Home

Omstanders die wegkijken, daders die ermee wegkomen: waarom traumaherstel volgens deze psychiater een sociaal probleem is

Herstellen van een trauma zou ook een sociaal proces moeten zijn, betoogt de Amerikaanse psychiater Judith Herman, een grondlegger in de traumastudies. ‘Het verraad van omstanders doet vaak meer pijn dan de wreedheid van de dader.’

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.

Toen Judith Herman net was afgestudeerd als psychiater, deed ze een ontdekking die bepalend zou zijn voor de rest van haar carrière. Binnen de psychiatrie gold incest in die tijd, de jaren zeventig, als een uiterst zeldzaam fenomeen. Een gezaghebbend handboek schatte de prevalentie op een op de miljoen mensen.

Kinderen en volwassenen die openlijk spraken over seksueel misbruik door een familielid werden veelal weggezet als fantasten, vertelt de 82-jarige Herman telefonisch vanuit haar seniorenwoning in Cambridge (Massachusetts, VS). Daar, aan de Harvard Medical School, zou ze later als hoogleraar psychiatrie uitgroeien tot een van de grondleggers van het vakgebied traumastudies.

Ook voor huiselijk geweld was ontkenning de eerste verdedigingslinie, zegt Herman. ‘Het was niet waar, het slachtoffer had het verzonnen. Het slachtoffer de schuld geven was de tweede: het geweld was uitgelokt door de vrouw, die zou zelf verlangen naar geweld.’

Maar de eerste twee patiënten die de pas afgestudeerde Herman behandelde waren vrouwen die waren misbruikt door hun vader. Dat was óf groot toeval, dacht Herman, of de cijfers klopten niet.

Samen met een collega deed ze onderzoek en schreef ze een boek, waarin ze stelden dat incest een stuk vaker voorkomt dan veelal wordt gedacht. Het gezaghebbende handboek zat er volgens hen ‘vier orden van grootte naast’.

Hoewel het nog altijd moeilijk is om met zekerheid te zeggen hoe vaak incest precies voorkomt – onder andere omdat slachtoffers het misbruik uit schaamte vaak stilhouden – heeft Herman ook in latere onderzoeken gelijk gekregen: uiterst zeldzaam is het niet.

Ongeveer een op de zeven Nederlandse vrouwen heeft ervaring met seksueel overschrijdend gedrag door familieleden, blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van klinisch psycholoog Nel Draijer, die een paar jaar na Herman de Nederlandse situatie onderzocht.

Het is de rode draad in Hermans werk: de psychische impact van seksueel misbruik en huiselijk geweld én de maatschappelijke neiging om deze vormen van geweld over het hoofd te zien.

Het staat ook centraal in haar nieuwste boek, dat onlangs in het Nederlands verscheen als Waarheid, eerherstel en gerechtigheid. Trauma, betoogt Herman daarin, is niet alleen een individueel probleem, het is ook een sociaal probleem. Een traumatische gebeurtenis vindt immers plaats binnen een sociale context: er zijn omstanders die wegkijken of -wuiven, er is een dader die er misschien mee wegkomt of die snel weer wordt gerehabiliteerd.

Waarom is het van belang dat een trauma niet alleen individueel is?

‘Het betekent dat herstel niet alleen een individueel proces zou moeten zijn. Natuurlijk: een slachtoffer moet eerst zelf herstellen, maar voor echte genezing moet je ook iets met de sociale aspecten van het probleem.

‘En dat betekent niet alleen dat we naar het slachtoffer moeten luisteren, maar ook dat we als samenleving verantwoordelijkheid moeten nemen voor de dader en voor de omstanders.’

Daarvoor hebben we toch rechtbanken?

‘Ik weet niet hoe rechtbanken in andere landen werken, maar in de VS zijn strafrechtbanken een vijandige omgeving voor slachtoffers. Het proces draait niet om het slachtoffer, die is slechts een getuige.

‘Op fysiek geweld na is in principe elke vijandige aanval op het slachtoffer toegestaan. Advocaten mogen haar vernederen of haar geloofwaardigheid in twijfel trekken. Slachtoffers moeten er dus niet alleen op voorbereid zijn om de dader in de rechtszaal onder ogen te komen, maar ook om vernederd te worden. Dat helpt niet.’

Hoe zwaar ook, de uitkomst kan voor een slachtoffer positief zijn: als de dader naar de gevangenis gaat bijvoorbeeld.

‘Het is de vraag wat iemand die een verkrachting heeft meegemaakt daaraan heeft. De slachtoffers met wie ik sprak voor dit boek willen vooral erkenning voor wat ze is overkomen. Ze willen dat de schaamte van hun schouders wordt gehaald en dat de schuld bij de dader wordt gelegd, waar die thuishoort.

‘Ze willen dat de dader geen kwaad meer kan doen. En als dat een gevangenisstraf betekent: so be it. Maar buiten dat interesseert die gevangenisstraf ze niet, het doet niets voor hun herstel.’

Herman gebruikt vaak de vrouwelijke verwijswoorden als het om slachtoffers gaat. Als psychiater werkte ze hoofdzakelijk met vrouwen die slachtoffer werden van (seksueel) geweld.

Dat is ook het type trauma waarop ze doelt in haar boek. Niet een trauma veroorzaakt door bijvoorbeeld een auto-ongeluk, maar een ‘interpersoonlijk trauma’ waarin ongelijkheid een rol speelt: de ongelijkheid van een volwassene tegen een kind bijvoorbeeld. Of een man tegen een vrouw in onze ‘patriarchale samenleving’, zegt Herman. ‘Geweld tegen vrouwen is nog altijd een van de meestvoorkomende mensenrechtenschendingen ter wereld.’

Voor haar boek interviewde ze 26 vrouwen en 4 mannen die slachtoffer werden van (seksueel) geweld. Aan de hand van hun verhalen schetst ze welke rol de omgeving kan spelen in een trauma.

Zo is er de Amerikaanse schrijver en documentairemaker Aishah Shahidah Simmons, die als kind seksueel misbruikt werd door haar opa. Haar ouders hebben in die tijd allebei een drukke baan op het gebied van mensenrechten, Simmons’ grootouders passen veel op.

Als het meisje aan haar moeder vertelt dat opa ’s nachts haar slaapkamer insluipt, gelooft haar moeder haar aanvankelijk niet. Eenmaal overtuigd, spreekt Simmons’ vader haar opa aan. Haar ouders gaan ervan uit dat het probleem daarmee is opgelost. Simmons mag het van haar moeder niet aan haar oma vertellen omdat dat haar te veel zou aangrijpen. Het misbruik gaat door.

Jaren later publiceert Simmons een boek over seksueel geweld, waarin haar moeder ook aan het woord komt. Ze biedt haar dochter haar excuses aan en vraagt zich af waarom ze al die jaren heeft weggekeken.

Is dat een goed voorbeeld van het herstellen van trauma als sociaal proces? Simmons krijgt publieke erkenning van wat er is gebeurd en excuses van haar moeder.

‘Ja, het begint altijd met erkenning. Alle slachtoffers die ik sprak voor dit boek wilden in de eerste plaats erkenning voor wat er is gebeurd. En ze wilden die erkenning méér van de omstanders dan van de daders.’

Waarom is dat, denkt u?

‘Ik denk dat de meeste mensen wel onder ogen kunnen zien dat er wrede mensen bestaan in de wereld. Het is veel moeilijker te accepteren dat ze ermee wegkomen omdat er omstanders zijn die wegkijken of medeplichtig zijn. Het verraad van omstanders doet vaak meer pijn dan de wreedheid van de dader.

‘Slachtoffers voelen zich vaak geïsoleerd. Als omstanders erkennen wat er is gebeurd en zich verontschuldigingen voor het feit dat ze niet hebben ingegrepen, kan dat hun relatie met het slachtoffer helen. Het geeft ze het idee dat ze er niet alleen voor staan. Dat het niet hun schuld is dat ze iets verschrikkelijks is overkomen. Dat ze steun hebben.’

In de jaren negentig schreef Herman Trauma en herstel, dat nog altijd geldt als een standaardwerk over dit thema. Daarin beschrijft ze dat het herstel van trauma grofweg in drie fasen verloopt.

Eerst moet een slachtoffer zich weer veilig voelen. In de tweede fase keert hij of zij terug naar het verleden om te rouwen om wat er gebeurd is. In de derde fase kan een slachtoffer zich opnieuw richten op het heden en de toekomst. In haar nieuwste boek over trauma voegt Herman daar een vierde fase aan toe: sociaal herstel.

Hoe zou sociaal herstel er volgens u uit moeten zien?

‘Er is niet één manier. De mensen die ik interviewde verschilden van mening over wat voor hen het beste is. Eén model dat ik in mijn boek noem, is plaatsvervangend herstelrecht, waarbij slachtoffers van seksueel geweld in gesprek gaan met daders die erkend hebben wat ze gedaan hebben en daarvoor in therapie zijn.

‘Ze gaan dus niet in gesprek met de persoon die hen heeft aangevallen, dat is vaak te confronterend. Bovendien zien lang niet alle daders in dat ze iets verkeerd hebben gedaan. In plaats daarvan spreken ze met daders die iets vergelijkbaars hebben gedaan, die wel berouw tonen. Dat is voor sommige slachtoffers een ontzettend bekrachtigende ervaring. Het geeft ze hoop.

‘Het punt is: we moeten als maatschappij ons idee van wat gerechtigheid is uitbreiden. Het gaat niet alleen om rechtbanken, om straf, maar bijvoorbeeld ook om sociale voorzieningen voor trauma-overlevers.’

Hoe werkt dat in de praktijk?

‘We hebben in de VS een groot landelijk fonds voor slachtoffers, dat denk ik een goed voorbeeld is ook voor andere landen. Het geld komt van boetes die daders moeten betalen. Het betekent dat daders als groep moeten teruggeven aan slachtoffers als groep.

‘Het geld gaat naar zaken als financiële compensatie voor geestelijke gezondheidszorg, werkverzuim, dat soort dingen. Het gaat ook naar verkrachtingscrisiscentra, opvanghuizen voor mishandelde vrouwen, of het wordt ingezet om rechtbanken een beetje humaner te maken voor getroffenen. Slachtoffers zitten in de adviesraden die de fondsen toewijzen, dus op die manier worden ze vertegenwoordigd en hebben ze inspraak.’

U pleit ook al sinds de jaren negentig voor een monument voor verkrachtingsslachtoffers. Waarom?

‘We hebben in de VS al lang een mooi oorlogsmonument voor Vietnam-veteranen. Veel veteranen gaan erheen als een soort pelgrimstocht om te rouwen en om de soldaten te eren. Maar voor vrouwen en kinderen die misbruikt zijn bestond zoiets lang niet, terwijl zij diezelfde behoefte hebben.

‘Een paar jaar geleden besloot een geweldige jonge vrouw in Minnesota, nadat ze was verkracht door een ex-vriendje, dat er een monument moest komen in Minneapolis. En ze kreeg het voor elkaar, het staat er. Ik reis niet veel meer, dus ik ben er nog niet geweest, maar ik weet dat het veel betekent voor slachtoffers van seksueel geweld.’

Ondertussen is in uw land een president verkozen die door tientallen vrouwen is beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wat betekent dat voor uw betoog?

‘Vooruitgang is niet lineair zullen we maar zeggen. Het gaat op en neer, maar we krijgen niet vanzelf een rechtvaardigere samenleving. We moeten er zelf voor blijven werken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next