Door de roman die ik over mijn jeugd in een Blokkerwinkel in Emmen heb geschreven, is onze winkel in de Volkskrant weleens uitgeroepen tot ‘de beroemdste Blokker van de Nederlandse literatuur’. Ik ben best trots op deze eretitel. Al is Blokker dan failliet en dooft binnenkort voorgoed het oranje licht dat mij zo lang en grondig heeft beschenen. En zijn me in de literatuur eerlijk gezegd ook geen andere Blokkerwinkels bekend.
Totdat iemand mijn vader het verschil tussen fictie en non-fictie had uitgelegd, vertelde hij later, half serieus, denk ik, was hij erg ongelukkig met het boek. Bijvoorbeeld door wat ik de jongvolwassene daarin laat zeggen over de goedkope plastic troep uit China die we verkochten. Dat kwam allemaal in de natuur terecht, en daarmee in de mens – die domme klanten konden die citruspersen dus eigenlijk net zo goed meteen opvreten.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het was maar een cynische overdrijving, niet serieus bedoeld, of hooguit een beetje. Ik kon ook niet weten dat ik daarmee de toekomst voorspelde. Want het is zover, we hebben het plastic al opgegeten. In de vettige laag die artsen uit onze dichtgeslibde aderen schrapen, wordt genoeg plastic aangetroffen.
Aan het einde van mijn jeugd verhuisden we van de woning boven de Blokker naar een huis met een grote tuin en veel actieve kippen. Sindsdien aten we altijd eieren van thuis. Mijn zussen ook. Vrienden, bekenden, familieleden – iedereen die langskwam, kreeg een nieuwe doos verse eieren in de handen gedrukt, al hadden ze nog genoeg.
Achteraf hadden we dat misschien beter niet kunnen doen. Want nu pas, begin dit jaar, na twee à drie decennia eieren uitdelen, bracht het RIVM ineens een dringend advies uit: eet geen eieren van hobbykippen, want die zitten vol met pfas, giftig goedjes die in allerlei producten worden verwerkt. Een goed advies, leek mij, maar bij alle aandacht voor de volksgezondheid miste ik de vraag: hoe zou het met de kippen zijn?
Er moest nog worden uitgezocht hoe de pfas in de hobbyeieren was gekomen, maar zelf kon je vast bedenken dat het de kippen was ingedrongen, tot diep in hun voortplantingsorganen. Arme dieren. Je zou ze eigenlijk uit hun hobbyhokken moeten bevrijden en veilig onderbrengen in de bio-industrie.
Kortgeleden werden de onderzoeksresultaten bekendgemaakt: de wormen zitten vol met pfas, zo komt het in de kippen en de eieren. Het was een goed onderzoek, leek mij, maar er was niemand die vroeg hoe het met de wormen ging, of hoe het in de wormen was gekomen. Misschien wel omdat we de antwoorden al kennen: het zit overal in, het land, de zee en de lucht, in alles wat groeit en bloeit. Hoe het erin is gekomen, is misschien ook al niet meer zo interessant om te weten als het antwoord op de vraag: hoe krijg je het er weer uit?
Eerst moest de aarde het ontgelden, toen het klimaat en nu is de mens aan de beurt. Je zou in karma of de duivel gaan geloven: terwijl we dachten de natuur met onze troep op te zadelen, hebben we per ongeluk onszelf vergiftigd.
Dat is wel wat, al bij al. Het is dat er gauw een wereldoorlog komt, anders zou je je hier misschien wel zorgen over maken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns