Maandag verscheen Fouad L., verdachte van drie moorden, voor het eerst in de rechtbank. Nabestaanden hebben zichtbaar moeite om L. onder ogen te komen en klampen zich aan elkaar vast. ‘Hij had door dat het een gruwelijk plan was.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Met een dun snorretje en zijn halflange krullende haar in een scheiding betreedt Fouad L. de rechtbank. ‘Ik hou niet van volle zalen met mensen’, zegt L. als de rechter hem vraagt hoe hij zich voelt. ‘Maar goed, laten we beginnen.’
De 33-jarige L. wordt verdacht van het doodschieten van zijn buren, de 39-jarige Marlous en haar 14-jarige dochter Romy aan het Heiman Dullaertplein in Rotterdam. Ook wordt hij verantwoordelijk gehouden voor het doodschieten van de 43-jarige docent en huisarts Jurgen Damen in een collegezaal van het Erasmus MC op 28 september vorig jaar. Naast drievoudige moord wordt hij verdacht van onder meer brandstichting en verboden wapenbezit.
Zijn daden kwamen voort uit wraakgevoelens: hoewel L. alle benodigde punten voor zijn studie had behaald, twijfelde het Erasmus MC of hij geschikt was om het beroep van arts uit te oefenen – hij moest eerst een psychologisch onderzoek ondergaan. Het Openbaar Ministerie (OM) had de universiteit gewaarschuwd dat hij zich psychotisch gedroeg. Ook was hij eerder veroordeeld voor dierenmishandeling.
Maandag verschijnt L. voor het eerst in de rechtbank. Hoewel het een inleidende zitting is, verplichtte de rechtbank hem naar de zitting te komen zodat de nabestaanden en slachtoffers in de zaal alvast aan hem kunnen wennen, en hij aan de zaal. De nabestaanden hebben zichtbaar moeite om L. onder ogen te komen en klampen zich zo nu en dan aan elkaar vast. Ze spreken elkaar moed in.
Het staat vast dat Fouad L. de schutter is. Hij heeft dat in eerste instantie ook bekend aan de politie, voor hij zich beriep op zijn zwijgrecht. Zijn advocaat Marlin Nolte erkent dat, maar hoopt dat haar cliënt een lange celstraf kan ontlopen door te wijzen op geen of geringe toerekeningsvatbaarheid. In dat geval zou L. eerder aan zijn tbs-behandeling kunnen beginnen.
Een troef in de verdediging is de imaginaire vriend waarover L. heeft verklaard. Deze ‘denkbeeldige computer in zijn hoofd’ is aan bod gekomen in het onderzoek dat het Pieter Baan Centrum (PBC) naar hem uitvoerde. De vriend heet ‘Partitie’, naar het onderdeel van een harde schijf. L. heeft deze Partitie bedacht toen hij een jaar of 12 en eenzaam was. Hij voelde de behoefte met iemand te praten.
Daarna sprak L. lang niet meer met zijn denkbeeldige vriend – tot 2021. Toen had L. net een gesprek met de examencommissie van zijn studie achter de rug en werd hij opnieuw door eenzaamheid overvallen. In plaats van een psychologisch onderzoek te ondergaan, besloot hij in overleg met Partitie om wraak te nemen.
De onderzoekers van het PBC oordeelden dat L. verminderd toerekeningsvatbaar is. Zij spreken van een autistische en dissociatieve stoornis. Nolte verzoekt de rechtbank maandagmiddag om een aanvullend onderzoek naar haar cliënt. Zij maakt zich zorgen over sommige uitspraken die L. tegen de onderzoekers heeft gedaan, waardoor hij mogelijk toch in grote mate verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn daden.
L. heeft verklaard dat hij tot een maand voor zijn daden met Partitie sprak over zijn wraakplan, daarna niet meer. Daaruit concludeert het OM dat L. zijn plan bewust heeft uitgevoerd. Ook weegt mee dat L. zijn plan meerdere keren uitstelde. ‘Het ontbreekt de verdachte niet aan moreel besef’, zegt de officier van justitie. ‘Hij had door dat het een gruwelijk plan was. Maar zijn woede was zo groot, dat hij besloot om er toch mee door te gaan.’
Maar volgens Nolte zou haar cliënt de invloed van zijn denkbeeldige vriend te veel hebben afgezwakt. ‘Hij is gewend om dat te doen, al zijn hele leven, alsof hij normaal is.’ L. wilde volgens haar zijn wraakplan intrekken en geen kinderen doden, zoals ook in het PBC-onderzoek naar voren kwam. ‘I want them dead’, zou zijn imaginaire vriend toen hebben geëist. L. gaat maandag niet inhoudelijk in de op zaak. Terwijl zijn advocaat het woord voert, kijkt hij zo nu en dan in het dossier, om het dan weer weg te leggen.
Aan het eind van de zitting gaat de rechter niet mee in de eis van L.’s advocaat; er zal geen aanvullend onderzoek komen. Gejuich stijgt op vanaf de publiekstribune. Volgens de rechter zijn de deskundigen voldoende overtuigd dat extra onderzoek ‘niet zinvol’ zou zijn. Ook hebben zij ruim de tijd genomen om L. onder de loep te nemen.
Onder begeleiding van politieagenten beent Fouad L. naar de uitgang van de rechtszaal. Op 27 januari moet hij opnieuw verschijnen, dan begint de inhoudelijke behandeling van zijn zaak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant