Elke dinsdagmiddag om drie uur wordt er in de Tweede Kamer gestemd over moties en wetten. En wie de 150 Kamerleden allemaal bij elkaar wil zien: dat is het moment om op de publieke tribune te gaan zitten. Helemaal links zie je de PVV’ers. Die praten vooral met elkaar, soms ook met de BBB’ers naast hen. Geert Wilders zit vooraan, bijna altijd met zijn rug naar alle andere Kamerleden, ook die van zijn eigen partij. GroenLinks-PvdA zit helemaal rechts en wat daar opvalt: fractievoorzitter Frans Timmermans en Esmah Lahlah, nummer twee op de kandidatenlijst, zitten naast elkaar op de eerste rij. Maar ze zeggen bijna nooit iets tegen elkaar.
Om vijf voor drie, vorige week dinsdag, komt Pieter Omtzigt de debatzaal in. Hij was ruim twee maanden thuis, nu gaat hij weer meedoen. Pieter Grinwis en Don Ceder van de ChristenUnie komen hem een hand geven. Daarna ook SP-leider Jimmy Dijk en Rob Jetten van D66. Pas als Timmermans erbij komt staan en Omtzigts hand lang vasthoudt, lijkt Caroline van der Plas van BBB te zien dat Omtzigt er is. Ze gaat naast Wilders zitten en zegt iets tegen hem. Ze kijken niet naar Omtzigt. Die kijkt wel naar hén. VVD-leider Dilan Yesilgöz komt pas na drieën binnen. Haar plek is naast die van Omtzigt, op weg erheen komt ze hem tegen en omhelst hem. Een beetje ongemakkelijk, ze raken elkaar nauwelijks aan.
Tweeënhalve week geleden, in het crisisoverleg op het Catshuis na het vertrek van NSC-staatssecretaris Nora Achahbar, was het lang gegaan over de onderlinge omgang in de coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB. Wilders, Yesilgöz, Van der Plas en Nicolien van Vroonhoven, die Omtzigt verving, vonden alle vier dat die beter moest. Daar gingen ze hun best voor doen.
„Dat héb ik gedaan”, zegt Caroline van der Plas, donderdagmiddag in haar werkkamer. „Ik had Pieter al geappt: welkom terug. En ook: zullen we binnenkort koffie drinken? Maar in de zaal ... ik kon niet opstaan, ik kreeg het fysiek niet voor elkaar. Ik zag Timmermans staan en dacht: ik ga níet meedoen aan dit welkom-terug-circus, met fotografen eromheen. Dan doe ik een kunstje.” Daar komt bij, zegt ze: „Hij had zich niet ziek gemeld, dus feitelijk is hij gewoon zestig dagen niet op zijn werk verschenen.”
Ze was ook „narrig”. Ze wist dat Omtzigt na de stemmingen zou vragen om het advies dat ambtenaren hadden gekregen van de landsadvocaat, over de asielnoodwet. Wilders, Yesilgöz en Van der Plas zijn daar boos over. Zo’n advies, vinden zij, moet geheim kunnen blijven om de ambtenaren te beschermen. In het PVV-bankje naast Wilders had Van der Plas gezegd: „Ik ga er hard tegen in.” Dat had ze gedaan. Yesilgöz ook. Allebei zonder Omtzigt aan te kijken.
Omtzigt drinkt die week koffie met Rob Jetten, op de derde etage van het Tweede Kamergebouw. Nog niet met Caroline van der Plas.
Source: NRC