De Ierse schrijver Paul Murray vindt zijn roman De bijensteek, waarmee hij werd genomineerd voor de Booker Prize, zijn zwartste tot nu toe. ‘Naarmate ik ouder word, ben ik het leven tragischer gaan vinden.’
schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.
‘Het verbaast mij telkens weer hoeveel tijd het mij kost om een roman te schrijven’, zegt Paul Murray (49) via Zoom vanuit zijn werkkamer in Dublin, een paar weken nadat hij een afspraak in de Ierse hoofdstad wegens ziekte op het allerlaatste moment had moeten afzeggen. Murray was compleet ingestort na de intensieve publiciteitscampagne rond zijn alom lovend ontvangen roman The Bee Sting, nu in vertaling verschenen als De bijensteek.
Het boek – zijn vierde – belandde op de shortlist van de Booker Prize en betekende Murrays doorbraak bij een breder publiek, nadat hij eerder al nadrukkelijk op de deur had geklopt met Skippy tussen de sterren (Skippy Dies).
‘Ik schrijf met de hand, omdat ik op die manier veel gemakkelijker toegang lijk te krijgen tot mijn intuïtie en mijn onderbewuste dan bij het werken op een laptop. De eerste, handgeschreven versie komt meestal vrij snel tot stand. In het geval van De bijensteek was dat ongeveer een jaar, dus ik verwachtte dat het hele proces, inclusief schrappen, herschrijven en schaven, ongeveer drie jaar zou duren. Maar omdat De bijensteek een nogal dik boek is, kostte elke herschreven versie me meer dan een jaar. Uiteindelijk ben ik een jaar of vijf met het boek bezig geweest.’
Het is zijn zwartste boek tot nu toe, vindt Murray. ‘Naarmate ik ouder word, ben ik het leven tragischer gaan vinden en voel ik mij minder geroepen tot komedie. Al mijn boeken gaan over verdriet en dood, maar nu nog meer, omdat ik inmiddels van middelbare leeftijd ben en er meer dan vroeger zaken zijn waarvan ik spijt heb. Ieder mens ziet als hij terugblikt kansen die hij heeft laten liggen, wegen die hij niet heeft bewandeld. Dat is een rijk onderwerp. Het leven is dikwijls treurig, maar altijd rijk.’
De bijensteek speelt in een provinciestadje in de Ierse midlands en vertelt het verhaal van het gezin Barnes. Vader Dickie heeft jaren geleden de ooit prima lopende, maar inmiddels kwakkelende Volkswagenfranchise van zijn vader overgenomen. Tegen zijn zin, want Dickie heeft gestudeerd en had voor zichzelf een heel andere toekomst in gedachten.
Zijn echtgenote Imelda trouwens ook. Zij is de legendarisch mooie dochter van een lokale proleet en bijna alle vrouwen van het stadje zijn jaloers op haar. Dochter Cass staat op het punt het beklemmende bestaan in de provincie gedag te zeggen en te gaan studeren in Dublin. Het 12-jarige zoontje PJ leeft vooral in de digitale wereld en probeert krampachtig iedereen zo weinig mogelijk last te bezorgen.
De roman wordt, in elkaar afwisselende hoofdstukken, verteld vanuit het perspectief van elk van de vier gezinsleden. Zo wordt snel duidelijk dat de vier in verschillende werkelijkheden leven en dat hun dromen, ambities, angsten, frustraties, sterke en zwakke punten aanleiding zijn tot tot spanningen, die op een gegeven moment onvermijdelijk tot een of meerdere uitbarstingen moeten leiden.
De bijensteek begint met een zeer omineuze zin, die zijn schaduw vooruitwerpt over het hele boek: ‘Een dorp verderop had een man zijn gezin vermoord. Hij had de deuren dichtgespijkerd, zodat ze niet naar buiten konden; de buren hoorden ze door de kamers rennen, om genade schreeuwen. Toen hij klaar was, richtte hij het wapen op zichzelf.’
Bij het lezen van de openingszin vroeg ik mij af of de basis van De bijensteek in een krantenbericht ligt.
‘Niet dat ik mij herinner, maar in Ierland vindt er elke paar jaar wel een dergelijke onverklaarbare tragedie plaats die een hele gemeenschap ontwricht. Zo’n drama werkt, met name in kleinere gemeenschappen, als een spiegel, omdat mensen de gebeurtenissen onvermijdelijk ook op zichzelf betrekken.
‘De beginzin van mijn boek was overigens niet de eerste zin die ik opschreef. Ik begon met het verhaal van Cass. Mijn ervaring is dat je een eerste versie van een roman schrijft om te ontdekken waar het boek eigenlijk over gaat. Als je dat eenmaal weet, ga je het verhaal ordenen, een structuur aanbrengen.
‘Een van de manieren om dat te doen is met enige regelmaat een soort richtingaanwijzers te plaatsen om de lezer een idee te geven van wat voor soort boek ze aan het lezen zijn en waar ze op moeten letten. Die dreigende beginzinnen zijn daarvan een voorbeeld.
‘Ik houd van het proces van herschrijven, schaven, aanpassen. Soms is het gewoon simpel loodgieterswerk, maar wanneer het sleutelpassages betreft, vind ik het herschrijven echt spannend. Dan is het alsof ik een mijnenveld betreed, waar ik heel voorzichtig te werk moet gaan om te voorkomen dat de boel explodeert. Maar als dat eenmaal is gelukt, is de bevrediging groot.’
In alle vier uw romans speelt het fenomeen van de Keltische Tijger een rol van betekenis: de periode van sterke economische groei in Ierland in de jaren negentig, met nog een tweede fase halverwege de jaren nul.
‘Ik ben gefascineerd door de opkomst en ondergang van imperia. Omdat de kerk er geen voorstander van was, heeft Ierland nooit echte industrie gekend. In de jaren negentig veranderde het bijna van de ene dag op de andere van een landbouwnatie in een land dat dreef op IT en de farmaceutische industrie. Ierland maakte honderd jaar kapitalisme mee, in één decennium geperst. Wij ervoeren de beloften van het kapitalisme en het weer verdwijnen daarvan in een krankzinnig korte tijdsspanne. Niemand in Ierland kon dat negeren, ook ik niet.
‘Die periode van zeer snelle economische groei viel samen met de teloorgang van de katholieke kerk in Ierland. Er kwamen allerlei misbruikschandalen boven tafel, het kerkbezoek nam spectaculair af en de economie werd onze nieuwe religie. In de beleving van de meeste mensen begon het begrip ‘de economie’ steeds meer samen te vallen met ‘het land’. Bankiers werden de nieuwe priesters, en niet eens in de metaforische betekenis.
‘Plotseling lieten we ons leiden door mensen uit de financiële wereld. Traditioneel waren die altijd zo goed als onzichtbaar in Ierland, maar nu werden het zieners. Eeuwenlang ging het in Ierland niet om dít leven, maar om het hiernamaals. En toen ineens... Ik vind dat absoluut fascinerend, dus dat heeft zijn plaats gekregen in mijn werk.’
Een ander terugkerend element in Murrays boeken is de macht van het verhalen vertellen. ‘Misschien bestaan de dingen in plaats van uit snaren wel uit verhalen’, stelt een door de snaartheorie gefascineerde kostschooljongen in Skippy tussen de sterren. ‘Mensen hebben altijd verhalen gebruikt om de werkelijkheid te ordenen’, poneert een filosoof in Het doel en de leegte. In De bijensteek dienen verhalen vooral om pijnlijke waarheden te verdoezelen.
Murray: ‘Verhalen vertellen is belangrijk in de Ierse cultuur en ook voor mij persoonlijk. Ik ben van jongs af aan een enthousiast lezer geweest en lang beschouwde ik verhalen als ‘echter’ dan de werkelijkheid, die vaak maar een zwakke afspiegeling van verhalen leek.
‘Wanneer je ouder wordt, realiseer je je dat verhalen niet de werkelijkheid zijn, maar dat ze je wel kunnen helpen grip te krijgen op de werkelijkheid. In De bijensteek vergelijkt een lerares van Cass gedichten met de metalen pinnen die bergbeklimmers gebruiken om grip te krijgen op het gladde oppervlak van een gletsjer. Verhalen die mensen over zichzelf vertellen zijn pogingen controle over de werkelijkheid te krijgen. Ik ben erg geïnteresseerd in de ambiguïteit tussen wie we zijn en de verhalen die we over onszelf construeren.
‘Het belangrijkste voorbeeld daarvan in mijn roman is de bijensteek uit de titel. Het verhaal wil dat Imelda op haar huwelijksdag in haar gezicht werd gestoken door een bij, die onder haar sluier was gekropen. Daardoor zwol haar gezicht zodanig op dat ze haar hele huwelijksdag lang haar sluier moest blijven dragen. Pas tegen het eind van het boek ontdekken we dat achter dit verhaal een andere werkelijkheid schuilt.’
Op de universiteit krijgt Cass tijdens een college van een lector te horen dat romans niet meer zijn dan onderdeel van ‘een gigantische en snel uitdijende entertainmentindustrie’. Een nogal cynische benadering van literatuur.
‘Mij werd op de universiteit verteld dat de roman ooit was uitgevonden voor die nieuwe middenklasse, en dan met name de vrouwen daarin. Die hadden niets om handen, want het personeel deed al het werk. Om die vrouwen bezig te houden, en te zorgen dat ze netjes thuis bleven, gaf men hen boeken. Kortom: romans zouden net zoiets zijn als tegenwoordig Netflixseries.
‘Als romanschrijver ben ik het uiteraard niet met die visie eens. Een Netflixserie kijken is een volkomen passieve gebeurtenis. Bij een boek doet een lezer een groot deel van het werk. Een boek komt pas tot leven als iemand het leest, de tijd neemt zich de beschreven gebeurtenissen voor de geest te halen. Lezen is een scheppend proces. Een boek heeft het vermogen empathie teweeg te brengen, wat krachtig en belangrijk is. Dat is een conclusie die ook Cass tegen het eind van de roman trekt.’
U was als kind al een gretige lezer. Wanneer kwam bij u het inzicht dat je niet alleen een lezer van boeken kunt zijn, maar ook de schrijver ervan?
‘Op best jonge leeftijd. Mijn vader doceerde aan de universiteit en ons huis stond vol boeken. Lezen was voor mij een ontsnapping aan het saaie bestaan in een buitenwijk. Al snel begon ik ook mijn eigen kleine boekjes te schrijven, meestal om mijn vrienden en mijzelf aan het lachen te maken. Later werd ik gemotiveerd door wat ik eerder zei: de wens om greep te hebben op een werkelijkheid, omdat ik op de ‘echte werkelijkheid’ geen vat had. Het heeft vervolgens heel lang geduurd voordat ik het vertrouwen kreeg dat ik schrijver kon zijn.
‘Dat kwam eigenlijk pas toen ik op de universiteit een workshop volgde bij de writer in residence van dat jaar: Deirdre Madden. Het was de eerste keer dat ik mijn werk aan anderen liet lezen. Ik kreeg positieve reacties en dat was een doorbraak voor me. Na mijn studie werkte ik een tijdlang in de boekhandel waar ook de schrijver John Boyne werkte. Hij raadde me aan om creative writing te gaan studeren aan de Universiteit van East Anglia. Daar was de schrijver Ali Smith een van de docenten en zij liet haar redacteur mijn werk lezen. Ik heb heel veel te danken aan Deirde Madden en Ali Smith.’
Hoe is uw schrijfritme?
‘Dagelijks van pakweg 10 tot 4. Ik geloof dat het Norman Mailer was die zei: als je elke dag op dezelfde tijden schrijft, zul je ook als je ziek bent, een kater hebt, je gedeprimeerd voelt, of wat dan ook, in staat zijn iets te produceren. Gewoon omdat je brein dat gewend is. In mijn geval is dat ‘wat dan ook’: twijfel, aarzeling, verlies van vertrouwen. Als je aan zoiets omvangrijks als een roman werkt, dan zullen er onderweg veel momenten zijn dat je twijfelt of je boek wel de juiste richting op gaat. Maar uit gehoorzaamheid aan mijn schrijfritme neem ik toch elke dag weer plaats aan mijn schrijftafel. En dat helpt me.’
U maakt in uw werk zowel gebruik van de eerste als derde en zelfs tweede persoon. Hoe bepaalt u welke vorm het meest geschikt is?
‘Het schrijven in de eerste persoon geeft je veel komische mogelijkheden, maar beperkt je op andere gebieden. Een ik-verteller is per definitie oneerlijk, omdat die ik onvermijdelijk allerlei zaken verzwijgt. An Evening of Long Goodbyes en Het doel en de leegte zijn elk op hun eigen manier komische boeken, dus daar paste heel goed een ik-verteller bij. Maar het is heel moeilijk een in de eerste persoon geschreven roman een grote emotionele diepte te geven.
‘Het klinkt contra-intuïtief, maar je kunt veel dieper tot een personage doordringen wanneer je uit de ik-vorm stapt. In de loop van de jaren ben ik het schrijven vanuit de tweede en derde persoon aantrekkelijker gaan vinden. In De bijensteek had ik aanvankelijk een alwetende verteller, maar het bleek veel beter te werken om alle vier de hoofdpersonen in de derde persoon te beschrijven.’
In zowel Skippy als De bijensteek gebruikt u de tweede persoon als spanning en emoties huizenhoog oplopen.
‘Eerlijk gezegd kan ik het niet verklaren, maar de tweede persoon heeft iets ontzettend krachtigs. Misschien komt het doordat je die leert van je moeder, als je nog heel klein bent. ‘Je moet naar bed, als je je jas niet aandoet vat je kou’, enzovoort. Je groeit als kind op rondom dat ‘jij’, dat oer-woord met een soort hypnotische kracht. Elke keer als ik de jij-vorm gebruik in mijn boeken, opent dat een intieme wereld die ik in de eerste of derde persoon niet kan oproepen.’
De hoofdstukken waarin Imelda aan het woord komt, zijn geschreven als een soort stream-of-consciousness: een constante gedachtestroom, zonder interpunctie.
‘Imelda is een nerveuze, gejaagde persoonlijkheid. Het leven overkomt haar. Bovendien heeft ze nauwelijks een opleiding gehad. Ze reageert puur emotioneel op dingen. Het leek mij kunstmatig om haar gedachten in keurige volzinnen weer te geven. Tot dusver waren mijn personages meestal intelligent en hoogopgeleid. Imelda is dat niet en stiekem ben ik best trots op het portret dat ik van haar heb geschetst.’
Ik begrijp dat het ouderschap zowel invloed heeft gehad op uw persoon als op uw schrijverschap.
‘Het ouderschap geeft je leven betekenis, maar ook de verantwoordelijkheid en de last om die betekenis over te dragen aan een nieuwe generatie. Indringend is ook het feit dat je, als ouder, op een andere manier naar je eigen ouders gaat kijken. Je realiseert je dat het ouderschap met veel improvisatie gepaard gaat, die je naar buiten toe presenteert als weloverwogen handelen. Je ouders probeerden ook maar wat, terwijl jij als kind dacht dat alles wat ze zeiden en deden uit pure wijsheid en eindeloos inzicht voortkwam. Dat besef heeft mijn kijk op de werkelijkheid en ook mijn schrijverschap verrijkt.’
Paul Murray: De bijensteek. Uit het Engels vertaald door Dirk-Jan Arensman. Meridiaan uitgevers; 832 pagina’s; € 32,99.
Wie is Paul Murray?
Paul Murray werd in 1975 geboren in Dublin. Zijn vader was hoogleraar aan Dublin University College, gespecialiseerd in Iers drama. Zijn moeder was leraar. Murray ging naar Blackrock College, een school die wel is vergeleken met het Seabrook College in Skippy tussen de sterren.
Hij studeerde aan Trinity College in Dublin, waar schrijver Deirdre Madden als eerste zijn literaire talent opmerkte. Vervolgens ging Murray creative writing studeren aan de Universiteit van East Anglia, waar hij onder meer werd begeleid door Ali Smith. Zij bracht Murray in contact met uitgeverij Hamish Hamilton, die besloot zijn debuutroman An Evening of Long Goodbyes te publiceren (2003).
Zijn tweede roman, het op een kostschool gesitueerde Skippy tussen de sterren (2010), betekende Murrays doorbraak als schrijver. Het boek kwam op de longlist voor de Booker Prize. In 2015 publiceerde hij Het doel en de leegte, dat in bankierskringen speelt.
Zijn nieuwe roman De bijensteek (2023) werd door veel critici als een meesterwerk binnengehaald en belandde op de shortlist van de Booker Prize. Paul Murray is getrouwd en is de vader van een zoon.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant