Home

Alarmbellen vanwege daling aantal mbo'ers: de oorzaak en de oplossingen

De MBO Raad uitte deze week zijn zorgen over dalende studentenaantallen. Het aantal mbo'ers is in het afgelopen jaar opnieuw iets gedaald. De sectororganisatie had juist op een toename gerekend. Waar ligt dit aan en wat is er nu nodig?

In 2024 volgden 467.500 studenten een mbo-opleiding, 1.900 minder dan een jaar eerder. Voorzitter Adnan Tekin van de MBO Raad, de brancheorganisatie van de scholen in het middelbaar beroepsonderwijs, noemde dit deze week "alarmerend".

De belangrijkste oorzaak voor de daling is demografisch. "Er worden al heel lang steeds minder kinderen geboren", verklaart de woordvoerder van de MBO Raad in gesprek met NU.nl. Maar dat is volgens hem bekend en was meegenomen in de verwachtingen. Hij zegt dat de aantallen "nu ook onder deze prognoses blijven".

Dat er nu minder leerlingen naar het mbo gaan, moet volgens onderwijshistoricus Pieter Slaman van de Universiteit Leiden wel in een bepaald licht worden gezien. "Universiteiten en het hoger onderwijs krimpen ook in leerlingaantallen", zegt hij tegen NU.nl. Dat bevestigt volgens Slaman dat er vooral een demografisch probleem is.

Het ministerie van Onderwijs verwacht dat het totale aantal mbo-studenten ook de komende jaren geleidelijk afneemt. Maar ook al is er sprake van krimpende aantallen in zijn geheel: het aandeel middelbare scholieren dat voor het mbo kiest, lijkt wel toe te nemen.

Voor de zorg- en techniekopleidingen is de daling van de studentenaantallen het vervelendst, vindt de MBO Raad. Dat zijn immers branches waar Nederland nu al te maken heeft met personeelstekorten.

Bovendien zou in de zorg een zichzelf versterkend effect kunnen ontstaan. Werkgevers hebben daar door de personeelstekorten namelijk moeite om stages aan te bieden. Daarnaast staat de subsidie die zorgwerkers ondersteunt bij stages op de tocht door bezuinigingsplannen van dit kabinet. De MBO Raad is bang dat een zorgopleiding minder aantrekkelijk wordt voor studenten als het lastig is om een passende stage te vinden.

Henrik de Moel, bestuurder bij de Algemene Onderwijsbond (AOb), zegt tegen NU.nl dat groep 8-leerlingen een steeds hoger advies krijgen. De coronaperiode heeft dit versterkt. Ook dat verklaart volgens hem voor een deel de daling die we nu zien.

De Onderwijsraad adviseert om kinderen veel later een keuze te laten maken over hun vervolgonderwijs. "Laat kinderen met elkaar tot het derde jaar voortgezet onderwijs leren en oriënteren. Een kind kan op een later moment vaak een veel bewustere en passendere keuze maken. Bijvoorbeeld voor praktisch onderwijs", zegt de woordvoerder van de MBO Raad.

Het mbo kampt volgens sommigen nog altijd met een imagoprobleem. "Mbo-studenten voelen zich vaak nog ondergewaardeerd", zegt Kayleigh El Chab tegen NU.nl. Zij is voorzitter van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). Onlangs was ze op een mbo-college en sprak ze ruim vierhonderd mbo-studenten toe. Daar hoorde ze van mbo'ers de voor haar bekende verhalen. Er worden soms kleinerende grapjes gemaakt door de omgeving: "Het is maar mbo." Mbo'ers wijzen erop dat in hun tijd op de middelbare school de slogan "op naar de havo" volop werd gepromoot.

"Als sector merken we dat ondanks veel positieve aandacht voor het beroepsonderwijs veel ouders en leerlingen ervoor kiezen om zo hoog mogelijk in te stromen." Dat zegt de woordvoerder van de MBO Raad. Volgens hem kiezen leerlingen ervoor om een havodiploma te behalen, ook als een mbo-opleiding een hele goede keus zou zijn die past bij hun talenten. "En onbekend maakt onbemind. Er is veel bezuinigd op techniekonderwijs op de basisschool. Vroeger kwamen meer leerlingen in het basisonderwijs in aanraking met praktische vakken."

Het imago van het mbo lijkt wel al wat te verbeteren: er gaan nu meer leerlingen van de havo en het vwo naar het mbo dan voorheen Er wordt nu weleens gezegd dat er te veel leerlingen zouden kiezen voor opleidingen met slechte baankansen, maar daar is De Moel van de AOb het niet mee eens. Hij benadrukt dat het vooral zaak is om studenten goed en eerlijk voor te lichten. "Wat zijn je kansen op een baan en wat ga je verdienen?"

Ondanks de groeiende instroom vanuit de havo en het vwo kan de de studievoorlichting volgens El Chab beter. "Bij studievoorlichting wordt er nu nog vooral gewezen op het hbo en het wetenschappelijk onderwijs. Het promoten van mbo-studies kan op veel plekken nog beter." De schooldecaan of studieadviseur speelt daarbij volgens haar een belangrijke rol.

De woordvoerder van de MBO Raad is het hiermee eens en wijst op een weeffout in het onderwijs, die volgens hem ook zorgt voor een mindere instroom in het mbo. "Een leerling die van school wisselt en doorstroomt naar mbo-onderwijs, kost een school geld. Terwijl een school eigenlijk beloond zou moeten worden voor zo'n passende keuze." Als leerlingen na 1 oktober overstappen naar een andere opleiding, gaat de bekostiging naar de school waar ze zijn begonnen, licht De Moel van de AOb toe.

El Chab is tot slot ook kritisch op de mbo-sector zelf: "Het mbo zou zich, naast op studenten, ook nog beter moeten richten op het werven van mensen vanuit andere beroepen."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next