Europa wordt arm en irrelevant als het geen antwoord vindt op de superieure technologische innovatie van China, aldus ontwerpwetenschapper en columnist Jasper van Kuijk.
Northvolt, ooit Europa’s hoop op eigen productie van duurzame (auto)batterijen, balanceert op het randje van faillissement door enorme problemen bij het opschalen van de productie.
In eerste instantie volgde op Northvolts vraag om Zweedse overheidssteun een harde nee van de regering. Begrijpelijk, want als investeerders weten dat de overheid gaat bijspringen, doen ze dat zelf niet. Toch kan Europa het zich slecht permitteren Northvolt te laten vallen, als we willen dat bij batterijen niet hetzelfde gebeurt als bij zonnepanelen. Europa had ooit een veelbelovende zonnepaneelsector, maar die is weggevaagd door China. Weggeconcurreerd op prijs én kwaliteit, ook omdat de Chinese overheid haar zonnepanelensector flink stimuleerde met financiering en kennisontwikkeling.
Het Northvolt-debacle zou Europa en Nederland moeten wakker schudden. Azië en specifiek China zijn intussen stukken beter in hoogtechnologische innovatie. Nederland heeft met ASML een fantastische uitzondering, maar dat is een erfenis van Philips. Voor de rest zijn we een land waarin het woord fabriek eerder duidt op een evenementencentrum dan op een gebouw waarin dingen worden gemaakt. De Broodfabriek, de Van Nelle Fabriek, de Plezierfabriek. Als er bij ons ‘fabriek’ op een gebouw staat, is de kans groter dat je er een ballenbad en yogamatten vindt dan industriële productiemachines. Op het wereldtoneel heb je uiteindelijk weinig aan onze veelgeprezen ‘beleveniseconomie’.
Over de auteur
Jasper van Kuijk is ontwerpwetenschapper en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Onze productie ging grotendeels naar Azië. Data van de Wereldbank laten zien dat in Nederland de maakindustrie nog slechts 12 procent is van het bruto binnenlands product, tegen China’s 26 procent. En je kunt zeggen: ja, dat is productie, geen hoogtechnologische innovatie. Alleen gaat hightech uiteindelijk daarheen waar de productie zit, omdat zich daar een ecosysteem vormt van technische kennis, bedrijven, de beste ingenieurs en de productiesystemen. Hightech zonder productie is nultech. Hetzelfde geldt voor digitale innovatie: zonder sterke eigen techsector, zoals in de VS, ontwikkel je je daar niet in.
Het is tijd dat we ons realiseren dat wij nu staan waar China veertig jaar geleden stond: we lopen achter. Europa’s technologische ecosysteem is uitgehold. Als we in de toekomst iets anders willen zijn dan een nostalgische toeristenbestemming voor de rest van de wereld die nog wel geld heeft om te reizen, dan moeten we nu doen wat China decennia geleden deed: een ambitieus, coherent programma voor technologische innovatie en productieontwikkeling starten.
Stimuleren van sectoren, investeringsprogramma’s en het opleiden van steengoede hardcore ingenieurs. Dus niet van die softe types zoals ik en ook niet dat eeuwige gejammer dat je elke keer hoort als er wordt gezegd dat we in Nederland beter moeten worden in technologie: ‘Ja, maar de sociale en maatschappelijke kant is ook belangrijk.’ Ja, die ís ook belangrijk, maar we hebben het nu even over beter worden in technologische innovatie en productie. Want zonder dat wordt Europa arm en volslagen irrelevant.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns