Home

De noodgreep van president Yoon Suk-yeol illustreert onmacht, vijandschap en een zwakte van het systeem in Zuid-Korea

De Zuid-Koreaanse president Yoon Suk-yeol kondigde dinsdag onverwachts de staat van beleg af, een extreem middel met een gevoelig verleden. Een paar uur later zei hij de noodtoestand weer op te heffen. Waarom deed Yoon dit en wat toont deze noodgreep aan?

is voormalig correspondent in Seoul, Zuid-Korea. Nu woont hij in Stockholm.

Tanks in de straten van Seoul, soldaten bij het parlement. Het doet denken aan de tijd dat Zuid-Korea nog een dictatuur was en dissidenten hun leven riskeerden om hervormingen af te dwingen. Aan die naoorlogse autoritaire periode kwam pas in 1987 een einde, toen mensenmassa’s voor de zoveelste keer de straat opgingen om vrije verkiezingen te eisen. Het was hét moment dat het Oost-Aziatische land aan een gestage democratische ontwikkeling begon, waarmee het land internationaal veel lof oogstte. Nog regelmatig halen experts Zuid-Korea aan als een lichtend voorbeeld voor de regio.

Die reputatie lijkt in een keer te grabbel gegooid, nadat president Yoon Suk-yeol dinsdag onverwachts de staat van beleg had afgekondigd, een instrument dat voor het laatst tijdens het militair bewind in 1980 werd gebruikt. Een maatregel ook met mogelijk gevaarlijke gevolgen, want hij maakte het leger voor even de baas over politiek, rechtspraak en media. Het bewind kon mensen zelfs oppakken en vasthouden zonder dat daarvoor een arrestatiebevel nodig is. Waarom deed Yoon dit?

Afleidingsmanoeuvre

Yoon zelf wees naar Noord-Korea. In zijn toespraak waarin hij zijn beslissing verdedigde, sprak hij over de dreiging van Noord-Koreaanse sympathisanten in de Zuid-Koreaanse samenleving en het parlement. Dat is een truc die door zijn conservatieve Volksmachtpartij wel vaker van stal wordt gehaald. De grote politieke concurrent, de Democratische Partij, is voor toenadering tot Noord-Korea. De conservatieven, die juist voor een harde lijn richting Pyongyang zijn, schilderen hen graag af als gevaarlijke communisten.

Het wijzen naar Noord-Korea en binnenlandse sympathisanten lijkt een afleidingsmanoeuvre. Hoewel uit het noorden de laatste tijd dreigende geluiden klinken – Noord-Korea verwoestte onlangs stukken weg in de buurt van grensposten – is de verstandhouding tussen de verscheurde naties al jaren hetzelfde: slecht.

Jarenlange vijandschap

De beslissing het leger in te zetten lijkt veeleer een wanhopige poging om de oppositie, die een meerderheid heeft in het parlement, uit te schakelen. De impopulaire Yoon ligt al sinds zijn aantreden in de clinch met de Democratische Partij, wiens kandidaat hij bij de verkiezingen in 2022 nipt versloeg. De Democraten proberen de president en diens partij op allerlei manieren te dwarsbomen. Zo zijn er afzettingsprocedures gestart tegen openbaar aanklagers, omdat ze weigeren de vrouw van Yoon te vervolgen voor aandelenfraude.

De noodgreep van Yoon illustreert dan ook niet alleen onmacht, maar ook de ongezonde, jarenlange vijandschap tussen de twee grootste partijen van het land. Verkiezingen lopen weliswaar ordentelijk en bij verlies doen beide partijen vrijwillig afstand van de macht, maar daarbuiten gunnen ze elkaar weinig tot niets en doen ze alles om elkaar het leven zuur te maken. De rechtbank is al jaren een politiek strijdtoneel en ook het maatschappelijke debat is erdoor vergiftigd. Begin dit jaar werd oppositieleider Lee Jae-myung tijdens een werkbezoek in zijn nek gestoken. Hij had een urenlange operatie nodig om te overleven.

De botte bijl waarnaar de president nu greep, illustreert ook een zwakte van het democratische systeem in Zuid-Korea. Vanwege het conflict met Noord-Korea werd een sterke president altijd nodig geacht. De president leidt de regering en kan op alle terreinen, van onderwijs tot defensie, invloed uitoefenen. Tegelijk is de president voor wetgeving afhankelijk van het parlement. Als dat, zoals nu, in handen is van de oppositie, heeft hij weinig in de melk te brokkelen. Dit zorgt vaak voor teleurstelling bij kiezers: vrijwel elke president vóór hem kreeg te maken met dalende populariteitscijfers.

Zuid-Koreaanse bestuurders zijn ook nog eens een makkelijk doelwit omdat ze opereren in een wereld waar corruptie wijdverbreid is. Sinds de democratisering raakten acht van de negen presidenten verstrikt in corruptieprocessen van zichzelf, hun partner of hun kinderen. In 2009 pleegde de Democratische president Roh Moo-hyun (2003-2008) zelfmoord nadat er een corruptieonderzoek naar zijn familie was gestart. In 2016 werd de conservatieve president Park Geun-hye door het parlement afgezet, omdat ze steekpenningen van grote bedrijven had aangenomen. Nu zit de oppositie achter Yoons vrouw aan.

Tragisch

Dat uitgerekende de conservatieve Yoon voor het eerst in 44 jaar een staat van beleg afkondigt, is pijnlijk. Het is zijn conservatieve partij die wortels heeft in het autoritaire Zuid-Korea. De partij van oud-generaal en alleenheerser Park Chung-hee, die het land tijdens de jaren zestig en zeventig met ijzeren vuist regeerde, wordt gezien als een van de voorlopers van de conservatieve beweging. Parks dochter Geun-hye werd in 2013 namens de partij president.

De dictator zelf werd in 1979 vermoord en het jaar erna opgevolgd door een nieuw militair bewind, dat in 1980 een studentenopstand in de stad Gwangju bloedig neersloeg. Het bloedbad, schattingen lopen uiteen van 600 tot 2.300 doden, staat in Zuid-Korea nogal altijd symbool voor de militaire repressie. De kersverse winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, schrijfster Han Kang, schreef er een boek over, Human Acts.

Het is tragisch dat de president nu weer het leger inzette in een politieke strijd. Hoopgevend is dat ook de partijleider van de conservatieven, Han Dong-hoon, zei dat de noodgreep van de president te ver ging. De vraag is of Yoon met deze actie wegkomt. Door naar zo’n extreem middel te grijpen, met zo’n gevoelig verleden, heeft hij bij veel Zuid-Koreaanse politici en burgers alle krediet verspeeld.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next