Met aanvallen op Aleppo is de burgeroorlog in Syrië weer opgelaaid. Rusland, Turkije en Iran mengen zich (al jaren) in het conflict. Ook Israël voert regelmatig aanvallen uit. Waarom bemoeien deze landen zich met Syrië?
Voordat we in de rol van de verschillende landen duiken, is het belangrijk om te weten wie de aanval vorige week openden. Hayat Tahrir al Sham (HTS) is daarbij de belangrijkste speler. Deze rebellengroep heeft inmiddels een groot deel van Aleppo in handen. Het regeringsleger van de Syrische president Bashar Al Assad moest zich tot ver in het zuiden terugtrekken. De nieuwe frontlinie bevindt zich in de buurt van de stad Hama.
In Syrië woedt al jarenlang een burgeroorlog. "Die Syrische oorlog is weggeëbd in intensiteit en media-aandacht, maar die is nooit weggegaan", zegt politicoloog David Criekemans tegen NU.nl. Verschillende groeperingen probeerden dictator Al Assad omver te werpen, maar (mede) door hulp van buitenaf lukte het hem om aan de macht te blijven.
De huidige aanval van HTS (en het succes daarvan) kan daarom niet los worden gezien van andere ontwikkelingen op het wereldtoneel.
Rusland steunt Syrië op allerlei manieren. Het bekendste voorbeeld zijn de luchtaanvallen in rebellengebied. Die voert Rusland de laatste dagen ook weer uit. Volgens onderzoeker Ali Aljasem zijn in Aleppo onder meer een plein, een christelijke wijk en een ziekenhuis geraakt. Burgerdoelen. "Dat is waar de Russen erg goed in zijn." De militaire bases van HTS zijn ongedeerd.
De warme contacten tussen Rusland en Syrië gaan terug tot de Sovjettijd. Na die tijd nam de Russische invloed in andere landen in de regio af. Eigenlijk is Syrië nog de enige plek waar het een ferme voet aan de grond heeft. Criekemans denkt dat de Russen Syrië ook steunen, omdat er mogelijk aardgas zit.
Aljasem wijst op geopolitieke redenen voor Rusland. Met hun invloed doen ze ertoe op het wereldtoneel. Ook mogen ze de Syrische havenstad Tartus gebruiken als uitvalsbasis voor marineschepen. "Het is hun enige toegang tot de Middellandse Zee." Hoewel Criekemans benadrukt dat de haven bij Tartus erg klein is. "Ik zou het zeker niet overschatten."
Ook Iran helpt Al Assad om aan de macht te blijven. Bijvoorbeeld met militaire steun door haar Islamitische Revolutionaire Garde. "Dit omvat training, advies en soms rechtstreeks deelnemen aan de strijd", zegt Aljasem.
De Iraanse minister Abbas Araqchi zei dinsdag dat Iran overweegt om troepen naar Syrië te sturen als de regering in Damascus daar om zou vragen. Het zou niet de eerste keer zijn dat Iran Al Assad militair uit de brand helpt.
"Hezbollah is daarin ook een belangrijke factor", zegt islamoloog Joas Wagemakers. Ook Hezbollah schoot te hulp toen het Syrische regime in 2011 werd aangevallen. "Hezbollah is opgericht met steun van Iran", zegt Wagemakers. De groep is gesticht om het Iraanse religieuze gedachtegoed te verspreiden, op te komen voor de sjiieten in Libanon en de strijd aan te gaan met Israël. Iran voorziet Hezbollah van wapens. Syrië vormt daarin een belangrijke schakel.
In Iran is het grootste deel van de bevolking sjiitisch. Ook in Irak wonen veel sjiieten. De familie Al Assad is alawiet. Dat is een tak binnen de sjiitische stroming. Tussen Iran, Hezbollah en het regime in Syrië is sprake van "sjiitische solidariteit". Toch waarschuwt Wagemakers ervoor om hun bondgenootschap alleen vanuit religie te verklaren. De doctrines van Al Assad en Iran verschillen bijvoorbeeld erg van elkaar.
"Ik denk dat het vooral draait om politieke en economische factoren", zegt Wagemakers. Zo staat Iran via Irak en Syrië in verbinding met de Middellandse Zee. Volgens Aljasem heeft Iran geïnvesteerd in de Syrische infrastructuur en economie. "Met als doel zijn invloed te versterken en strategische belangen op de lange termijn veilig te stellen."
"Iran heeft eigenlijk heel weinig bondgenoten in de regio", benadrukt Wagemakers. Tijdens de oorlog met Irak in de jaren tachtig koos bijna de hele Arabische wereld de kant van Irak. Syrië steunde Iran, omdat zij Irak ook als vijand zagen. Iran heeft nog steeds weinig vrienden. Daarom is het belangrijk om Al Assad in het zadel te houden. "Het alternatief is misschien wel een regime dat een hekel heeft aan Iran."
Israël voert al zeker tien jaar aanvallen uit op Hezbollah en Iraanse doelen in Syrië. Maar de laatste tijd zijn de aanvallen opgevoerd. Die aanvallen zijn "zeer nauwkeurig", zegt Aljasem. Daarom weet hij zeker dat Israël hulp krijgt van het Syrische regime. "Al Assad is niet hun vijand." Zo vormt Syrië het strijdtoneel tussen Iran en Israël waardoor een directe confrontatie uitblijft.
Turkije voert regelmatig aanvallen uit op Koerden in Syrië (en Irak). Volgens Turkije gaat het dan om PKK-doelen. De Koerdische PKK streeft met geweld naar onafhankelijkheid in Turkije en wordt door verschillende landen als terreurorganisatie gezien.
In Syrië zitten ook Koerden. Zij controleren het noorden en oosten van het land. Dat gebied grenst aan Turkije. Turkije is bang dat de Koerden in Syrië een onafhankelijke Koerdische staat gaan stichten en de PKK steunen om dat ook in Turkije te doen. Om die reden steunt Turkije de rebellengroep Syrian National Army (SNA) met geld en wapens om tegen de Koerden in Syrië te vechten. Volgens Aljasem heeft Al Assad de PKK na 2011 uitgenodigd in Syrië "om de Turken kwaad te maken."
Als buurland heeft Turkije volgens Criekemans 3 tot 4 miljoen Syrische vluchtelingen opgevangen. Onderhandelingen met Al Assad over hun terugkeer zijn mislukt. Het kan een reden zijn waarom Turkije HTS grotendeels zijn gang laat gaan. "Turkije zou allerlei dingen [tegen de opmars van de rebellen] kunnen doen, maar doet dat niet." Een verzwakte Al Assad is mogelijk bereid om te onderhandelen.
Tot slot mengen de Verenigde Staten zich in Syrië. Zij maken zich (net als andere Westerse landen) vooral zorgen om extremisme en vluchtelingen. "De Amerikanen willen niet dat Syrië opnieuw een voedingsbodem zou worden voor een IS 2.0", zegt Criekemans.
In de Irakese woestijngebieden zitten volgens hem "nog altijd elementen van IS en Al Qaida." De Amerikanen voeren gerichte acties uit tegen dit soort geradicaliseerde groepen. De recente bombardementen aan de Syrische grens vormen daar een voorbeeld van, toen milities vanuit Irak de grens over probeerden te steken.
Volgens Aljasem zou vrede voor het Westen het beste zijn. Al is het maar om een nieuwe vluchtelingenstroom uit Syrië te voorkomen. De grootste winnaar bij escalatie is Al Assad, benadrukt hij. De dictator zal zijn gedrag niet veranderen. "Tenzij de internationale gemeenschap hem dwingt aan de onderhandelingstafel te gaan zitten." Maar die kans is klein. Daarvoor zijn de internationale belangen te groot. Vandaar dat vrede voor Syrië nog lang niet in zicht is.
Source: Nu.nl algemeen