Kick Out Zwarte Piet heeft al zijn geplande demonstraties afgelast: veel gemeenten stappen over op een inclusief sinterklaasfeest. Na dik tien jaar (doods)bedreigingen, geweld en haat kan voorman Jerry Afriyie eindelijk zijn gewone leven weer oppakken. Hoe kijkt hij terug op zijn strijd?
De stemming is niet heel uitgelaten in het kantoortje van Kick Out Zwarte Piet in de Bijlmer. Terwijl er toch een mijlpaal is behaald: 28 van de 30 gemeenten waarmee Kick Out Zwarte Piet (KOZP) in gesprek was beloofden dit jaar nog over te stappen op roetveegpieten. ‘We hebben alle geplande demonstraties bij intochten direct afgezegd.’ Maar het doosje Merci-chocolaatjes bedrukt met ‘Kanjer’, dat voorman Jerry Afriyie (43) om het te vieren voor het team had meegenomen, zit nog in het cellofaan. Afgelopen week werden ze in Yerseke en Middelharnis óók door honderden tegendemonstranten uitgescholden en bekogeld met eieren en stenen.
Op 5 december volgend jaar stopt de actiegroep. ‘We hebben dus nog precies een jaar om Zwarte Piet uit te bannen.’ En dus gunde Afriyie het team geen vrij weekend, maar trommelde hij het op voor een strategisch overleg over hoe nu verder. ‘Ze konden moeilijk zeggen dat ze al iets anders hadden.’ Uitbundige lach.
Dat is Jerry ten voeten uit, vinden zijn naaste medewerkers Joanne en Marisella, die niet met hun achternaam in de krant willen vanwege (doods)bedreigingen: onvermoeibaar, dag en nacht aan het werk. Want de organisatie achter Kick Out Zwarte Piet, Nederland Wordt Beter, maakt ook lespakketten, verzorgt lezingen en praat met tientallen gemeenten.
‘Mensen denken dat we met Kick Out Zwarte Piet een paar keer per jaar demonstreren, en that’s it. Maar mijn leven staat al dik tien jaar stil’, zegt Afriyie. ‘Ik ben alleen hiermee bezig. Ik zie mijn kinderen maar voor een kwart van de tijd opgroeien. Ik heb geen carrière kunnen maken. Vrienden en familie nodigen me niet eens meer uit voor een verjaardag, want ‘Jerry kan toch nooit’ – hoe belangrijk ze mijn werk ook vinden. Je moet opofferingsgezind zijn voor dit vak. De bedreigingen en het geweld, ik zie ze als een soort bedrijfsrisico.’
Bevlogen, noemen de twee medewerkers hem, maar ook zorgzaam en warm. ‘Wist je dat zijn volledige naam Jerry King Luther Afriyie is?’, vraag Joanne. Hij is vernoemd naar een verzetsstrijder, dat karakteriseert hem. Hij is een verbinder, zoekt altijd de dialoog.’ Intochtcomités zijn altijd verbaasd dat de activist die zo veel agressie oproept zelf ‘eigenlijk heel aardig is’.
Maar hij is ook kritisch. ‘Niet omdat ik dat van huis uit heb meegekregen’, zegt Afriyie, die werd geboren in Ghana en op zijn 11de naar zijn Ghanese vader in Nederland kwam, ‘maar gewoon puur omdat de wereld die ik zag me uitdaagde om me uit te spreken.’ Al die tijd heeft Afriyie, die ook als dichter optreedt, te maken gehad met (doods)bedreigingen, geweld en haat. Waardoor hij onder andere zijn baan als beveiliger kwijtraakte, omdat hij vanwege arrestaties geen vog (verklaring omtrent het gedrag) meer kreeg.
In gesprek met de Volkskrant blijkt hij terug op tien jaar Kick Out Zwarte Piet.
Wanneer voelde je voor het eerst ongemak over Zwarte Piet?
‘De eerste keer dat ik de viering meemaakte, vond ik het fantastisch, al dat snoep en de cadeautjes, en ik rende ook mee in de optocht. Ik was me niet bewust van de connotaties met het slavernijverleden. Dat kwam later. Ik zag wel de rolverdeling van de witte meester en de zwarte knecht, maar ik identificeerde me totaal niet met Zwarte Piet. Maar dan krijg je ruzie met vriendjes die je uitschelden met die naam. Als ik zwarte mensen om me heen ernaar vroeg, haalden ze hun schouders op: ze wilden er niet over praten, hadden zich erbij neergelegd. Bij doorvragen bleken ze toch dezelfde ervaringen te hebben en toen drong het tot me door dat Zwarte Piet een racistische karikatuur was van zwarte mensen, waarvan Nederland zichzelf had wijsgemaakt dat het kon.’
Want hij was toch zwart omdat hij door de schoorsteen kwam?
‘Ik sprak eens een man die voor Piet speelde en vroeg hem waarom hij een Surinaams accent opzette. In al zijn onschuld vertelde hij: ‘Ik weet niet, ik trek dat pak aan, ik maak mijn gezicht zwart en dan gaat het vanzelf.’ Jeetje, dacht ik, die man stapt dus in een rol en onbewust gaat hij een zwarte persoon nadoen. Dus hoe kun je zeggen dat Zwarte Piet niets met zwarte mensen te maken heeft?’
Waarom wilde je Zwarte Piet aanpakken en richtte je je niet op discriminatie op de werkvloer of racisme in het algemeen?
‘Zwarte Piet is de meest zichtbare vorm van racisme in Nederland. We weten dat er wordt gediscrimineerd bij stages, sollicitaties, door de politie, bij de Belastingdienst, maar het gebeurt vaak onderhuids, is niet keihard te bewijzen. Bij Zwarte Piet is de evidence op je gezicht gesmeerd. Het is zoiets als zeggen ‘ik heb niet van de koekjes gegeten’, terwijl de kruimels in je baard zitten. Onze protesten leggen bloot hóé racistisch Nederland is. We worden bekogeld met eieren en bierblikjes, krijgen de hele racistische mikmak over ons heen: van ‘rot op naar je eigen land’ tot bedreigingen met foto’s van kogels of een strop.’
Die agressie begon in 2011, een paar jaar voor de oprichting van Kick Out Zwarte Piet, toen je samen met Quinsy Gario voor het eerst protesteerde bij de landelijke intocht in Dordrecht, door in de menigte te gaan staan in een T-shirt met ‘Zwarte Piet is racisme’ erop. Hoe ontstond dat idee?
‘Er was in de Bijlmer, waar ik inmiddels woonde, een nieuwe generatie opgestaan die heel actief was. Wij ervoeren Nederland heel anders dan onze ouders, die zich jaren hadden geprobeerd in te vechten, die zich gedroegen als modelburgers, maar nog steeds niet echt mochten meedoen. Die nog steeds werden weggezet omdat ze een accent hadden, niet gestudeerd hadden, lui werden genoemd terwijl ze drie banen hadden. We hadden te maken met etnisch profileren en politiegeweld. Wij zagen dat allemaal gebeuren en waren het zat.
‘Ik trad in die tijd op, schreef gedichten en speeches waarin we kritisch waren op de samenleving. We hadden een politieke partij opgericht, Bijlmer Style. We pikten het niet meer om weggezet te worden als tweederangsburger. We eisten onvoorwaardelijk Nederlanderschap op. En we begonnen dus bij de meest zichtbare vorm van racisme in Nederland. Op 1 juli 2011 lanceerden we de bewustwordingscampagne en gingen in T-shirts met ‘Zwarte Piet is racisme’ erop naar markten, festivals en stations om met mensen in gesprek te gaan. De intocht in Dordrecht moest ons moment suprême worden.’
Hadden jullie rekening gehouden met politiegeweld?
‘We verwachtten niet dat we met open armen zouden worden ontvangen, maar we hadden de maanden ervoor zo veel de-escalerende gesprekken gehad met mensen op straat dat we vol vertrouwen waren. Tot de politie ingreep. We moesten weg, maar deden dat niet omdat we er alleen maar stonden, in stilte, met onze T-shirtteksten – dat was onze vrijheid van meningsuiting. Een eerdere groep agenten had dat toegestaan. Onze onverzettelijkheid riep zo veel razernij op dat we werden vastgegrepen, pepperspray in onze ogen kregen gespoten, naar de grond werden gewerkt, over straat gesleept en gearresteerd. We hadden het geluk dat iemand het filmde. En dat filmpje ging viral. Het racisme, maar ook ons verzet ertegen, was ineens zo zichtbaar. Dat maakte zo veel energie los in de zwarte gemeenschap – een soort George Floyd-momentum.’
En bij de rest van Nederland?
‘We hadden nog een lange weg te gaan. Er was geen intocht zonder Zwarte Piet, geen tv-programma zonder Zwarte Piet, geen winkel zonder Zwarte Pietversieringen. Piet was honderd procent onderdeel van die traditie. Protesten riepen een enorme agressie op. Maar met de blokkeerfriezen sloeg het beeld om. Daarvóór werd het geweld tegen ons gezien als iets waar we zelf schuld aan hadden. Maar toen onze bussen in 2017 op de A7 vlak voor Dokkum werden tegengehouden door blokkades van boze Friezen, zagen mensen voor de eerste keer: o, maar wacht even, ze komen niet eens aan, ze worden al op de snelweg gestopt. Ze zagen waar het geweld vandaan kwam. En hoe trots die mensen waren op wat ze deden.
‘Een jaar later werden we in Eindhoven opgewacht door hooligans die met vuurwerk en rookbommen gooiden. Dat was zo gewelddadig dat de internationale pers erover berichtte. In Staphorst gooiden ze het jaar daarna vloeistof over onze auto en dreigden met fakkels. Vanaf toen werd het moeilijk om te zeggen dat het geweld van onze kant kwam. Daarvoor konden mensen zich verschuilen achter de woorden: wat erg, die protesten, het is toch een kinderfeest? Maar nu stonden er gewoon knokploegen klaar.’
Waarom roepen jullie zo veel haat op?
‘Protest tegen racisme is ontzettend lastig. Normaal heb je in een vrijheidsstrijd medestanders in de dominante groep. Als je als vrouw strijdt voor vrouwenrechten, heb je bondgenoten onder mannen, de dominante groep, omdat het betekent dat hun vrouwen, tantes of dochters ook meer rechten krijgen. Bij protesten tegen zwart racisme heb je dat niet. Alle witte mensen worden aangesproken op hun gedrag, dus ook de agent die je aanhoudt, de rechter die er later een oordeel over moet vellen, de media die er verslag van doen – iedereen, van links tot rechts, wordt aangesproken. Je staat als activist eigenlijk tegenover heel Nederland, dat een andere ervaring heeft en denkt: waar hebben jullie het over?’
De groep realiseerde zich al vroeg dat er veel meer educatie nodig was over het slavernijverleden van Nederland, om beter het gesprek te kunnen voeren over Zwarte Piet als stereotiepe figuur ‘en hoe die samenhangt met het koloniale verleden’. Nederland Wordt Beter formuleerde daarom drie doelen: uitbanning van Zwarte Piet, meer educatie over het slavernijverleden en een jaarlijkse nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij.’
Wat heeft je activisme je gekost?
‘Dat mensen je adres online gooien en de school van je kinderen bekendmaken, dat doen ze niet zodat anderen bij jou een patatje kunnen kopen, hè? De framing als extremistisch en terroristisch heeft daar een grote rol in gespeeld. Maar bedreigingen zijn part of the deal. Welke leider van een zwarte burgerbeweging is met open armen ontvangen? Ja, achteraf krijgen ze prijzen, wanneer ze dood zijn. Al bijna honderd jaar pleiten zwarte Nederlanders voor verandering. Wij zijn niet de eersten, maar ik heb alles op alles gezet om ervoor te zorgen dat wij wel de laatsten zijn. Wij kunnen niet nog een generatie verliezen.’
In 2017 werd Kick Out Zwarte Piet genoemd in het rapport Dreigingsbeeld terrorisme van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV), waardoor de indruk werd gewekt dat het om een terroristische groep ging. Uiteindelijk gaf de NCTV toe dat dit een misverstand was: de groep was enkel ‘activistisch’.
De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid was op dat moment Dick Schoof, de man die nu premier is. Wat betekent dat voor jou?
‘Als hij de boeren die met tractoren Nederland ontwrichtten had geframed als extremisten, was hij dan ook premier geworden? Ik vraag het me af. Het laat zien dat je vrij spel hebt zolang je afblijft van die dominante groep. Wij moesten een klachtenprocedure starten om dat terroristenframe gecorrigeerd te krijgen. Hij heeft ervoor gezorgd dat mijn gezin en ik werden bedreigd. En nu staat hij te vertellen dat hij premier van alle Nederlanders is en dat hij racisme verwerpt? Wij zijn gelukkig niet afhankelijk van de politiek. En niet van de media. We zijn een people’s movement. Dat we samen een vuist hebben gemaakt, dat is het succes.’
Ben je teleurgesteld in Nederland?
‘Mijn land heeft me niet teleurgesteld. Ik had namelijk niet anders verwacht. Ik wist dat het niet gemakkelijk zou worden. Maar ik verwacht ook dat dit land door zijn groeipijn heen gaat komen om de verandering te omarmen.’
Welke veranderingen zie je al?
‘Toen Mark Rutte op zijn woorden moest terugkomen en zei: ‘Hé, ik heb een reis gemaakt, ik was iemand die het niet zag, maar nu zie ik dat Zwarte Piet niet meer kan’, dacht ik: leuk voor je. Want je hebt ons heel vaak in gevaar gebracht met je uitspraken dat wij tradities kapotmaakten en dat je de sentimenten van de mensen die ons aanvielen wel begreep. Maar ik zag dat er door zijn uitspraak intochtcomités gingen schuiven. Dat zij dachten: het wordt nu wel moeilijk om vol te houden dat Zwarte Piet moet blijven. Dus ik moet toegeven dat het effect heeft gehad.
‘Toen het Sinterklaasjournaal eindelijk overstag ging, voelde dat ook wel als een overwinning, al was het wat halfslachtig met vijf soorten pieten tussen roetveeg en zwartgeschminkt in. En ook de 28 gemeenten die vorige week in een klap overstag gingen: we komen steeds dichter bij ons doel. In 2011 was niemand nog op de hoogte van de ervaring van zwarte mensen, nu kan niemand er meer omheen.’
Volgend jaar heffen jullie jezelf op. Is de klus dan geklaard?
‘We dragen dan het stokje over aan de samenleving. Wij gaan geen brandweerkazernetje spelen, weet je, dat je kan bellen van: hé, er loopt hier nog een zwarte piet, kom helpen blussen. Nee, het is dan aan ons allen om er iets van te zeggen.’
Wat ga jij doen?
‘Mijn leven heeft al die tijd geparkeerd gestaan. Ergens. Op een parkeerplaats. Ik weet niet eens of het er nog staat, misschien hebben ze ’t allang weggehaald. Maar ik zou het graag weer terug hebben.’
In dat oude leven was je bezig met een dichtbundel.
‘Wie weet. Het dichten heeft mij destijds wel het beste voorbereid op het activisme: nieuwsgierig zijn, je een nieuwe wereld kunnen voorstellen die er niet is. Ik dacht altijd aan een toekomstig Nederland als een prachtig huis waar je naartoe wilt, maar waarvan je de straat en postcode niet kent. Anderen zeggen: vergeet het dan maar, daar kom je nooit aan, maar de dichter in mij zegt: nee man, let’s go.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant