Een deel van de Tweede Kamer is bezorgd dat de handhaving op schijnzelfstandigheid ertoe zal leiden dat zzp’ers via dure uitzend- of detacheringsbureaus gaan werken. Minister Van Hijum van Sociale Zaken ziet geen reden tot paniek en wil de wet na lang gedogen eindelijk gaan naleven.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Het komt niet uit de lucht vallen dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in toenemende mate op zoek gaan naar andere constructies. Al langer heeft het kabinet het voornemen om per januari 2025 strenger te handhaven op schijnzelfstandigheid, nadat die praktijk jarenlang veelal door de vingers werd gezien. En dat betekent voor een deel van de zzp’ers dat ze niet op dezelfde voet verder kunnen. Zij doen soms al jarenlang werk dat door de aard ervan juridisch enkel in loondienst kan.
Bovendien wees juist het ministerie van Sociale Zaken erop dat wie koste wat kost niet in loondienst wil, nog wat flexibiliteit kan behouden door bijvoorbeeld op uitzendbasis te gaan werken. Maar nu het moment van handhaving steeds dichterbij komt, zijn het juist dat soort constructies die tot ongenoegen en spanning leiden bij werkgevers.
Met name in sectoren met een personeelstekort en waar zzp-werk juridisch moeilijk is, kan dat tot problemen leiden. Zo zouden bijvoorbeeld zorg- en kinderopvang-organisaties zzp’ers het liefst verleiden tot een vast contract, maar zien zij nu dat sommigen kiezen voor werk als gedetacheerde. Dat kan juist de kosten opdrijven en mogelijk zelfs tot financiële problemen leiden doordat een werkgever ook het bureau moet betalen voor de bemiddeling.
Volgens VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, die minister Van Hijum dinsdag naar de Kamer riep, heeft dat een simpele oorzaak: veel mensen willen niet in vaste dienst. ‘Zij willen vrijheid, zelfstandigheid en autonomie.’ Aartsen, die al vaker zijn bezorgdheid over de handhaving heeft geuit, wierp op dat het ‘medicijn vele malen schadelijker is dan de kwaal’.
De minister benadrukte daarop dat er genoeg reden is schijnzelfstandigheid aan te pakken. Het gaat volgens hem namelijk vaak gepaard met ‘uitbuiting’, werkt ‘oneigenlijke concurrentie’ met vaste werknemers in de hand en holt het draagvlak voor sociale zekerheid uit doordat zelfstandigen niet meebetalen aan werknemersverzekeringen.
Het was ook niet de eerste keer dat die argumenten in de Kamer passeerden. Over het besluit te stoppen met gedogen is serieus nagedacht, zei de minister, die erop wees dat de Kamer er nog in september over heeft gesproken. Bovendien was toen ook al bekend dat het besluit ‘impact heeft op de arbeidsmarkt’. ‘Daar moeten we niet van schrikken’, aldus Van Hijum.
Toch is een deel van de Kamer wel degelijk geschrokken van de problemen rond de handhaving. GroenLinks-PvdA-Kamerlid Mariëtte Patijn, zelf voorstander van het aanpakken van schijnzelfstandigheid, wilde van de minister weten wat hij kan doen tegen de hoge kosten van de detacheringsbureaus. Ze vreest dat er anders veel geld verloren gaat.
Het is de vraag of die vrees terecht is, zei Van Hijum. Hoewel hij ‘niet helemaal kan uitsluiten’ dat mensen via detacheringsbureaus gaan werken, zijn er nog geen aanwijzingen dat het ‘op heel grote schaal’ gebeurt. Het is ook de vraag of de constructies duurder zijn dan werken met zzp’ers, omdat daar ook al hogere kosten aan verbonden waren.
VVD’er Aartsen vond dat de minister daarmee ‘de onrust probeert te bagatelliseren’. Hij herhaalde zijn vrees dat het personeelstekort in sommige sectoren door de handhaving nog nijpender wordt.
Maar Van Hijum was van mening dat hij voldoende doet voor een ‘zachte landing’, zoals de Kamer van hem heeft gevraagd. Zo is de handhaving in het begin ‘coulant’, wat betekent dat er niet direct boetes worden opgelegd. Bovenal is het volgens de minister tijd dat de wet wordt nageleefd. ‘We moeten een keer door dat punt heen (...) De wet is duidelijk’.
Alles over politiek vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant