Home

Wie staat er deze keer in de spits? Coaches van Ajax en FC Utrecht moeten elke wedstrijd kiezen

Ajax en FC Utrecht, die elkaar woensdag in Amsterdam treffen, hebben één ding gemeen: een weelderige keuze aan centrumspitsen. ‘Elke wedstrijd voelt als een examen.’

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Wie van de drie? Dat is telkens weer de vraag bij Ajax en FC Utrecht die elkaar woensdagavond bestrijden in de Johan Cruijff Arena, met als inzet plek twee van de eredivisie. Beide clubs hebben dit seizoen de beschikking over drie centrumspitsen die zich allemaal nummer één wanen. Maar niemand is zeker van zijn plek.

Ajax had al Brian Brobbey en Chuba Akpom en trok afgelopen zomer, tot veler verbazing, de buidel voor een derde centrumspits, Wout Weghorst. Geen type dat voor de bank komt, zo maakt Weghorst bijna wekelijks duidelijk in woord en gebaar. Weghorst is Oranje-international. Maar Brobbey ook. Terwijl Akpom dankzij zijn prima statistieken op meer hoopt dan een rol als stormram of verkapte buitenspeler.

Groot ego

Hoe ga je daarmee om? Voor Akpom is het ‘een constant gevecht om positief te blijven’ gaf hij in Het Parool aan. Toch is hij blij dat hij bij Ajax is gebleven, vanwege de opwaartse lijn die is ingezet onder coach Francesco Farioli en het persoonlijke contact met de betrokken coach en zijn assistenten. Als Akpom even niet speelt krijgt hij appjes van assistent Daniele Cavalletto dat hij belangrijk is voor het team. Farioli hamerde er in een gesprek op dat de spitsen elkaar niet als vijanden maar als vrienden moeten zien. Dat was noodzakelijk, want ‘vooral spitsen hebben een groot ego’, weet Akpom.

Bij een club met een druk programma zijn drie volwaardige centrumspitsen geen overbodige luxe, leerde ook Feyenoord. Daar moest coach Brian Priske zelfs twee basisplaatsen gunnen aan een jonge vierde spits, Zepequino Redmond, omdat de eerste drie geblesseerd waren.

Gevaar is dat eerzucht toch een vijandelijke sfeer veroorzaakt. Weghorst was zelfs na zijn basisplaats en twee treffers tegen NEC (1-2-winst) zondag niet blij. Hij baalde van zijn wissel. ‘Ik begrijp dat niet.’

‘Drie spitsen in een selectie lijkt me bij Oranje wat makkelijker dan bij een club’, merkte bondscoach Ronald Koeman al fijntjes op. Maar Farioli vindt het prettig. Hij meent dat hij het ‘beste spitsenpakket van Nederland’ heeft en rouleert veel.

FC Utrecht

FC Utrecht-trainer Ron Jans pakt het anders aan. Zijn club heeft geen Europese besognes, maar toch ook drie spitsen: Noah Ohio, Anthony Descotte en David Min. Jans geeft ze alle drie om beurten een paar wedstrijden de kans. ‘Zodat ze niet het gevoel hebben dat ze geen fouten mogen maken. Het is wachten tot een van hen een serie neerzet.’

Ohio, Min en Descotte zijn veel minder gereputeerde centrumaanvallers dan die van Ajax. Ohio heeft als international van Jong Oranje nog de meeste faam opgebouwd. Min deed het vorig seizoen aardig bij RKC. Descotte is een huurling van het Belgische Charleroi.

Ze scoorden allemaal nog weinig, topscorer bij Utrecht is middenvelder Paxten Aaronson met vier treffers. Jans: ‘Voor alle drie is wat te zeggen, het zijn andere types. Ze moeten zich allen doorontwikkelen.’

Min is een kopsterke laatbloeier, Descotte geldt als de nijvere bij die veel blessureleed kende en Ohio als een toptalent, die uit het niets een doelpunt kan maken. Jans: ‘Maar die heeft zoveel clubs gehad, hij heeft helemaal geen regelmaat, in de tactiek zonder bal moeten er dingen bij, in de intensiteit ook.’

Descotte was afgelopen weekeinde basisspeler en scoorde vanaf de strafschopstip tegen PSV (2-5 verlies). Ohio viel in, Min bleef op de bank.

Van animositeit is volgens Descotte geen sprake. ‘We zijn vrienden die tegen elkaar strijden.’

Ohio juichte toen Min zijn eerste doelpunt maakte tegen RKC. Min vertelde aan RTV Utrecht dat ze met zijn drieën over de situatie praten. ‘Het schept een band.’

Descotte: ‘Maar elke wedstrijd voelt als een examen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next