‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’, luidde een slogan van de Belastingdienst die tussen 1993 en 2019 via Postbus 51 werd verspreid. Dat er vijf jaar geleden mee werd gestopt, is nu wel duidelijk. Het gaat niet alleen fout met de belastingheffing in de beruchte box 3, waar na het advies van de Raad van State een impasse is ontstaan, maar zelfs de hypotheekrenteaftrek in box 1 blijkt te rammelen.
In 2020 besloot het kabinet-Rutte het aantal belastingschijven terug te brengen van vier naar twee. Daarbij moet bij inkomens tot 75,518 euro over de eerste schijf 36,97 procent belasting worden betaald en 49,50 procent over het deel boven dat bedrag. Wie een belastbaar inkomen van 100 duizend euro geniet, betaalt in een gesimplificeerd voorbeeld in de eerste schijf 27.919 (36,97 procent van 75.518 euro) en in de tweede schijf 12.119 (49,5 procent van 24.428 euro) belasting. Dat is in totaal 40.038 euro. Zelfs iemand in groep 6 kan ondanks de teruglopende rekenvaardigheid de was doen.
Maar het kabinet-Schoof maakt het weer iets ingewikkelder. Die heeft er een extra schijf tussen gezet, zodat het lijkt dat de lagere inkomens iets minder en de hogere inkomens iets meer belasting gaan betalen.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In 2025 moet tot inkomens van 38.441 euro 35,82 procent in Eelco Heinens schatkist worden gestort, 37,48 procent over het deel tussen 38.441 tot 76.871 euro en 49,5 procent boven dat bedrag. Dat is in totaal 39.623 euro. Omdat de verlaging van een vol procentpunt in de eerste schijf zwaarder weegt dan het nadeel van een half procentpunt in de tweede schijf, gaat iemand met een inkomen van een ton er 415 euro op vooruit. Wie 38.441 euro verdient, gaat er 511 euro op vooruit – als geen rekening wordt gehouden met het verlies van toeslagen of aftrekposten.
En dan is er voor de huizenbezitters de hypotheekrenteaftrek. Wie met een inkomen van 100 duizend euro een huis koopt van vier ton en daar een volledige hypotheek op neemt, moet bij een rente van 4 procent de bank jaarlijks 16 duizend euro betalen, zonder aflossing.
Dat bedrag kan men van het inkomen van 100 duizend euro aftrekken, gecorrigeerd met het eigen woningforfait. Als de woz-waarde van de woning ook vier ton bedraagt, moet die aftrekpost worden verminderd met 0,35 procent van die vier ton: 1.400 euro. In totaal kan 14.600 worden afgetrokken. Dat betekent dat het belastbaar inkomen daalt tot 85.600. Daarover zou in het oude tweeschijvensysteem dan 32.740 belasting worden betaald en in het nieuwe drieschijvensysteem 32.494 euro.
Afgesproken was dat Nederland de hypotheekrenteaftrek zou versoberen. Nu gebeurt het omgekeerde voor middeninkomens. ‘Het principe dat alle inkomens de hypotheekrenteaftrek tegen hetzelfde tarief mogen aftrekken, wordt doorbroken door het belastingplan 2025. Vanaf 38.400 euro mag men tegen het marginale tarief van 37,48 procent aftrekken’, aldus hoogleraar Raymond Gradus. Nu moet de Eerste Kamer corrigeren.
Als iedereen wat te zeggen heeft (Hoge Raad, Europese Hof, Brussel, Raad van State), is belastingheffing bijna onmogelijk. ‘Moeilijker kunnen we het niet maken, rommeliger wel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns