Home

Moeten de PIGS voortaan PFIGS gaan heten?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Portugal, Italië, Griekenland en Spanje, kortweg de PIGS of zeurolanden, bliezen in 2012 de eurozone bijna op totdat Mario Draghi met zijn toverformule ‘Whatever it takes’ de euro redde.

Mogelijk moet Christine Lagarde dat kunstje nog een keer herhalen met het verschil dat haar eigen vaderland de zwakke broeder in de eurozone is geworden. Vrijdag kwam de zogenoemde spread – de extra rente die de Franse overheid moet betalen voor de uitgifte van obligaties – uit op 86 basispunten, 0.86 procentpunt.

Het rendement op tienjarig Frans staatspapier steeg tot 3,02 procent tegen 2,16 procent op dat van Duitsland. Dat is het hoogste percentage sinds de vorige eurocrisis en zelfs hoger dan dat van Griekenland, waarvan het renteverschil met Duitsland nu 85 basispunten bedraagt. En ook de andere PIGS-landen Portugal en Spanje kennen een kleinere spread.

Dat zou een signaal kunnen zijn om Frankrijk op te nemen in de PIGS, die dan PFIGS moeten gaan heten. Het land dat samen met Duitsland de sleutelpositie heeft in de gemeenschappelijke markt zakt weg naar de periferie van de EU. Het pretendeerde nog heel lang een neuroland te zijn. Maar het is nu na Italië het zwakste zeuroland.

Daar zijn twee oorzaken voor. Ten eerste maakt Frankrijk er een financiële janboel van. Ten tweede is het land politiek instabiel. Frankrijk stond 25 jaar geleden aan de basis van het stabiliteitspact. Toen de mark, gulden, franc en drachme werden opgegeven voor de euro, werd afgesproken dat de staatsschuld van een land niet hoger mocht zijn dan 60 procent van het bbp en dat het begrotingstekort niet hoger mocht zijn dan 3 procent – afspraken die volgens toenmalig premier Kok in marmer waren gebeiteld.

Voor Frankrijk is dat nu bijna het dubbele. De staatsschuld is met 3228 miljard euro ruim 110 procent van wat de Fransen jaarlijks verdienen. En het begrotingstekort is zelfs boven de 6 procent gekomen. De huidige premier Michel Barnier zou dat willen terugbrengen tot 4 procent, maar krijgt geen steun van het parlement waar het radicaal-rechtse Rassemblement National van Marine Le Pen de dienst uitmaakt. Dat wil geen impopulaire bezuinigingen zoals een hogere elektriciteitsbelasting of belastingverhogingen.

De kredietbeoordelaars kijken er met argusogen naar. Ratingbureau Standard & Poor’s verlaagde voor de vierde keer sinds 2012 de kredietwaardigheid van Frankrijk tot AA-. Nederland en Duitsland kennen nog een triple A-rating. Weliswaar is het daar ook politiek tumultueus, maar de financiën zijn nog wel op orde.

Een lagere rating betekent dat de beleggers die de Franse staatsschuld moeten financieren, zoals pensioenfondsen, een steeds hogere risicopremie eisen. En als een land daardoor een hogere rente moet gaan betalen komen de overheidsfinanciën nog meer in de knel. Een neerwaartse spiraal dreigt.
Dat zou er uiteindelijk toe kunnen leiden dat Frankrijk bij het noodfonds ESM zou moeten aankloppen, waarin ook Nederlands belastinggeld zit. De regering van pseudo-premier Geert Wilders moet nu al gruwen president Macron en premier Barnier een helpende hand toe te steken.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next