Interessante kwestie: hoe leg je een vraag over klimaatverandering voor aan een minister die een paar weken ervoor het hele fenomeen klimaatverandering nog im Frage heeft gesteld?
Tja, lastig.
Ilana Rooderkerk (D66) heeft een vraag over grote bedrijven die aan klimaatdoelen gehouden moeten worden. Het grote probleem daarbij is, bleek deze week uit een artikel in NRC Handelsblad, dat de twee ministeries die erover gaan, ruziemaken over wat er dan met die bedrijven moet gebeuren. Ondertussen tikt het klokje door en verpietert de aarde verder. Er is geen tijd voor ruzie.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Eigenlijk zou de minister van Klimaat en Groene Groei, Sophie Hermans (VVD), de vragen van Rooderkerk moeten beantwoorden. Of de staatssecretaris. Maar die zijn er beiden niet, dus is minister van Infrastructuur en Waterstaat Barry Madlener (PVV) voor het vragenuur opgetrommeld. Volgens Madlener is er geen gedonder tussen de ministeries. ‘Er is geen ruzie, wel discussie. Dat kan ik zeggen namens minister Hermans. En namens Chris.’ Hij bedoelt Chris Jansen (PVV), staatssecretaris van Openbaar Vervoer en Milieu.
Madlener herhaalt keer op keer dat dertien van Nederlands grootste twintig bedrijven ‘een intentie’ hebben getekend en dat er ‘expressions of principles’ zijn – uitingen van principes, vertalen we dat maar even, maar daar schiet je weinig mee op. Hij zegt ook dat de bedrijven ‘ambities hebben’ om hun CO2-uitstoot terug te dringen.
Nadat hij ditzelfde antwoord op een aantal van Rooderkerks vragen heeft gegeven, gooit ze het over een andere boeg: gelooft Madlener eigenlijk wel in klimaatverandering? ‘Twee weken geleden zei hij in het debat over water en overstromingen dat hij nog niet zo zeker wist of klimaatverandering wel bestaat’, zegt ze. ‘Hij noemde het een theorie waar we kritisch op mogen zijn.’
Madlener lijkt niet geraakt door deze nieuwe afslag in het vragenuur. ‘Het klimaat is niet helemaal doorgrond’, antwoordt hij. ‘En de klimaatwetenschap is nog niet helemaal uitgekristalliseerd.’ Waarop Rooderkerk zegt: ‘Kennelijk heb ik dan nu een debat met de minister van klimaatontkenning.’
Joris Thijssen van GL-PvdA gaat er harder in als hij het woord krijgt. ‘De klimaatwetenschap is kristalhelder, en de secretaris-generaal van de VN zegt dat we op weg zijn naar een klimaathel. De minister staat hier twijfel te zaaien over klimaatwetenschap. Wil de minister dat rechtzetten?’ Waarop Madlener zegt: ‘Ik heb de wetenschap niet in mijn binnenzak zitten. De wetenschap bestaat uit al die wetenschappers die ermee bezig zijn, en de meningen hierover zijn nog steeds verdeeld. Ik zie helemaal niet in wat daar mis mee is.’
Wat het betekent dat Barry Madlener de klimaatwetenschap niet in zijn binnenzak heeft zitten, begrijpt volgens mij niemand, en daarom is het misschien best een slimme formulering. Hij komt er in ieder geval mee weg, want in de vragen erna gaat het weer over de twintig grootste bedrijven van Nederland, en of die ‘jarenlang schade’ hebben veroorzaakt (Christine Teunissen, PvdD) of dat we die bedrijven juist ‘keihard nodig hebben om van ons land een fijn land te maken’ (Henk Vermeer, BBB). Barry Madlener besluit het debat met: ‘Als positief mens moet ik zeggen: ja, er zijn uitdagingen.’
Na het vragenuur worden Sander van Waveren en Willem Koops voor de fractie van de NSC ingezworen, omdat leden Rosanne Hertzberger en Femke Zeedijk daar opstapten. Een drom Kamerleden verzamelt zich om ze te feliciteren. Pieter Omtzigt (NSC) is er ook, maar kort daarna weer weg. Dilan Yesilgöz (VVD) stapt na haar felicitaties op een van de persfotografen af en begint jolige boksbewegingen te maken. Ze maken een kort praatje. Zitten ze allebei op boksles?
Een oudere man op de genodigdentribune, vast familie van een van de twee net ingezworen NSC-leden vraagt de man naast hem waar de NSC-fractie eigenlijk zit in de Kamer. De man wijst. Daar, in het midden, wijst hij aan. ‘Iets links van het midden?’, vraagt de oudere man. ‘Nou, in het midden’, zegt de jongere man. ‘Iets links van het midden’, concludeert de oudere man toch maar, zelf.
Source: Volkskrant columns