Zes maanden na een bezoek aan Samsung en andere opkomende Koreaanse bedrijven eind 1994 stond er een groot pakket voor de deur. Daar zaten kleding, dekens en voedingsmiddelen in en een fles soju, de Koreaanse nationale drank. Er zat bij deze onbegrijpelijke surprise ook een brief, zij het geen rijm.
Op de Zuid-Koreaanse televisie waren beelden te zien geweest van enorme overstromingen in het Nederland van Maas, Waal, IJssel en Rijn: 250 duizend mensen en 1 miljoen dieren waren geëvacueerd. De Koreanen waren de bezoeker uit Nederland niet vergeten en verleenden hulp. ‘We zijn nu een welvarend land. En we kunnen wat terugdoen.’
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen Koreaan had blijkbaar door dat de Nederlander op dit adres heel veilig droge voeten hield op de Noord-Hollandse strandwal. Omdat ramptoerisme was afgeraden, kende hij de overstromingen in het oosten van het land, net als de Koreanen, alleen van televisie.
Dertig jaar eerder was Zuid-Korea nog een van de armste landen ter wereld, zo niet ’s werelds allerarmste land. Begin jaren zestig was het bbp per inwoner minder dan 100 dollar per jaar. Dat was lager dan Haïti, Jemen of Ethiopië. De infrastructuur lag totaal in puin na 35 jaar Japanse bezetting en drie jaar burgeroorlog. Alle grondstoffen lagen in het communistische Noord-Korea, net als de hele industrie.
Zuid-Korea was volledig afhankelijk van buitenlandse hulp, maar er was geen Marshallplan of andere steun voor de opbouw tot een staat die tenminste zijn burgers bed, bad en brood kon bieden.
Amper dertig jaar later was het een van de Aziatische tijgers die al de Olympische Spelen en de wereldtentoonstelling had mogen organiseren. Het had vanuit niets een indrukwekkende industrie opgebouwd, beginnende met textiel en scheepsbouw, en later ook televisies en pc’s. Het werd het Mirakel van de Han-rivier genoemd, naar het mirakel van de Rijn, zoals Aziaten het Duitse Wirtschaftswunder noemden.
Nog eens dertig jaar later is de economie van Zuid-Korea groter dan die van landen als Spanje, Nederland en Turkije. Het bbp per inwoner is hoger dan dat van Saoedi-Arabië en Japan. Altijd is er de dreiging van Noord-Korea. Maar de wapenstilstand houdt, afgezien van incidenten, al zeventig jaar stand.
Het land is de thuisbasis van machtige multinationals als Samsung, Hyundai, Kia, het staalbedrijf Posco en LG Electronics. Het is niet alleen een industriële gigant, maar ook cultureel leidend op het gebied van populaire muziek (K-pop), gaming en webtoons (stripverhalen voor smartphones). Het is een G20-land. En een bondgenoot van het Westen.
Dat één enkele politicus dat succes in één klap de vernieling in kan helpen, zegt veel over de nieuwe generatie opportunisten die politieke chaos aangrijpt voor een autocratische omwenteling. Wat in Zuid-Korea gebeurt, zou bij doorgeschoten polarisatie ook in een grote economie als Frankrijk of Duitsland kunnen gebeuren. De huidige politici deinzen er niet voor terug democratische waarden en economische voorspoed in de waagschaal te stellen.
Gelukkig ligt het pakket deels ongeopend op zolder. Misschien gaat het nog terug naar Zuid-Korea.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns