Ik ken iemand die ‘alleen nog boeken van vrouwen leest’, omdat ze in haar jeugd ‘een canon van mannelijke schrijvers kreeg opgedrongen’. Zelf doe ik aan dergelijke flauwekul niet mee; ik lees gewoon alles wat ik in handen krijg. Als het een fijn boek is lees ik het uit, en als het me niet bevalt stop ik ermee; een simpele en prettige gang van zaken.
Bij het – immer likkebaardend – grasduinen op DBNL stuitte ik op Een revolverschot (1911) van de Vlaamse Virginie Loveling. De titel deed een goedkope detective vermoeden, en die naam, Virginie Loveling, klonk verzonnen, als een vrouwelijke sidekick van James Bond. Maar het bleek toch echt haar eigen naam, sterker nog, zij bleek een tante van Cyriel Buysse, die ik hoog heb zitten. Nóg sterker, ze bleek in haar tijd zeer beroemd; ze is alleen niet in ‘de canon’ terechtgekomen, wat toch wel te denken geeft (zie boven).
Over de auteur
Schrijfster Sylvia Witteman bespreekt elke twee weken een boek dat haar is opgevallen.
Dat Revolverschot bleek recht in de roos. Het verhaal speelt in Vroden, een klein, gemoedelijk dorpje in Oost-Vlaanderen, waar de tamelijk rijke zusjes Marie en Georgine, notarisdochters, samen wonen na de dood van hun ouders. Marie is 20, voluptueus en mooi, Georgine is al 30 (wat in 1911 als stokoud gold), mager, ‘lelijk’ en over dat alles nogal wanhopig: zal ze ooit nog trouwen?
Marie en Georgine heten eigenlijk Santander. Ze zijn in de verte van Spaanse afkomst en hebben zelf nog steeds ‘Spaanse oogen vol vuur en zonnegloed’, maar hun achternaam wordt door de dorpelingen verbasterd tot ‘Sanders’, ‘omdat buitenlieden gaarne familienamen verminken’, aldus de burgemeester. ‘Er zijn hier menschen die adellijke, Spaansch-klinkende namen dragen: de Compostello, men heet ze ‘Pompegestel.’
Een boertig volkje dus, getuige ook de scène die plaatsvindt bij de ‘bascuul’, de weegschaal waarmee jaarlijks niet alleen de aardappeloogst wordt gewogen, maar ook de dorpelingen zelf, bij wijze van wedstrijd: hoe zwaarder, hoe beter.
Marie, de oudste notarisdochter, blijkt ‘te mager om met brood gegeten te worden’. Vervolgens gaat de dochter van een pachter op de weegschaal: ze kan niet verkroppen dat ze lichter blijkt dan een van de ‘dorpsjuffrouwen’ en verdedigt zich: ‘’t is dat gij zwaarder van beendergestel zijt dan ik. ’t Zijn de beenderen die wegen; bij mij is ’t al vleesch,’ wat niemand tegensprak noch beaamde, terwijl zij, zijds neerkijkend, eens in haar eigen bovenarm kneep.’
Dan is de vrouw van ‘de Rijke Boer’ aan de beurt, die 82 kilo blijkt te wegen. ‘Ha, moeder, ge zijt er vier verzwaard sedert verleden jaar, dat begint te tellen’ pochte haar echtgenoot.’ Maar daar is, tot slot, Georgine, de mooie jonge notarisdochter. ‘Een hoerageroep ging op, terwijl Georgine, vrij vlug voor haar lijvigheid, van de weegplaat wipte. Vierentachtig! Vierentachtig!’
‘Moeder, ge zijt af! Primus af! verweet haar, zelf teleurgesteld, maar recht latend weervaren wien recht toekwam, luidruchtig schaterend, de Rijke Boer.’ De omstanders noemen Georgine bewonderend ‘een vrouwmensch als een fort’ en ‘een deurgat vol’.
Al die pastorale gezelligheid kan natuurlijk niet blijven duren, getuige de titel. En ja hoor, de notarisdochters worden allebei verliefd op Luc Hancq, de jonge, knappe, alom geliefde ‘muziekmeester’ van het dorp. ‘Och, waar Luc Hancq is, mag men zeggen dat de vreugd mede aanzit’, aldus de burgemeester. Zijn vrouw moet erom lachen: ‘Luc, Luc Hancq, het klinkt als iemand die den hik heeft’ en zij proestte ’t weder uit.’
Luc laat zich de oplaaiende Spaanse passie van beide vrouwen genoeglijk aanleunen, tot de dames erachter komen dat ze allebei belazerd worden. Hoe dat afliep las ik achter elkaar uit, tot diep in de nacht.
Die canon, hè? Daar moet maar héél gauw iemand plaatsmaken voor Virginie Loveling.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns