In de rubriek ‘Toen’ duiken experts van de Volkskrant in de geschiedenis achter de actualiteit. Deze week: met de voorlopige verkiezingswinst van de ultranationalistische kandidaat Georgescu staat zijn verheerlijking van het fascistische verleden in Roemenië volop in de aandacht.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
‘Als ik de Roemeense natie niet zuiver, heb ik niets bereikt, want de kracht van een natie wordt niet bepaald door grenzen, maar door zijn homogeniteit en raszuiverheid.’ Dit zei de Roemeense leider Ion Antonescu in 1941 tegen zijn kabinet.
Volgens Antonescu had Roemenië op dat moment een ‘historische kans’ door zijn bondgenootschap met de nazi’s om eerder verloren gebiedsdelen te heroveren. Maar kort daarna begonnen ook de deportaties en het uitmoorden van de Joodse bevolking in deze gebieden.
Aanvankelijk was niet Antonescu, maar Corneliu Zelea Codreanu de drijvende kracht achter het Roemeense fascisme. Hij richtte de IJzeren Garde op, een invloedrijke en gewelddadige organisatie die verantwoordelijk was voor de moord op politieke tegenstanders en Roemeense Joden.
Vorige week won Calin Georgescu de eerste ronde van de Roemeense presidentsverkiezingen. De politicus steekt zijn bewondering voor Antonescu en Codreanu niet onder stoelen of banken – in 2021 noemde hij hen ‘helden van de Roemeense natie’. Ook George Simion, de leider van de extreemrechtse partij AUR, flirt met het fascistische verleden. Hij noemt de Holocaust een ‘ondergeschikt thema’ in de Roemeense geschiedenis.
De verheerlijking van het Roemeense fascisme is, net als ontkenning van de Holocaust, sinds 2015 bij wet verboden. Toch kregen Georgescu en Simion vorige week zondag samen 37 procent van de stemmen. Ze surfen op een golf van onvrede over de gevestigde politiek. Hun retoriek over het fascisme is slechts één ingrediënt van de nationalistische hutspot die deze politici het electoraat voorschotelen. Evengoed is het voor kiezers geen reden om niet op hen te stemmen.
Het Roemeense fascisme kenmerkte zich door een sterke nadruk op natie, antisemitisme en het orthodoxe geloof. Corneliu Zalea Codreanu is hierin het invloedrijkst geweest. Hij stichtte in 1927 het Legioen van de Aartsengel Michaël en in 1930 een militaire tak: de IJzeren Garde – ook wel legionairs genoemd – die door de straten marcheerde in groene hemden, met orthodoxe kruisen en swastika’s. Halverwege de jaren dertig telde de beweging 250 duizend leden. Nadat Codreanu in 1938 werd vermoord, kreeg hij onder zijn volgelingen een martelaarsstatus.
In 1940 kwam Antonescu aan de macht. Hij was geen legionair maar wel een sympathisant van de beweging. Vanwege zijn wreedheid en zijn rossige haar werd hij ‘de Rode Hond’ genoemd. Apologeten van Antonescu schetsen de Roemeense deelname aan de invasie van de Sovjet-Unie vooral als een manier om oostelijke gebiedsdelen te heroveren die het land een jaar eerder door annexatie had verloren aan de Sovjet-Unie, hoewel hij ook over etnische zuivering sprak.
Voor de Joodse bevolking aan en achter de frontlinie was het offensief desastreus. In de stad Iasi vond een gewelddadige pogrom plaats, Joden uit veroverde gebieden werden gedeporteerd naar provisorische concentratiekampen in Transnistrië en uitgehongerd. In Odesa, dat onder controle stond van het Roemeense leger, werden rond de twintigduizend Joden vermoord, een lot dat ook Roma trof. Na nazi-Duitsland heeft het regime van Antonescu het grootste aantal slachtoffers van de Holocaust op zijn geweten, mogelijk 380 duizend mensen. De Roemeense regering heeft dit pas in 2003 erkend.
Over de rol van Antonescu bestaat ook discussie omdat hij tijdens de oorlog van koers veranderde. Hij weigerde Joden uit de rest van het land (300 duizend mensen) te deporteren naar de vernietigingskampen. Dit was eerder uit opportunisme dan uit overtuiging. Hij verwachtte dat de Duitsers de oorlog gingen verliezen en polste de geallieerden over een bondgenootschap. In 1946 werd hij door de nieuwe communistische machthebbers geëxecuteerd.
Die rekenden ook af met de overgebleven legionairs. Hierin ligt deels de kiem van de complexe omgang met dit verleden: sinds de jaren negentig zijn sommige fascisten gerehabiliteerd als slachtoffers van het communisme.
Ook Antonescu wordt door sommigen gezien als een leider die tegen de communisten streed, niet als een medeschuldige aan de Holocaust. In een onderzoek van de Elie Wiesel Stichting in 2019 zei 46 procent van de ondervraagden dat hij eerherstel moest krijgen.
In Roemenië valt op het gebied van geschiedenisonderwijs een wereld te winnen. In 2021 voegde de vorige regering Holocaustgeschiedenis toe aan het schoolcurriculum (alleen de AUR was tegen). Dat is een lichtpuntje: inmiddels krijgen scholieren verplicht les over deze zwarte pagina’s uit het Roemeense verleden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant