‘Nu jullie je borden zo goed als leeg hebben, heb ik nog wel een verhaal voor jullie.’ We zaten met zijn vieren aan een tafel in een Portugese Airbnb. De verlichting scheen op de laatste resten spaghetti bolognese in mijn bord. Het was een hard, klinisch licht dat goed paste bij het verhaal dat nu kwam.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Mijn tafelgenoot, een Australische man van eind veertig, schraapte zijn keel. Er lag nog een grote berg pasta in zijn bord, waar hij sliertje voor sliertje van at. Eens, toen hij nog in de prothese-industrie (ja precies, daar gaan we al) werkte, had hij gevraagd of hij aanwezig mocht zijn bij een operatie waarbij een voet van iemand werd afgezet.
De operatie vond plaats in een auditorium en mijn Australische vriend vertelde hoe de chirurg de voet net boven de enkel had afgezaagd en ‘vervolgens zo’ – hij maakte er een achteloos wegwerpgebaar bij – ‘in een prullenbak gooide’. Als iemand die moeite heeft met dingen weg te gooien – en als hij dat dan wel doet, het liefst recyclet – kon ik dit maar lastig bevatten. ‘Moeten ze die voet niet bewaren?’ Voor het geval dat?
Mijn vriend haalde zijn schouders op. ‘Nee, is gewoon afval.’ Voordat ik kon tegenwerpen dat je die voet vast nog wel ergens voor kon gebruiken, was hij alweer begonnen aan zijn volgende verhaal. Daar heeft hij er veel van. Ik kan me een anekdote herinneren over een uit de hand gelopen backpackavontuur in Zuid-Amerika, toen hij na een overstroming, zonder communicatiemiddelen en met weinig eten en drinken, dagenlang moest wandelen. Eerder deze trip hoorde ik hem hoofdschuddend van jaloezie aan over zijn seksuele uitspattingen terwijl hij – als twintiger weliswaar, maar toch – de wereld had rondgereisd.
Als iemand mij vraagt een spannend verhaal te vertellen, kom ik niet veel verder dan die keer dat ik autopech had op vakantie, of in de supermarkt gecontroleerd werd bij de zelfscankassa. Maar hij was alweer aangekomen bij een andere operatie, waarin het bot uit iemands dijbeen verwijderd werd. Hij prikte in zijn spaghetti. ‘Het was bizar’, vertelde hij met glanzende ogen, ‘want waar normaal je been scharniert bij je knie, kon het been van deze meneer nu gewoon halverwege zijn dij dubbel gevouwen worden.’
Ik kokhalsde inwendig en keek naar zijn bord. De pasta vertoonde plots een verontrustende vergelijking met, tja, hersenen. Als hij nu om een glas chianti zou vragen, zou ik wegrennen.
Hij grijnsde en prikte zijn vork in de slierten. ‘O’, zei hij, ‘ik heb nog iets.’ Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn en vertelde dat zijn dochter laatst gevallen was en een behoorlijke wond had opgelopen, waarvoor ze in het ziekenhuis moest worden behandeld. Hij liet me de foto zien, maar ik wendde net op tijd mijn hoofd af. Dank u beleefd, meneer Lecter, maar deze sla ik even over.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant