Brigitte Kaandorp en Patrick Stoof spelen het typisch IJmuidense echtpaar Lia en Fred in een wervelende theatershow vol familiegedoe, muziek en kerstclichés. ‘Dit is een volksfeest. Precies wat we in deze rare tijden nodig hebben.’
is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media en muziek.
Het is Kerstmis in IJmuiden en het rendier is kapot, of beter gezegd: de microfoon in het rendier heeft het begeven. Het gesmijt door de zaal heeft zijn tol geëist. Lichte paniek op het podium van het Haventheater. Brigitte Kaandorp valt uit haar rol: ‘Waar is het reserverendier?’ Patrick Stoof tegen de zaal: ‘Gaan jullie maar even wat voor jezelf doen.’
Vanuit de hoek van de techniek wordt na een kort oponthoud een nieuw rendier met een werkende microfoon aangeleverd. Het is een hert deze keer, geen rendier, maar dat valt niemand op. De communicatielijn tussen het oudere echtpaar Lia (Kaandorp) en Fred de Goey (Stoof) en het publiek in de gerenoveerde sporthal in IJmuiden is hersteld, De grote adventshow kan verder gaan.
‘Circus Kaandorp’, noemt Stoof het gezelschap en de entourage rond de cabaretière uit Haarlem. Het circus (trefwoorden: gezellig rommelig, familiegevoel, gelijkheid) is voor dertig kerstshows neergestreken op het haventerrein van IJmuiden.
De man van Kaandorp, Jan Das, tevens de producent, heeft voor de voorstelling zoals altijd voor alle medewerkers het avondmaal bereid, paella deze keer. In de eenvoudige artiestenfoyer meldt Kaandorp (62) dat er ook een vegetarische paella is. Ze schept de borden vol en beveelt de tzatzikivariant van haar man van harte aan. ‘Brigitte is de moeder van het hele spul’, stelt Stoof (57) vast. ‘Met Jan maakt ze er heel erg een gezamenlijk project van.’
De kok zelf: ‘Je móét met z’n allen eten voor een voorstelling. Niemand mag met een bakje fabriekslasagna bij een magnetron staan, zoals je in veel theaters ziet. Dat is zielig. En samen eten is gezellig.’
Onder de tafel stopt Kaandorp hun hond hapjes toe. Als hij niet bedelt, ligt Sproet (18) tevreden op de bank, op een zacht kussen. Iedereen in de theaterwereld kent Sproet, het dier gaat altijd mee. Toen Kaandorp eens in Antwerpen op moest treden, in een zaal waar een hondenverbod gold, smokkelde Jan Das hem in een tas mee naar binnen.
Een leegstaande tennishal uit de jaren zeventig met een lekkend dak, het laatst in gebruik als locatie voor coronavaccinaties, is na een haastige renovatie omgebouwd tot een sfeervolle nachtclub. Het IJmuidense echtpaar Lia en Fred houdt er voor vrienden en bekenden hun jaarlijkse, alweer 29ste adventshow. Ook de Amsterdamse oma (Jenny Arean) heeft een rol.
Er is een viermansorkest, er is een grote verdwijntruc (met dank aan Hans Klok) en er wordt gezongen, door Kaandorp, Stoof, Arean, en de jonge vrouw die haar kleindochter speelt en dat in werkelijkheid ook is, Jente van den Brenk. Het zijn, uitgezonderd een medley van vette après-skihits, kerstliedjes met een karakteristieke, droge Kaandorp-tekst.
In een hertaling van het zoete Feliz Navidad zingt Arean mopperend dat Kerstmis nooit normaal kan verlopen, want ‘er ligt altijd wel een zenuw open’. En met z’n allen aan het slot, op de melodie Happy Xmas (War Is Over) van John Lennon, Yoko Ono en The Plastic Ono Band:
Droog je tranen
Veeg je neus af
Steek een kaars aan
Het is Kerstmis
Het Haventheater is de tijdelijke behuizing van de Velsense schouwburg, gesloten wegens een grote, 25 miljoen euro kostende verbouwing. Met haar ‘oude moedertje’ was Kaandorp hier een paar jaar geleden al eens, voor een coronaprik. In augustus vroeg schouwburgdirecteur Jacob Bron of ze in de laatste weken van het jaar kon komen optreden. Ze zou de eerste zijn.
De twee hebben een goede band, Kaandorp nam in juli ook de afscheidshow in de Velsense schouwburg voor haar rekening, Uitzwaaien. ‘Er zaten gaten in de programmering. Heb je nog wat leuks, vroeg Jacob. In deze periode kun je kerst niet negeren. Goed hoor Jacob, hoorde ik mezelf zeggen. En dan maken we er een kerstshow van.’
De voorbereiding op een ‘countryshow’ werd uitgesteld. Het was haastwerk, zegt Kaandorp. Binnen twee maanden moest het klaar zijn. Wat klein begon, een lollig tussendoortje zou gaan worden, groeide uit tot een volwaardige, avondvullende show. Geen liedjesprogramma maar muziektheater.
Stoof: ‘Je lult wat met elkaar en van het een komt het ander. Er moet eigenlijk wel een band bij, hè. Hup, een band. Eerst drie man, bescheiden, maar er moet ook een blazer bij. Hup, een blazer.’
Er moest ook nog even een extra rol worden bedacht, voor een gelouterde theatervedette. Kaandorp: ‘Met Jenny Arean deed ik twee jaar geleden een tournee door Nederland en Vlaanderen en langs de Waddeneilanden. Dat was beregezellig. Toen ik haar aan de lijn had en vertelde over de kerstshow, begon ze te stamelen en zei ze allemaal onzinnige dingen. Na een tijdje ging er een lampje branden. Verhip, ben je nou aan het solliciteren voor een rol. Jaaa, zei ze, ze durfde het eigenlijk niet te vragen.’
Na het plotselinge overlijden van haar vaste regisseur, Wimie Wilhelm, werkte Kaandorp al samen met acteur en regisseur Stoof. ‘Voor deze show had ik een tegenspeler nodig. Patrick is grappig en kan goed improviseren, dus daar waren we snel uit. Ik heb nog wel aan hem gevraagd of ik het niet beter samen kon gaan doen met Paul de Leeuw of Richard Groenendijk – grote namen, zeg maar.’
Stoof: ‘Ze hebben het afgelegd tegen mij. Dat snap ik wel.’
Op 3 november ging De grote adventshow in première, op 24 december is de laatste voorstelling. Stoof schreef mee aan de teksten van de show, een vrolijke voorstelling met een bescheiden verhaallijn (een familieruzie, inclusief een verloren dochter) die doordrenkt is met verwijzingen naar de rommelige, vaak verguisde havenstad IJmuiden en speelt met alle mogelijke kerstclichés.
Het podium wordt gedomineerd door een kolossale adventskalender, kaarsen, glitters en kerstbomen, véél kerstbomen. Rood en groen zijn de dominante kleuren. Vlak voor het podium staan tafeltjes en stoeltjes, want Kaandorp wilde per se een nachtclubsetting, net zoals in haar eerste ‘locatieshow’, in 1995 in het Amsterdamse Marcanti.
Het rendier, klein van stuk overigens, biedt het publiek de kans een nummer van de adventskalender te noemen, als de microfoon tenminste werkt. Aan de hand van het voorwerp dat uit de kalender tevoorschijn komt (onder meer een fonduepan, een gerookte makreel en een potje met lucht van de plaatselijke visafslag) leiden Lia en Fred het publiek door de voorstelling.
Op het laatst komt alles weer goed met Lia en haar dochter en vallen ze elkaar in de armen. Kaandorp: ‘Zo hoort het in een kerstvoorstelling. Het is makkelijk, dachten we, we zetten een paar kerstbomen neer, zingen kerstliedjes en dan zijn we al op de helft. Maar dat was niet genoeg. Een kerstverhaal moet dramatisch zijn; er moet iets mis gaan en aan het eind moet het goed komen.’
Goed moment voor een vraag naar hun persoonlijke kerstgevoel, tussen twee happen al dan niet vegetarische paella door.
Kaandorp: ‘Ik heb niet zoveel met Kerstmis. De periode vóór kerst is retegezellig, dat wel. Veel lampjes, lichtjes, onzin, gezelligheid. De kerst zelf valt meestal tegen. Jenny zingt het al, het kan nooit een keer normaal verlopen, er ligt altijd wel een zenuw open.’
Stoof: ‘Als kind vond ik het verschrikkelijk.’
Kaandorp: ‘Ik eigenlijk ook.’
Stoof: ‘Het was zo’n zondagseschoenenmoment. Ken je dat? Dat je op zondagen je nette kleren moest dragen? Er kwamen leuke films op tv, maar die kon je niet zien, want dan zat je met je opa en oma in je zondagse kleren aan de dis.’
Kaandorp: ‘Aan de moeilijke dis.’
Stoof: ‘Nou, niet zo heel moeilijk. Er stonden ineens aardappelkroketjes op tafel, dat was dan speciaal. Mijn moeder maakte altijd heldere groentesoep. Dat vond ze chic. Elke kerst vroeg ik: maar wat is nou eigenlijk het verschil met gewone groentesoep?’
Kaandorp: ‘Er bestaat zoiets als een kerstgevoel, dat valt niet te ontkennen. In de voorstelling spelen we ermee.’
Stoof: ‘Sinds ik verkering heb met een vrouw van wie de hele familie in de bakkerswereld zit, ben ik helemaal om. Ze werken zich voor de kerst drie slagen in de rondte en nemen het er vervolgens goed van. Heerlijk!’
Naast Kerstmis is IJmuiden de rode draad in De Grote Adventshow. Deels putten Kaandorp en Stoof uit eigen ervaring. De moeder van Kaandorp komt er vandaan, ze is een halve Vissenkop.
‘Ik vertel altijd graag dat mijn overgrootvader de eerste sluiswachter was. Ik kwam hier vaak, ik hou van underdogplekken. Wie gaat er nou naar IJmuiden? Maar rij langs het Noordzeekanaal en kijk aan de overkant eens naar de Hoogovens. Schit-te-rend. IJmuiden is mooi van lelijkheid, een combinatie van vis, industrie, zee en een paar fraaie huizen uit achttienzoveel. Het is ook fijn dat er nul pretenties zijn. Carré is ook hartstikke leuk, daar sta ik graag, maar hier vind ik het net zo fijn.’
Stoof: ‘De eerste sushitent van Nederland was hier gevestigd, dat is niet niks.’
Als bezitter van een huisje op het IJmuider strand leerde hij de stad en de plaatselijke mores goed kennen. De namen Lia en Fred ontleende hij aan een ouder echtpaar dat hij op het strand leerde kennen. ‘Hij is zo’n klusser. Ik heb ze nog wel even gevraagd of ze geen bezwaren hadden.’
Kaandorp: ‘Fred en Lia, dat was meteen goed. Dit is óók een eerbetoon aan al die gekke IJmuidenaren. Leuk publiek ook, ik hou van die ruwe bolster, blanke pit-types. De helft van mijn genen zijn hier ontstaan. Dat zal het zijn.’
De theaterdirecteur, Jacob Bron, is er vanavond ook. Hij vertelt over de ‘monsterklus’. Over het lekkende dak bij zijn eerste inspectie van de tennishal (‘Overal stonden emmertjes’), over de bar en de stoelen die zijn meegenomen uit de schouwburg, het tapijt in de foyer en de facelift van de buitenkant. ‘We zijn de fantasie gaan uitvlooien naar de werkelijkheid en hebben een illusie gecreëerd.’
Het podium is 30 meter breed en de zaal telt zevenhonderd plaatsen. Dat mensen nog steeds denken dat ze in een bouwvallige tennishal terecht zullen komen en soms hun eigen stoelen meenemen, soit. Bron prijst zich gelukkig met de openingsvoorstelling, een ‘heerlijk volksding’ volgens hem.
‘Ik hou van kerst en ik hou erg van Brigitte. Dit is geen Brigitte-show zoals je misschien zou verwachten, maar een volksfeest. Zoals Mies Bouwman vroeger een zaal betoverde, doet Brigitte dat ook. De show is vermakelijk en feestelijk, precies wat we in deze rare tijden nodig hebben.’
De voorstelling in het Haventheater vanavond is niet geheel uitverkocht. Dat overkomt Brigitte Kaandorp niet vaak. ‘Ik sta natuurlijk bekend als solist, maar dit is wat anders. Iedereen komt hier op eigen risico, maar zelfs hier hoor ik nog: hè, jammer dat je niet alleen bent.’
Patrick Stoof stelt na afloop nog maar eens vast dat het heerlijk is om een kerstman te spelen, zeker aan haar zijde. ‘Omdat we allebei zo intuïtief zijn. We weten niet waarom dit leuk is, maar het voelt en werkt goed. Ze kan goed improviseren en ze houdt echt van haar publiek. En ik vind het mooi dat ze speelt. In haar solovoorstellingen is ze Brigitte Kaandorp. Nu moet ze acteren en dat doet ze geweldig.’
Kaandorp: ‘In het begin zat ik iets te veel klem in het personage, in Lia. In de loop van de weken ben ik iets meer in de richting van Kaandorp geschoven, maar ik zat altijd al dicht tegen haar aan, met mijn bijdehandheid.’
In de artiestenfoyer neemt haar man intussen het rendier onder handen, zorgvuldig wroetend in het binnenste van het speelgoeddier. De tafel is bezaaid met watten. ‘Ik ga het rendier gooibestendig maken.’ Hij weet ook al wat er morgen in Circus Kaandorp wordt opgediend: hutspot.
Talloze muzikanten, cabaretiers en andere theatermakers grijpen Kerstmis aan voor een voorstelling. Het aanbod is groot en divers en de grootste zalen van het land worden benut. De Ashton Brothers staan met een Magische, hilarische kerst in Ahoy, acteur Frank Lammers in de Ziggo Dome met Santa Claus is Coming to Town, als de kerstman zelf. ‘Want deze wereld kan het hele jaar wel wat kerst gebruiken.’
Liedjes, kérstliedjes, domineren in het aanbod. John de Bever krijgt voor zijn show De Bevers vieren kerst hulp van onder meer Johan Derksen en Hélène Hendriks. Schrijver Nicolien Mizee en de vrouwen van Wishful Singing gaan op zoek naar ‘dat echte kerstgevoel’. Theatermaker Steef de Jong is op een vaste locatie (schouwburg Haarlem) het middelpunt van een ‘hartverwarmend familie-operettespektakel voor 8 tot 108 jaar’, getiteld Postillon d’amour.
Holland Baroque en Daniël Lohues reizen in adventstijd ‘samen de kerstster achterna’ en ook Herman van Veen en de tweelingzussen Loes en Renée Wijnhoven (Clean Pete) geven concerten. Roué Verveer (‘Zeg je kerst, dan zeg je de nieuwe kerstshow van Roué Verveer’), Rayen Panday, Ton Kas en het echtpaar Leo Blokhuis en Ricky Koole (met Tangerine & Frédérique Spigt) grijpen de feestdagen eveneens aan voor kerstgelateerde optredens.
Tv-kok Rudolph van Veen verschijnt samen met muzikant Diederick Ensink in een ‘geurende familievoorstelling’. De titel van de show van Ellen ten Damme is verreweg het spannendst: Hete kerst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant