Als de lucht is geklaard na de wanhoopsactie van president Yoon Suk-yeol, die dinsdag de staat van beleg uitriep, mag de Zuid-Koreaanse politiek weleens in de spiegel kijken. De snoeiharde rivaliteit tussen de twee dominante partijen lijkt deel van het probleem.
is voormalig correspondent in Seoul, Zuid-Korea. Nu woont hij in Stockholm.
Veel Zuid-Koreanen werden woensdag wakker met een mengeling van woede, opluchting en verbazing. De staat van beleg die president Yoon Suk-yeol de avond ervoor had uitgeroepen, was enkele uren erna alweer ingetrokken.
Het had, zo bezien, allemaal niet veel om het lijf gehad. Of toch wel?
Er hadden wel degelijk tanks gereden door de straten van Seoul. En met helikopters ingevlogen militairen hadden echt de ramen van het parlement ingeslagen. En de angst van journalisten om gearresteerd te worden vanwege het brengen van ‘nepnieuws’, zoals het kortdurende militaire bewind had gewaarschuwd, was ook echt geweest. Allemaal redenen voor Zuid-Korea om de vraag te stellen: hoe nu verder?
Daarbij mag een van de belangrijkste conclusies zijn dat de Zuid-Koreaanse democratie weerbaar genoeg is gebleken om autoritaire reflexen te weerstaan. Zo toog een massa demonstranten, onder wie 65-plussers en ouders met kinderen, naar het parlementsgebouw om te protesteren. Oppositieparlementariërs barricadeerden de deuren zodat de ordetroepen niet naar binnen konden. De regeringspartij nam afstand van haar eigen president. Samen met de toegestroomde oppositieparlementariërs werd een motie aangenomen om de noodtoestand in te trekken.
De afgelopen dertig jaar heeft Zuid-Korea zich ontwikkeld tot een zeker niet perfecte, maar wel robuuste democratie. Dat uit zich onder meer in de grote hoeveelheid grotendeels vreedzame demonstraties die wekelijks in de hoofdstad voorbijtrekken. Vakbonden, conservatieven die tekeer gaan tegen homorechten en politici van alle mogelijk gezindten – er is bijna geen volk ter wereld dat zo gek is op demonstreren.
Die traditie kent een oorsprong in de protestbeweging tegen het autoritaire bewind waaraan in 1987 een einde kwam. Een van de protestleiders, Kim Dae-jung, werd later president en won in 2000 de Nobelprijs voor de Vrede. Toen in 2016 bleek dat toenmalig president Park Geun-hye betrokken was bij corruptie, gingen wekenlang miljoenen Koreanen met lichtjes de straat op om haar aftreden te eisen. Dit ‘kaarsenprotest’ leidde later tot het afzetten van de president.
Een positief signaal is ook dat de soldaten zelf, die dinsdagavond louter lege hulzen in hun geweren hadden, niet van zins waren de demonstranten met geweld te bestrijden. Sommigen van hen verontschuldigden zich voor orders van bovenaf, anderen omhelsden betogers.
Ook in de media klinkt onbegrip en verzet. Veelzeggend is het hoofdredactioneel commentaar van de Chosun Ilbo, een grote conservatieve krant die vaak op de hand is van Yoon en zijn partij. ‘Hoe kun je op deze manier de grondrechten van burgers schenden?’, vraagt de krant zich af. ‘In een van de meest democratische landen ter wereld kan dit niet anders dan een nationale schande worden genoemd.’
Veel wijst erop dat Yoon in een isolement handelde en slechts weinig mensen weet hadden van zijn plan. Zijn premier en kabinet waren niet op de hoogte en ook zijn eigen partij wist van niks. De Zuid-Koreaanse grondwet schrijf voor dat de president de staat van beleg mag afkondigen als hij zijn kabinet heeft geraadpleegd. Bovendien moet er sprake zijn van een oorlogssituatie of grote landelijke onrust. Yoons motivering voor de noodtoestand, dat er gevaar zou dreigen van Noord-Koreaanse sympathisanten, past totaal niet in dat plaatje.
Woensdag diende de oppositie, geleid door de links-nationalistische Democratische Partij, een motie in om Yoon af te zetten omdat hij op onwettige gronden zou hebben gehandeld. Hierover wordt waarschijnlijk vrijdag gestemd. Om het wetsvoorstel aangenomen te krijgen, is het nodig dat twee derde van de driehonderd parlementariërs voorstemt. De oppositiepartijen hebben samen 192 zetels. Het is nog de vraag of (genoeg) volksvertegenwoordigers van de regeringspartij met hen mee stemmen: vooralsnog laten ze weten dat niet te zullen doen.
Als de lucht is geklaard, is het wellicht goed voor de Zuid-Koreaanse politiek om ook in de spiegel te kijken en zien hoe de snoeiharde rivaliteit tussen de twee dominante politieke partijen – die wellicht heeft meegespeeld bij Yoons wanhoopsdaad – kan worden verzacht. Nadat oud-president Park in 2017 werd gedwongen vroegtijdig te vertrekken, leken de geesten rijp voor een aanpassing van het politieke systeem. Het parlement zou meer macht krijgen en in ruil daarvoor zou de president niet maximaal één, zoals nu, maar twee termijnen kunnen aanblijven. Dat zou politieke verlamming voorkomen en het parlement stimuleren om meer dan nu het geval is met een president samen te werken.
Dat is voor later. Eerst mogen de Zuid-Koreanen vieren dat de aanval op de democratie is afgeslagen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant