Home

We mogen ons gelukkig prijzen dat de macht van dit totalitaire religieus regime is gebroken

Afgelopen vrijdag presenteerde hoogleraar religiestudies Marit Monteiro aan de Radboud Universiteit haar vuistdikke biografie van psychiater Anna Terruwe (1911-2004), Leven voor een leer. De voormalige Katholieke Universiteit was een passende plek, want Terruwe noemde zichzelf een ‘katholiek psychiater’.

De inmiddels vergeten zenuwarts was ooit spraakmakend. In de jaren zeventig ontwikkelde zij zich met haar ‘bevestigingsleer’ tot een aanbeden geluksgoeroe, wier optredens associaties oproepen met paranormaal genezeres Jomanda en bij wie politici als Til Gardeniers en Ruud Lubbers te rade gingen. God had haar met grootse vermogens gezegend, meende ze. Met haar leer en haar directe lijn met Jezus en Maria kon zij de wereld redden. In een vliegtuigje met motorstoring stak ze de stewardess een hart onder de riem met de mededeling: ‘Mijn taak is nog niet af; wij verongelukken niet’.

Toen ik aan Monteiro’s knappe biografie begon was dit alles mij onbekend. Wel wist ik dat Terruwe rond 1950 in conflict was gekomen met Rome. Toen jonge geestelijken zich met hun problemen bij haar vervoegden, beseften de katholieke machthebbers dat dit hun zeggenschap over de gelovige ziel ondermijnde. Terruwe betrad het terrein dat tot dan toe het monopolie was van de clerus.

Wie zondigde moest ter biecht, niet in therapie. Maar terwijl priesters getroebleerde gelovigen met de knoet van de roomse moraalleer het juiste pad op wilden dwingen, zag Terruwe hen als patiënten, die met begrip tegemoet moesten worden getreden. Het was op grond hiervan dat ik Terruwe had ingedeeld bij de katholieke vernieuwers die eind jaren zestig streefden naar enige ontvoogding. Een misvatting, leer ik uit Monteiro’s boek.

Over de auteur

Jolande Withuis is socioloog en biograaf. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nadat het geestelijken in 1956 was verboden bij haar in behandeling te gaan, werd Terruwe in 1965 door de paus gerehabiliteerd. Aan die overwinning ging een lange vuile oorlog vooraf. Getrouw aan de bijbelse traditie van Eva als de bron van alle kwaad, werd bijvoorbeeld het gerucht verspreid dat in Terruwes praktijk naakte meisjes aankomend priesters hielpen masturberen. Maar die oorlog maakt Terruwe nog niet tot een progressief psychiater. En evenmin tot de feministe die sommigen in haar zien.

Niet iedere vrouw die een positie bevecht binnen een mannenbolwerk is feministe. Feministen streven naar een fundamentele wijziging van de seksenverhoudingen; Terruwe beslist niet. Ze was tegen voorbehoedmiddelen, noemde vrouwen die een abortus ondergingen ‘ontoerekeningsvatbaar’ en meende, overeenkomstig de bijbel, dat vrouwen ‘de man ter hulpe’ dienen te zijn. Het zal je dokter wezen.

Dat Terruwe, contrair aan de roomse traditie, het lijden niet wilde verheerlijken maar verminderen, valt hemelhoog te prijzen. Verder echter zijn haar opvattingen en praktijken schokkend – zelfs voor wie de kerk toch al beschouwde als een criminele organisatie. Om zich als vrouw te handhaven binnen haar vrouwvijandige geloof maakte de dokter zich aan die vijandigheid medeplichtig. Ze verried haar patiënten (m/v) en misbruikte haar medisch gezag voor het propageren van een misogyne levensbeschouwing.

Terruwe kreeg de religieuze macht mede aan haar zijde met de belofte dat zij haar patiënten binnen de heilige moederkerk zou houden. Ze schroomde zelfs niet om de intieme problemen die manlijke kloosterlingen haar in de spreekkamer toevertrouwden te delen met hun overste.

En dan was er haar kortstondige verblijf in de kloostergemeenschap der Clarissen-Capucinessen, aan wier brandend verlangen tot vernedering door hun overste Véronique gretig werd voldaan. Wie het verplichte zwijgen per ongeluk doorbrak moest soms als straf de voeten kussen van haar medezusters en kreeg bij de maaltijd voor het oog van de anderen ofwel een kap over haar hoofd gezet, waardoor ze alleen nog vooruit kon kijken, ofwel een stokje in haar mond, dat eruit zou vallen als ze zou lachen of praten. Teneinde de eigen waardeloosheid nog extra te doorvoelen aten de zusters kruimels van de grond.

Verre van dat Terruwe in het geweer kwam tegen de commandante van dit sadistisch universum bleef mère Véronique voor haar levenslang een bron van inspiratie. Véronique leerde haar om in haar werk ‘niet de wetenschap als richtsnoer te hanteren maar wat Jezus van haar wilde’. Wederom: het zal je dokter wezen.

De grondige biografie herinnert ons eraan hoe verregaand de rooms-katholieke kerk het leven van zijn gelovigen bepaalde. En helaas ook dat van niet-gelovigen. Neem de arbeidsverboden voor gehuwde vrouwen van de katholieke ministers Carl Romme (1937) en Louis Beel (1947).

We mogen ons gelukkig prijzen dat de macht van dit totalitaire religieus regime is gebroken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next