Waar zo’n tien eeuwen geleden monniken dijken opwierpen om zich te beschermen tegen overstromingen, krijgen wind, zee en zand tegenwoordig weer vrij spel. Het Nederlandse duinlandschap door de ogen van fotograaf Loek Buter.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Fotograaf Loek Buter (1982) mag graag naar Amerikaanse collega’s kijken. Toen hij zag hoe een geestverwant op zoek ging naar de oorsprong van de mens in een grensstreek van Texas, herkende hij die verbondenheid met een landschap. Dat zette de Nederlander aan het denken: waar ligt ónze oorsprong eigenlijk, het ontstaan van het lage Nederland? In de duinen, besefte hij.
Monniken vormden er zo’n tien eeuwen geleden de eerste dijken, om het land te beschermen tegen overstromingen van de onstuimige zee. Nog altijd zijn die duinen een van de meest ongerepte stukjes natuur van Nederland, al worden ze intensief beheerd.
‘Als kleine jongen kwam ik al vaak in de duinen’, zegt Buter. ‘Je mocht er niks, want alles was kwetsbaar, overal stond helmgras dat het zand bij elkaar moest houden. Je mocht er niet zomaar doorheen wandelen.’
Nu is alles veranderd, zag hij toen hij ruim een jaar geleden zijn lens richtte op de 250 kilometer lange kustduinen van Nederland. ‘Waar vroeger gefixeerde rijen helmplanten en strakke dennenbossen de zeewering vormden, mag je nu op steeds meer plekken vrij wandelen. Wind, zee en zand mogen weer vrij spel krijgen, de duinen mogen weer wat vrijer ‘wandelen’.’
‘Dynamisch duinbeheer’ heet dat. ‘Typisch Hollands om zo’n managementterm te gebruiken om natuurlijke processen te beschrijven’, aldus Buter. Hij is er wel voorstander van.
Zoals de mens de duinen ooit vastlegde om zich te beschermen tegen overstromingen, zo is de nieuwe aanpak wat hem betreft de remedie tegen de bedreigingen van deze tijd: een stijgende zeespiegel en afnemende biodiversiteit. Nu zijn die duinen grotendeels begroeid met mossen en grassen, het gevolg van de grote hoeveelheden stikstof die zijn neergeslagen.
En dus ziet hij tevreden hoe op verschillende plekken in de duinkust kerven en stuifduinen zijn gecreëerd, open plekken in de duinenrij waar de wind het zand van het strand landinwaarts kan blazen. Waar het zand van het strand weer de achterliggende duinen in kan stuiven, zodat ze aangroeien en kunnen meegroeien met de zeespiegel en de klassieke ‘blanke top der duinen’ weer kan herrijzen.
Het gevolg: planten (orchideeën en parnassia bijvoorbeeld) en dieren krijgen weer meer kansen. Iedereen wordt er beter van: het duinkonijn kan in het vrijgekomen zand beter holen graven, waarin later ook tapuiten weer kunnen broeden.
Niet iedereen is daar even blij mee, trouwens. ‘In Schoorl wandelt sinds tien jaar een enorm stuifduin in de vorm van een halve maan door het duingebied, maar toen het plan ontstond om daar 13 duizend bomen te kappen en de zandvlakte uit te breiden, rees daar veel verzet tegen onder bewoners.
‘Dat snap ik wel, want het is een vertrouwd stuk landschap, maar toen ik daar het stuifduin aan het fotograferen was, zag ik mensen van hun fiets afstappen en foto’s met hun smartphone maken omdat ze dat duin zo prachtig vonden. Daar zaten ook mensen tussen die ik kort daarvoor nog had gesproken en die tegen de kap van het bos waren.’
Het kappen was zo controversieel dat het hem de grootste moeite kostte de operatie op beeld te mogen vastleggen.
De planten- en diersoorten die ervan profiteren zie je niet snel terug in de documentaireserie van Buter, die tweemaal met eerdere producties in de prijzen viel bij de Zilveren Camera.
Ja, hij fotografeerde wel duinviooltjes en zeekraal bij de Slufter op Texel, maar hij is meer van de grote lijnen. Voor het juiste zicht op het landschap mag hij graag vanuit de hoogte werken. Cameradrones en duintoppen bieden bij uitstek zicht op die grote lijnen in het landschap waar hij zo van houdt. Het biedt zicht op zowel de geschiedenis als het heden.
Logisch dat hij de abdij van Egmond niet kon negeren, de plek waar de eerste monniken hun dijken opwierpen. Geerard Labeur wandelt, mediteert en zwemt bijna dagelijks in die duinen. Hij is misschien wel de laatste duinmonnik, compleet met pij.
De romanticus in Buter ziet met lede ogen aan hoe de mens in die eeuwenoude duinen zijn actieve rol heeft afgezworen en door toedoen van beheerorganisaties steeds meer is gereduceerd tot recreant.
‘Egmond is van oorsprong echt een duindorp, waar vissers leefden die in de duinen moestuintjes hadden en jaagden op konijnen. Ze hadden echt een geschiedenis met het gebied, en wisten er ook alles van.’
Nu fotografeerde hij er kunstschilder Dirck Nab, die er dagelijks zit te werken, en die een paar maal per week aan een boa moet uitleggen ‘wat we denken dat we daar aan het doen zijn, meneertje’.
Om dit alles ging de fotograaf op pad. Naar de duinen, van Zeeland tot de Wadden. Of beter: mét de duinen, want hij volgde de eerste stapjes van duinen die weer langzaam aan de wandel mogen.
Met maar één boodschap: ‘Ik wil mensen graag wijzen op de schoonheid van onze duinen. Ze beslaan slechts 1 procent van het totale landoppervlak, maar herbergen driekwart van alle Hollandse plantensoorten en broedvogels. Een bijzonder mooi stuk natuur, dat we moeten koesteren.’
Het project De slufter, de monnik en de halve maan is mede mogelijk gemaakt met steun van stichting Oog op de natuur.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant