Home

Tweede Kamer wijst opnieuw omstreden handelsverdrag met Zuid-Amerika af

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer heeft zich opnieuw uitgesproken tegen het omstreden EU-vrijhandelsverdrag Mercosur. De Kamer wil dat Nederland samen optrekt met Polen en Frankrijk om ratificatie van het verdrag te voorkomen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

Alleen de VVD, D66 en het CDA stemden dinsdagmiddag tegen de anti-Mercosurmotie van de Partij voor de Dieren. De motie ‘verzoekt’ het kabinet de Europese Commissie te laten weten dat Nederland tegen het verdrag zal stemmen. De Tweede Kamer gaat zelfs nog verder: Nederland moet proberen een blokkerende minderheid van EU-landen te organiseren die het verdrag kan tegenhouden. Individuele lidstaten hebben namelijk geen veto.

De onderhandelingen over Mercosur, het beoogde vrijhandelsverdrag tussen de EU en vijf Zuid-Amerikaanse landen, lopen al bijna 25 jaar. Ze zitten nu in de eindfase. De Mercosurlanden (Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Bolivia) hopen nog deze maand een definitief akkoord te kunnen sluiten met voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen.

Mercosurtop in Uruguay

Eind deze week is er een Mercosurtop in Uruguay waar de zaak afgehamerd zou moeten worden. Vlak voor Kerstmis zou Mercosur dan op de agenda van de Europese Raad in Brussel staan.

Alles over politiek vindt u hier.

Maar of het verdrag nog deze maand in kannen en kruiken is, is onzeker. Frankrijk voert al jaren campagne tegen Mercosur, omdat het verdrag de concurrentiepositie van Franse boeren zou ondermijnen. Onder het verdrag verdwijnen de meeste importtarieven op de handelsstromen tussen de EU en de Mercosurlanden. Het gaat om de import en export van machines, geneesmiddelen, consumentengoederen, grondstoffen, maar ook landbouwproducten.

Europese boeren vrezen dat Europa straks overspoeld raakt met goedkope landbouwproducten uit Zuid-Amerika, omdat Zuid-Amerikaanse boeren aan lagere milieu- en dierenwelzijnsnormen gebonden zijn dan agrariërs in de EU. Daarom heeft ook de Nederlandse landbouworganisatie LTO zich tegen Mercosur uitgesproken.

Te weinig garanties

Ook milieuorganisaties en vakbonden zijn tegen het verdrag gekant, omdat het volgens hen te weinig waarborgen bevat voor de bescherming van arbeidsrechten, mensenrechten, klimaat en milieu in Zuid-Amerika. Meer export van soja en vlees naar Europa zou bijvoorbeeld de ontbossing ten behoeve van de landbouw bevorderen.

Consumentenorganisaties zijn bezorgd over de voedselveiligheid: in Zuid-Amerika worden bestrijdingsmiddelen gebruikt die in de EU verboden zijn. Een recent EU-rapport wees uit dat Brazilië in de praktijk niet kan garanderen dat zijn exportvlees geen groeihormonen bevat, omdat het land de handhaving en controle daarop niet op orde heeft.

In dit opzicht maakt de EU zich wel schuldig aan enige hypocrisie. Ruim zeshonderd Franse parlementariërs spraken zich vorige maand in de krant Le Monde tegen het Mercosurverdrag uit. Een van hun argumenten was het hoge pesticidengebruik in Brazilië, dat met 6 kilogram per hectare een stuk hoger ligt dan in Frankrijk (3,6 kg per hectare). Nederlandse boeren verbruiken echter gemiddeld 7 kg bestrijdingsmiddelen per hectare, en hun producten mogen gewoon in Frankrijk verkocht worden.

Bovendien blijkt uit de jaarlijkse inspectierapporten van de Nederlandse toezichthouder NVWA dat er ook in Nederland verboden middelen op landbouwgewassen worden gespoten, dus dat controle en handhaving te wensen overlaten. Eerder dit jaar rolde Europol een Italiaans-Roemeens crimineel netwerk op dat op grote schaal illegale bestrijdingsmiddelen importeerde en in de EU verkocht.

Verbond tussen links en rechts

De grote Kamermeerderheid tegen het Mercosurverdrag steunt op een verbond tussen linkse partijen die zich zorgen maken over ontbossing, voedselveiligheid en mensenrechten, en rechtse partijen die de Europese landbouwbelangen willen beschermen. Drie van de vier coalitiepartijen (PVV, NSC, BBB) steunden de Partij voor de Dieren-motie. Alleen VVD, D66 en CDA stemden tegen.

De voorstanders van het handelsverdrag beroepen zich voornamelijk op economische en geopolitieke argumenten. Duitsland en Spanje zijn bijvoorbeeld enthousiast pleitbezorger. Duitsland rekent op gunstige effecten voor zijn kwakkelende (auto)industrie en Spanje heeft van oudsher al goede handelsbetrekkingen met Spaanstalig Zuid-Amerika.

Een groot aantal EU-landen wil met het verdrag een dam opwerpen tegen de groeiende invloed van China, dat maar al te graag handel drijft met Zuid-Amerika als Europa het laat liggen.

De EU wil op de grondstoffenmarkt minder afhankelijk worden van dictaturen als Rusland, het Midden-Oosten en China. Om zich van de aanvoer van zeldzame metalen en andere schaarse grondstoffen te verzekeren, moet het blok van 27 landen wel zaken doen met landen in Latijns-Amerika en Afrika, redeneren de Europese Commissie en de meeste EU-landen. Ook al houden die landen er qua mensenrechten en milieu minder hoge standaarden op na.

Italië is cruciaal

Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen schromen niet om de EU van kolonialistische neigingen te betichten als Brussel hun de milieu- en mensenrechtenwetten wil voorschrijven. Voor deze landen zijn mensenrechten, klimaat en milieu luxeproblemen. Zij geven liever voorrang aan hun economische ontwikkeling. Als de EU daar een probleem mee heeft, dan kloppen ze wel aan bij China. Dat land doet niet zo moeilijk, klinkt het dan.

Om ratificatie van het verdrag tegen te houden, moet een ‘blokkerende minderheid’ in de Europese Raad een tegenstem uitbrengen. Die minderheid moet bestaan uit minstens vier lidstaten die samen minstens 35 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Op dit moment zijn alleen Frankrijk en Polen verklaarde tegenstanders. Als Nederland zich daarbij aansluit, is dat niet genoeg voor een blokkade. Een tegenstem van Italië is cruciaal, maar de Italiaanse regering lijkt daartoe nog niet bereid.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next