De vrouw in de rolstoel die daarvoor de vrouw in het ziekenhuis was geweest en die daar weer voor andere functies had bekleed, vertrouwde het niet, ze vreesde dat ik haar uit de rolstoel zou laten glippen. Zoals ik drie decennia eerder mijn vader weleens uit zijn rolstoel had laten glippen, waar hij overigens niets aan had overgehouden. Inmiddels zijn enkele vaardigheden mij ten deel gevallen, een soort genade.
Maar geen vertrouwen blijft geen vertrouwen.
De vrouw wilde het revalidatiecentrum kortstondig verlaten om eens lekker te eten in een nabijgelegen bistro, maar behalve de tocht met rolstoel, vreesde ze na de maaltijd te worden vergeten in de bistro zoals ik een jaar of wat geleden de hond van mijn vriendin had vergeten in pizzeria Capri.
Ik was al twee hoeken verder toen de ober achter mij en mijn zoon kwam aangerend. Niet eens verontwaardigd. Het komt vermoedelijk vaker voor dat mensen hun huisdier vergeten in de pizzeria, al dan niet per ongeluk.
Een mens is geen hond, zou je denken, maar dat is allicht te idealistisch gedacht.
Uiteindelijk wilde een betrouwbare vriendin de rolstoel duwen als ik mij zou ontfermen over mijn jongste zoon in zijn karretje.
Zo raceten we over de Overtoom. Om de dingen zo probleemloos mogelijk te laten verlopen in de wereld van de peuter is het het best om van alles een wedstrijd te maken. Schoenen aandoen, tandenpoetsen, het revalidatiecentrum verlaten, de tram betreden. Overal spannende wedstrijden.
De bistro kwam in zicht. Niemand viel uit zijn rolstoel, al scheelde het niet veel. Racen blijft racen.
De bistro was zoals het bistro’s betaamt petit, de rolstoel werd geparkeerd voor het toilet. Nergens anders was plaats voor het gevaarte, wat de gang naar het toilet voor menig bezoeker bemoeilijkte, maar een beschaafd mens kan zijn behoeftes ophouden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns