De VN-top in Zuid-Korea die een baanbrekend verdrag tegen plasticvervuiling had moeten opleveren, is mislukt. Op een later moment worden de onderhandelingen hervat.
is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.
Zondag had het zover moeten zijn: 175 landen zouden het belangrijkste groene akkoord sluiten sinds het klimaatverdrag van Parijs. Maar al voordat de onderhandelingen in het Zuid-Koreaanse Busan afgelopen week begonnen, was duidelijk dat de verdeeldheid enorm was. Het heetste hangijzer is de vraag of het akkoord afspraken moet bevatten om de plasticproductie aan banden te leggen.
De onderhandelaars zijn niet tot een eensgezind antwoord gekomen. Een ruime meerderheid schaarde zich deze week achter een voorstel om de plasticproductie te beperken. Verzet hiertegen kwam vooral van oliestaten en grote plasticproducenten, waaronder Saoedi-Arabië en Rusland.
Wat deze landen betreft moet het verdrag gaan over afvalverwerking en recycling, niet over hoeveel nieuw plastic er wordt gemaakt. Plastic is nou eenmaal hard nodig voor alles van verpakkingen tot autofabricage, redeneren zij. Voor de fossiele industrie is plastic een belangrijke groeimarkt, zeker als de vraag naar olie en gas als brandstof daalt door de energietransitie.
De frustratie was de afgelopen week duidelijk merkbaar in Busan. ‘Als je niet constructief meedoet en niet samen met ons een ambitieus akkoord wil sluiten, ga dan alsjeblieft weg’, sneerde de klimaatminister van eilandnatie Fiji zaterdag op een persconferentie. De Franse minister van Energie beschuldigde olieproducerende landen van ‘obstructie’.
Maar een ambitieus akkoord over plastic zonder handtekening van de grote producenten is niet veel waard. Dus zullen de onderhandelaars op een later moment het gesprek hervatten, aldus de voorzitter van de VN-top, Luis Vayas Valdivieso. ‘We moeten voortbouwen op de vooruitgang die we hebben geboekt.’
Er liggen meer zaken op tafel dan de vraag of plasticproductie wel of geen onderdeel van het akkoord moet worden. Zo proberen de landen ook afspraken te maken over het gebruik van schadelijke chemicaliën in plastic producten en wie voor de kosten van maatregelen moet opdraaien.
Plasticvervuiling vormt een groeiend probleem, waarvan de gevolgen nog niet helemaal te overzien zijn. Het materiaal is overal op aarde terechtgekomen, van de diepzee tot de hoogste bergtoppen, en dringt in de vorm van microplastics diep door in het menselijk lichaam. Zo is het aangetroffen in bloed en moedermelk.
Zonder extra maatregelen kan de jaarlijkse hoeveelheid plastic afval tussen nu en 2060 verdrievoudigen, berekende de Oeso. Recycling komt intussen nog maar moeizaam van de grond: wereldwijd wordt momenteel grofweg 10 procent van het plastic gerecycled. Het meeste belandt op de storthoop.
Ruim twee jaar geleden besloten de Verenigde Naties in een als ‘historisch’ bejubeld akkoord tot een juridisch bindend verdrag tegen plasticvervuiling. De nadere uitwerking zou plaatsvinden tijdens vijf onderhandelingsrondes en moest dit jaar klaar zijn. Afgelopen week was de laatste ronde.
De mislukking in Busan volgt een week op de uiterst moeizaam verlopende klimaatonderhandelingen in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe. Uiteindelijk kwamen de onderhandelaars daar wel tot een akkoord over klimaatfinanciering door rijke landen voor ontwikkelingslanden. Ontwikkelingslanden vonden het overeengekomen bedrag van 300 miljard dollar per jaar echter volstrekt onvoldoende. Ook bij die top werd Saoedi-Arabië veel genoemd als dwarsligger.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant