U hoort ze niet, maar hoeveel jonge mannen zullen om hun moeder roepen, in de loopgraven van de oorlogen? Jongemannen met dromen, naar het front gestuurd door hun dictators, door leiders in hun veilige bunkers. Kanonnenvoer, met de oerschreeuw in het uur van hun dood als catharsis: mama.
Vrijdag in Heerenveen schoot een voor een topvoetballer iets te zware jongen – of is hij inmiddels een man? – een strafschop in het doel. Hij deed dat niet helemaal onberispelijk, want de doelman kon bijna redding brengen, maar vooruit: het was een doelpunt. De 1-1 van RKC, bij Heerenveen.
De jongen (22) – of is hij nou een man? – rende weg, uit dolle vreugde, en vond de camera, want overal bij het voetbal staan camera’s. Hij riep twee keer keihard mama naar het oog van de wereld, als in een ongepolijste versie van Phil Collins’ wereldhit. Terwijl ploeggenoten hem knuffelden, keerde hij nog een keer terug, om zeker te weten dat de boodschap was overgekomen. ‘Mama.’ Ze zit diep, zijn moeder, zijn alles.
Wie de achtergrond van Mohamed Ihattaren niet kent, zal denken: stel je niet zo aan. Het betrof hier een wedstrijd in de marge van de eredivisie. Niks loopgraven.
Het is al anders voor wie weet wat hem is overkomen, en vooral wat hij zichzelf aandoet, in een poging tot zelfdestructie. Hoe hij telkens mislukte in wat hij goed kon, door zijn talent weg te gooien. Door geen mentaliteit te tonen, door zaakwaarnemers tot wanhoop te drijven, door de velden te laten benevelen met narcisme. Maar ook door de dood van zijn vader, waarmee hij niet kon omgaan. Een talent ging roemloos ten onder. Hij liet zich soms nog zien langs de lijn, maar hij was bijna twee keer zo breed als goed is voor een voetballer.
Reddeloos verloren, ondanks verschillende nieuwe starts, begeleid door steeds meer cynisme. Bij RKC, toch al een tehuis voor gevallen voetballers, kreeg hij een soort laatste kans. Hij balanceert nog steeds, al heeft hij steun van een fors begeleidingsteam. Ze zitten meestal op de tribune, zijn kritische vrienden. Soufiane Touzani, de glimlach van het straatvoetbal. Ricardo Kishna, die zelf diep zat. Zijn broer natuurlijk. Mo is er weer. Of is hij er nog? Het gaat moeizaam, het is een voortdurende strijd met trainer Henk Fraser, die houdt van lastige jongens, maar hij heeft ook een elftal in de eredivisie te houden.
Ihattaren oogt zoals tal van spelers op de amateurvelden, zo’n jongeman van wie je je afvraagt: als die nu eens serieus voor het voetbal zou leven, zou deze man dan uitblinken? Jammer. Rugnummer 52. Het is ook aandoenlijk, als Michiel Kramer hem de strafschop gunt, hoe belangrijk die ook is. Een punt of geen punten. Hij wilde een panenka doen, zei hij na afloop, want hij valt graag op. Hij deed het sober. Doelpunt.
Mo is back, riep een van zijn ploeggenoten. Maar nee, hij is nog lang niet back. Hij benutte een strafschop, meer niet. En hij schreeuwde om zijn moeder. Zoals al die onzichtbare jongens in doodsangst, maar dan net even anders.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns