Home

‘Rijke mensen zijn vaak eenzaam en weten niet wat ze met hun geld moeten doen’

Joanna van Dommelen is 100 jaar. Hoe kijkt deze noeste werker, die alleen ‘yes’ en ‘no’ kon zeggen in het Engels toen ze naar Canada emigreerde, terug op de eeuw die achter haar ligt?

Joanna van Dommelen bewoont een sober ingerichte kamer op de verpleegafdeling van Holland Christian Homes in Canada. In het christelijke bejaardenoord in Brampton, opgericht door Nederlandse emigranten, wonen bijna tweeduizend ouderen in zes woontorens. Een drukke weg deelt het terrein in tweeën. Personeel en bewoners kunnen via een brede tunnel van de ene naar de andere kant wandelen. Zo kunnen de ouderen ook tijdens de lange, vaak snoeikoude winters ondergronds nog wat meters maken. De muren in de talrijke gangen zijn behangen met oud-Hollandse tafereeltjes op tegels en schilderijen.

De 100-jarige Joanna van Dommelen vertelt over haar leven met een intonatie alsof ze een spannend boek voorleest. Haar Engels vermengt ze met Nederlandse woorden als ‘verlamming’, ‘dweilen’, ‘dienstmeisje’, ‘schuld’ en ‘huwelijk’. Wanneer wat heeft plaatsgevonden, zoals het jaar dat ze naar Canada emigreerde, weet ze niet precies meer. Haar woorden gaan stromen met een ingelijste familiefoto op haar schoot.

Wie bent u op de foto?

‘Ik zit helemaal links, naast mijn vader. Hij werkte op een tuinderij. We waren met twaalf kinderen, mijn moeder beviel elk jaar van een baby. De oudste drie waren jongens en daarna kwam ik, als eerste meisje. Mijn jongste broertje Pieter overleed op zijn 8ste aan difterie. De jurken die mijn moeder, drie zusjes en ik op de foto dragen, heb ik allemaal gemaakt.

‘Mijn één jaar jongere zus Adrie en ik sliepen samen in een bed. Ze was 4 jaar oud, ik dus 5, toen ik op een vroege ochtend wakker werd van haar gehuil. ‘Wat is er, schatje?’, vroeg ik. ‘Ik kan niet meer staan’, zei ze. ‘Als ik het probeer, val ik, kijk maar.’ Ik zei dat we meteen naar mammie moesten en tilde haar op.

‘Het gezicht van mammie zag ik veranderen van normaal naar zo wit als sneeuw. Ze wist meteen wat er aan de hand was, want er was een polio-epidemie in ons dorp. De dokter werd erbij gehaald, Adrie bleek van top tot teen verlamd en moest meteen naar het ziekenhuis in Leiden. Een half jaar lang lag ze daar geïsoleerd op een kamer, alleen mijn ouders mochten langskomen en vanachter het raampje van de kamerdeur contact met haar hebben. ‘Papa, trap de deur in!’, riep ze.

‘Toen ze weer naar huis kwam, kreeg mijn zusje dagelijks elektrische schokken toegediend. Dat was elke keer weer huilen. De behandelaar zei dat het verschrikkelijk voor haar was, maar het móést gebeuren. Langzaam maar zeker kreeg ze weer kracht in haar spieren. Adrie was het enige kind in Pijnacker met polio dat genas. Haar leven lang kon ze geen zwaar werk doen. Mijn andere twee zusjes werkten vanaf hun 14de als dienstmeisje in rijke gezinnen, Adrie ging op kinderen passen. Mijn broers werkten op een tuinderij.’

En u, wat voor werk deed u?

‘Mijn moeder was zo blij dat ze na drie jongens een meisje kreeg – eindelijk iemand die haar kon helpen in huis. Vanaf mijn 8ste kookte ik elke dag voor ons gezin en dweilde de vloeren. Mijn moeder lag vaak op bed, ze woog maar 80 pond (nog geen 40 kilo, red.) en lag perioden in een sanatorium. Ze had mij geleerd hoe ik vlees moest braden en groente bereiden. Alle groenten en fruit die we aten, verbouwden we zelf: aardbeien, aardappelen en heel veel soorten kool: groene kool, witte kool, savooiekool. Tijdens de oorlog zou dat goed van pas komen.

‘Op mijn 10de werd ik op aandringen van de dokter van school gehaald om mijn moeder permanent te helpen in huis. Ik deed alles: koken, wassen, stoppen, schoonmaken, de moestuin. Ik ging op naailes, zodat ik alle kleding kon maken voor mijn moeder en de meisjes in het gezin. ’s Avonds was ik erg moe.

‘Al mijn broers en zussen leerden door tot hun 14de. Mijn oudste broer Leo was zo slim, zei onze dokter, dat hij mijn ouders adviseerde hem te laten studeren, maar Leo weigerde, hij wilde geen uitzondering zijn in ons gezin. Ik weet nog goed dat ik een jaar of 15, 16 was en besefte dat mijn broers en zussen veel meer wisten dan ik, omdat zij wel hun lagere school hadden afgemaakt, en ik niet. Ik voelde mij heel dom.’

Bent u zich dom blijven voelen?

‘Ja, mijn hele leven – behalve in kleding maken, daar was ik goed in, dat gaf mij zelfvertrouwen. Als kind had ik honger naar kennis over de buitenwereld en leende elke week boeken uit de bibliotheek. Ik las en las en las – vooral romans over koningshuizen en andere rijke families; ik wilde weten hoe die leefden en of ze gelukkig waren.’

En, wat was uw indruk?

‘Rijke mensen zijn vaak eenzaam en weten niet wat ze met hun geld moeten doen. Ik heb nooit iemand ontmoet die zei: ‘Ik ben gelukkig omdat ik rijk ben.’ Het enige wat voor mij heeft geteld in het leven is een goed huwelijk en omzien naar familie en vrienden. Dat heb ik allebei meegemaakt. Geld en materie hebben mij nooit geïnteresseerd. Ik heb maar één keer in mijn leven iets voor mezelf gekocht dat ik niet nodig had: een zwarte kralenketting van een paar dollar. Mijn enige sieraad naast mijn trouwring. Hij paste zo mooi bij een rode trui. Hij is gebroken en ik heb geen snoer om de kralen opnieuw te rijgen.’

Wat was voor u de reden om naar Canada te emigreren?

‘Ik had geen reden of plan, ik ging gewoon. Heel veel mensen vertrokken in die tijd. Vier broers en een zus woonden er al. Ik ging later, want stelde mijn emigratie uit voor mijn moeder. Ze was zo van streek toen ik haar vertelde ook naar Canada te willen. Mijn moeder hield van al haar twaalf kinderen evenveel, maar had met mij een speciale band omdat ik haar van jongs af aan hielp in het huishouden. Ze was afhankelijk van mij geworden. Ik beloofde haar dat ik bij haar zou blijven totdat ze er niet meer zou zijn. Ze stierf op haar 54ste aan kanker. (Joanna krijgt het te kwaad, en praat verder door haar tranen heen.) Daarna ben ik vertrokken. Ik weet niet meer hoe oud ik toen was.’

Hoe bouwde u een nieuw bestaan op in Canada?

‘Ik trok in bij mijn oudste broer hier in Brampton. Ik had geld geleend van een Nederlandse tuinder om de overtocht te kunnen betalen. Nederlandse vrouwen stonden in Canada bekend als proper, dus ik vond snel werk in de huishouding. Elke cent die ik overhield, spaarde ik om mijn schuld te kunnen aflossen.

‘Ik mocht zonder te betalen in het huis van mijn broer wonen, in ruil daarvoor deed ik zijn huishouden. In een van de huizen waar ik werkte, was het heel smerig; de vrouw liet haar kind gewoon op de grond plassen. Ik liet doorschemeren wat ik ervan vond, daarna ontsloeg ze mij. Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik ben ontslagen. Tot mijn pensioen ben ik werkster gebleven.

‘Op straat ontmoette ik mijn latere man, ook een Nederlandse emigrant. Hij woonde drie huizen verderop en kwam na een tijdje ook in het huis van mijn broer wonen. We sliepen apart, niemand geloofde dat, maar het was echt zo. In de Bijbel staat dat je pas na het huwelijk met elkaar mag slapen. Dus daar heb ik mij aan gehouden.

‘Mijn man had in Canada zijn vrachtwagenrijbewijs gehaald en is de rest van zijn leven vrachtwagenchauffeur geweest voor een fabriek, pijpen vervoeren door heel Canada. Na ons trouwen wilde hij niet dat ik bleef werken, maar ik zei dat ik dat zelf besliste. Als een man echt van je houdt, laat hij je je eigen keuzen maken. Hij verdiende maar 45 cent per uur, we konden mijn inkomen goed gebruiken. Elke cent die we overhielden, legde ik apart, totdat we een eigen woning konden kopen.’

Hoe ging het integreren in Canada?

‘Bij aankomst kon ik alleen maar ‘yes’ en ‘no’ zeggen, haha. Ik kwam de eerste jaren weinig in contact met Canadezen, had geen geld om ergens naartoe te gaan. Ik leerde pas Engels praten toen mijn oudste zoon naar school ging, waar natuurlijk alleen Engels werd gesproken. Hij zei: ‘Nu moet u ook Engels gaan praten, mam.’ Dat vond ik heel lastig, ik heb het nooit echt goed geleerd.’

Zijn er nog broers en zussen van u in leven?

‘Nee, ik ben de enige die is overgebleven.

Vanaf uw 8ste gewerkt, en de sterkste blijken...

‘Sterk ben ik niet, wel gezond. Toen ik op mijn 10de van school moest om het huishouden te doen, zei de dokter tegen mijn moeder: ‘Zorg dat ze gezond eet en niet te veel, dat ze niet rookt en drinkt en elke avond op tijd naar bed gaat. Dan kan ze het huishoudelijke werk volhouden en wel 100 jaar worden.’ Dat laatste kon ik niet geloven, maar zo is het wel gegaan. Snoep, een sigaret en alcohol heb ik nooit van mijn leven aangeraakt, echt waar.’

Is het achteraf bezien een goed besluit geweest te emigreren?

‘Als je een goed huwelijk hebt en een fijne familie maakt het niet uit waar je woont.’

U klinkt als een gelukkig mens

‘Gelukkig zou ik het zelf niet noemen, maar tevreden.’

Joanna (Johanna) van Dommelen - Bevaart

geboren: 13 januari 1924 in Pijnacker

woont: in een verpleeghuis in Brampton, Canada

familie: twee kinderen (een overleden), vijf kleinkinderen, acht achterkleinkinderen

beroep: werkster en coupeuse

geëmigreerd naar Canada: begin jaren vijftig

weduwe sinds 2020

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next