Home

Die peperdure, loodzware biljarttafel wordt nu al tien jaar intensief gebruikt om de was op te vouwen

Wat heb ik Sinterklaas vaak verwenst, met zijn ellendige Pieten en dat klotepaard (ja, vooral toen diens naam van ‘Amerigo’ werd veranderd in dat uiterst melige ‘Ozosnel’. In mijn jeugd had het paard van Sinterklaas trouwens geen naam. Die heeft hij ook helemaal niet nodig, want er is er maar één paard van Sinterklaas. De prins van Doornroosje, bijvoorbeeld, heeft ook geen naam, net als de Smurfin en Mary Servaes.)

Sinterklaas is leuk zolang je kinderen nog niet doorhebben wiens hand de pepernoten strooit. Sinterklaas is nog steeds leuk als de oudste kinderen in het complot betrokken worden, ten gunste van hun gelovige broertjes en zusjes. En Sinterklaas is nog steeds best leuk wanneer je kinderen slome tieners zijn, die hun gedichtjes last minute door ChatGPT laten ophoesten, en elkaar dan stompend verdringen bij de printer terwijl hun zus al dreigend ‘Daaaaar wordt aan de deur geklopt’ zit te galmen achter de piano.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Maar zeg nou zelf: hoeveel sjaals, sloffen en scooterhelmen heeft een mens nodig? ‘Je hebt gelijk. Laten we de kinderen dan dit jaar eens iets echt moois geven. Een poolbiljart, bijvoorbeeld!’ Dit zijn niet mijn woorden, hè? Maar dat biljart kwám er. Peperduur, loodzwaar, al die trappen op, helemaal naar zolder, waar het nu al tien jaar intensief gebruikt wordt als tafel om de was op te vouwen. Handig!

Een jaar of drie (vijf, zeven) geleden opperde ik voor het eerst voorzichtig om Sinterklaas niet meer zo uitgebreid te vieren. Ik haalde het klimaat erbij, en de holle hebzucht van de middenstand. En vooral de hoofdpijn die ik kreeg als iemand mijn vlekkeloze, gruwelijk arbeidsintensieve gedichten slordig voordroeg, zonder op het metrum te letten.

‘Ja, maar dat is niet eerlijk’ zei huisgenoot P. toen. ‘De jongste heeft dan in zijn leven minder sinterklaasfeesten meegemaakt dan de andere twee’. Waarop mijn dochter (de oudste) schrander opmerkte dat zulks niet op te lossen valt, al vieren we tezamen Sinterklaas tot onze dood.

Dus bleef ik jarenlang sjaals, sloffen, en scooterhelmen aanschaffen en gedichten schrijven (‘Sonnetten rollen weer als parels van mijn toetsen/ Wat jammer dat ik nog moet schrijven voor de krant/ sprak Sint. En dat mijn versje nu verzandt/ Tussen de koffie en het tandenpoetsen’).

‘Nou, wat doen we met Sinterklaas?’, vroeg ik vorige week. De reacties waren lauw. De een had tentamens, de ander een tijdrovende amourette, een derde moest die avond werken. En daar viel, eindelijk, het verlossende ‘laten we maar een jaartje overslaan.’

Sindsdien schieten mij voor iedereen de heerlijkste, origineelste cadeautjes te binnen, en de prachtigste gedichten.

Spijt. Als haren op mijn hoofd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next