeg eregast Sierks een staande ovatie in Den Haag tijdens de reünie van de jubilerende Bijzondere Bijstandseenheid. Hij was vanuit zijn woonplaats in het Zuid-Engelse Surrey overgekomen naar waar ‘het’ een halve eeuw geleden allemaal was begonnen.
Lang voordien had Sierks risicovolle vluchten van andere aard achter de rug. Zo was hij in de jaren zestig ‘bushpiloot’ in Nigeria, en tijdens de Biafra-oorlog ondernam hij talloze keren gevaarlijke vluchten om voedsel en hulpgoederen te droppen.
Er school altijd iets avontuurlijks in hem, klinkt het als de loopbaan onder de loep wordt gelegd. De in het Groningse Haren geboren Sierks was als jongetje vaak te vinden op vliegveld Eelde. Hij ging zweefvliegen, vervolgens kwamen de sportvliegtuigjes aan bod, daarna de straaljagers (opleiding bij de Royal Canadian Air Force) en daarna dus de bushvluchten. In 1967 was hij een van de eerste piloten van het jonge Transavia.
Sierks paarde monter- en sluwheid aan de spreekwoordelijke Groningse nuchterheid, zeggen intimi. Over zijn heldenrol tijdens de (zonder verder bloedvergieten verlopen) terreuractie kon hij droogjes vertellen. Hij had geen trek in de vlucht met terroristen, maar ja, ‘wat moet dat moet’.
Op Schiphol werd hij bij thuiskomst door een mensenmassa ontvangen. Vader Abraham stond klaar met een lied. ‘En toen moest het ergste nog komen: de persconferentie’, zei Sierks in 2003 in Andere Tijden. Met een boekje over wat hij meemaakte (Vliegen voor je leven) vond hij het wel best geweest, maar een held moet altijd opdraven.
Huidig Transavia-piloot Levi van Kempen, voorheen bekend als acteur en musicalster, wilde nog een film over Sierks maken, vertelt Akkermans. ‘We zaten er vorig jaar in het wegrestaurant bij Hoofddorp nog met Pim en zijn vrouw Tineke over te praten.’
Sierks woonde met zijn tweede vrouw al veertig jaar in het Engelse Haslemere. Tot voor een paar jaar geleden vloog hij nog zelf. Het zegt iets over zijn passie én vitaliteit. Zo’n vliegersloopbaan was zijn zoon Roy niet gegeven. Die verongelukte op 28-jarige leeftijd toen zijn vliegtuigje boven de Veluwe neerstortte. Akkermans: ‘Een paar dagen nadien ging Pim alweer aan het werk. Ik hoor het hem nog zeggen: life goes on.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant