Op de eerste rij van het vliegtuig gaat een vrouw zitten. Ze is een jaar of 60, draagt een sjaal en heeft stroblond haar. Ze legt haar rugtas voor zich neer, haalt haar telefoon tevoorschijn en maakt het zichzelf gemakkelijk. Een jonge stewardess loopt langs, houdt stil en buigt zich naar de vrouw. ‘Aangezien u op de eerste rij zit, mogen er tijdens het opstijgen en ook tijdens de vlucht geen tassen op de grond of onder de stoelen liggen.’
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
De vrouw fronst. ‘Ook niet als we in de lucht zitten?’ De stewardess glimlacht beleefd. ‘Nee, dan ook niet. Veiligheidsmaatregelen.’ De vrouw schudt haar hoofd en kijkt verontwaardigd de man naast haar aan, die bij het raam zit. ‘Dit is toch niet normaal? Waar heb ik dan die dertig euro extra voor betaald?’ De man kijkt even op van zijn telefoon, haalt zijn schouders op en richt zijn blik dan weer op de film die hij aan het kijken is. Hij heeft niet zoveel zin in gezeur. Zuchtend staat de vrouw op en met veel misbaar stopt ze haar rugtas in een bagagevak.
Ze probeert haar verontwaardiging te ventileren bij een man en een vrouw op de rij achter haar. Maar al snel blijkt dat de man een regels-zijn-nou-eenmaal-regelsman is. Mopperend gaat de vrouw gaat weer zitten. Vlak voordat het vliegtuig gaat opstijgen komt er een andere steward langs de eerste rij lopen. Hij spreekt de man bij het raampje aan. ‘Ik zie dat u uw jas en trui bij uw voeten heeft liggen. Maar die ruimte moet vrij zijn.’
De man glimlacht, knikt en neemt het spijkerjasje en een grijze capuchontrui bij zich op schoot. Daar neemt de steward geen genoegen mee. ‘U moet ze aantrekken’, zegt hij bits. De man zucht. Hij heeft mijn lengte, heeft een volle, rossige baard en blauwgroene ogen, die verraden dat hij dit kinderachtig gedoe vindt. Hij maakt zijn riem los, trekt de spijkerjas aan en legt de trui als een sjaal om zijn schouders.
‘Dat is niet aantrekken’, zegt de steward. Hij knippert geïrriteerd met zijn ogen. De man draait met zijn ogen, kijkt de steward verbaasd aan. ‘Dude, serieus. Meen je dit?’ ‘Ja, dat meen ik’, bijt de steward hem toe.
Hoofdschuddend trekt de man de trui van zijn schouder en geeft die aan de steward, die hem in een bagageruimte propt. De vrouw van de rugtas lacht. ‘Dit is toch schandalig?’
De man knikt. Hij wilde niets met haar te maken hebben, maar nu is zij de enige die hem begrijpt, hem waarlijk ziet. Ze zijn verbonden in hun gezamenlijke verontwaardiging, verenigd in verbolgenheid. Samen klagen ze nog even door.
Een rij achter hen buigt de regels-zijn-nou-eenmaal-regelsman zich naar zijn vrouw. Hij doet geen enkele moeite te fluisteren en wat hij zegt is een rij voor hem duidelijk hoorbaar. ‘Ze zijn een match made in een heaven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns