Na een carrière van twintig jaar en twee burn-outs wist Typhoon: het moet anders. Hij moest ‘terug naar de essentie, het contact’. Dat heeft geleid tot zijn livealbum Live. Hij gidst ons door zijn energieke inspiratiebronnen.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Daar liggen ze dan, hoog opgestapeld op tafel. Dat product waarmee een popartiest of band een periode markeert, de neerslag van wat is bereikt en de feestelijke strik ter afsluiting: het livealbum. Rapper Typhoon heeft na meer dan twintig jaar in het vak een plaat met concertopnamen uitgebracht, simpelweg Live geheten.
En dan bracht hij begin vorig jaar ook nog het nummer met de veelzeggende titel Het eind uit. Een tekstflard: ‘Aan al het goede komt een eind. Al mijn doelen zijn bereikt.’
En liet hij vorig jaar, na twee burn-outs, drie studioalbums en veel opgedane levenswijsheid, in een interview in dit magazine niet weten dat het allemaal wel oké was nu? ‘Ik ben getrouwd, ik heb mijn geloof gevonden, ik sta in liefde, alles is gezegend, maar wat ga je daarna nog doen?’
Houdt Typhoon ermee op?
In het Amsterdamse kantoor waar alle zaken rond Typhoon, geboren als Glenn de Randamie, worden bestierd, zweert hij van niet. Maar de Surinaams-Nederlandse rapper-zanger, die met Lobi Da Basi het beste album van 2014 maakte, die hiphop en kleinkunst naadloos met elkaar versmelt, die zelfs een bff-relatie heeft met God, heeft wel serieus nagedacht over stoppen met rappen en zingen.
Die laatste vier concerten vorig jaar, twee in het Amsterdamse Paradiso en twee in Carré, waren bedoeld als een laatste saluut, een ererondje.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Hij had er misschien wel genoeg van. ‘Toen we uit de lockdown kwamen, zouden we met z’n allen bewuster met elkaar omgaan. Maar de hectiek en de stress werden vijf keer zo groot. Ik ben inmiddels 40, hypersensitief en heb er een carrière van twintig jaar op zitten. Ik hoef geen derde burn-out, dacht ik toen.’
Maar dat ererondje voelde gewoonweg te magisch, zegt hij nu.
‘Ik dacht, Glenn, je wil niet stoppen. Je wilt het gewoon op een andere manier doen.’
Hij moest de regie nemen in plaats van zich te laten leiden door een dwingende agenda. En tijdens een sabbatical van een half jaar, waarin hij zich aan reizen en contemplatie overgaf, kwam hij tot de conclusies: ‘Eén, ik ben een kunstenaar. Twee, ik ben een verhalenverteller. En drie, ik ben een ondernemer. Ik moest die drie zaken beter met elkaar in balans brengen.’
Dus deed hij het afgelopen jaar een bescheiden tournee langs kleine zaaltjes – om zo de kunstenaar-verhalenverteller meer ruimte te geven dan de ondernemer die wellicht de Ziggo Dome had willen uitverkopen.
‘Zo vet. Binnen no time was het uitverkocht. Maar we hebben er niets op verdiend. Met zo’n grote band en organisatie lukt dat niet, maar ik wilde gewoonweg doen wat mijn hart me ingaf. Terug naar de essentie, het contact. Spelen is voor mij een spiritueel proces, community building vanaf het podium.’
Pas volgend jaar zomer heeft Typhoon weer een festival staan en een grote zalentournee. Alles wat hij vroeger in één jaar deed, spreidt hij nu over twee. Waardoor hij nu ook tijd heeft om als coach te fungeren bij de nieuwe tv-talentenjacht The Headliner, of om gewoon ‘een bakkie te doen bij een oude bekende’. Misschien zelfs tijd voor een plaat met nieuw materiaal?
‘Ik heb nu twee jaar uitgetrokken om een nieuwe muzikale taal te ontwikkelen. Tijdens mijn sabbatical onderzocht ik wat mijn drijfveer is. En dat bleek de blues, in al zijn gedaanten.
‘Je hoort het in de remix van Laatste Dans op het livealbum. Dat nummer is zo’n energieke mix van bluesrock, edm en hiphop, dat ik dacht: die kant wil ik op, die energie wil ik hebben. En dan gegoten in zoveel mogelijk vormen, want elke cultuur heeft zijn eigen blues. Het levenslied, de Portugese fado, het Franse chanson, weemoedige country. Dat zijn de bronnen waar ik uit tap.’
Dus Typhoon is nog niet af?
‘Nog lang niet. Ik zie mezelf wel als iemand die compleet is. Zo van: Glenn je bent genoeg als mens, het is goed zo. Tegelijk wil je nog van alles leren. Grappig, in het nummer Mama huil niet zing ik in canon met het refrein: ‘We zijn compleet, maar gelukkig nooit helemaal af.’ Dat ben ik: compleet, maar nooit af.’
‘Een rapper-spokenwordartiest van mijn generatie, maar voor mij ook niets minder dan een dichter en een hedendaagse filosoof. Hij doet dit najaar een theatertournee met een liveband aan de hand van zijn gelijknamige debuutalbum en tilt dat zo op tot hoogstaande vertelkunst. Ik bewonder zijn kennis en intuïtie.
‘Hij heeft lange tijd niets van zich laten horen, maar het album is echt een kunststukje. Hij rapt op een persoonlijke en oprechte manier over zaken als religie en liefde, en geeft het altijd urgentie mee. Hij weet de tijdsgeest te vatten én biedt in zijn raps perspectief. Dat is iets wat ik ook nastreef. Voor mij is hij een voorbeeld dat hiphop voortdurend evolueert en daardoor tijdloos is.’
‘Ik was hem al een beetje kwijtgeraakt, eerlijk gezegd. Hij pakte me niet meer. De laatste jaren was LL Cool J sowieso meer filmster dan rapper. Maar het verhaal ging dat hij al heel lang bezig was met dit album. Eigenlijk was het al af. Hij zou nog één nummer doen met Q Tip.
‘Maar LL was zo ontevreden over wat hij had dat hij alles in de prullenbak heeft gegooid en het hele album opnieuw heeft opgenomen, met Q Tip als producer.
‘Het is een masterpiece geworden. Ik hoor energie, urgentie en vernieuwing. Ik hoor geen guy van in de vijftig, maar iemand die vol in het leven staat met een verhaal en een drang naar innovatie. Wat ik er ook zo goed aan vind: hij volgde volledig zijn eigen intuïtie.
‘Ik bedoel, er was natuurlijk al enorm veel geld in gestoken, de releasedatum stond, zijn tournee was misschien zelfs al gepland, maar hijzelf voelde van: neuh, dit is hem nog niet. En dáár gaat het om. KRS-One zei het al: ‘Hiphop is the courage for you to be you.’
‘Ken je die documentaire Summer of Soul? Over het festival in Harlem in 1969 dat zwarte muziek vierde met sterren als Stevie Wonder, Nina Simone, The Staple Singers en Sly and the Family Stone? In hiphop zijn er ook van dat soort festivals georganiseerd.
‘De mooiste documentaire daarover is Dave Chappelle’s Block Party uit 2005, een registratie van een gratis concert in Brooklyn in 2004 met Chappelle op zijn hoogtepunt en sterren als een jonge Kanye West, Mos Def, Talib Kweli, Jill Scott en Erykah Badu. Als klap op de vuurpijl kwam Lauryn Hill, die van haar platenmaatschappij Colombia niet haar eigen nummers mocht zingen, optreden met The Fugees. Het was voor het eerst dat ze samen speelden sinds de band in 1998 uit elkaar was gegaan. Je krijgt gewoon kippenvel als je Hill Killing Me Softly hoort zingen.
‘Wat ik ook zo mooi vind, is dat de documentaire duidelijk maakt waar hiphop voor staat. Veel mensen in het popcircuit hebben vooroordelen over het genre en associëren het met geweld. Maar hiphop gaat in eerste instantie over community building. Dat zie je hier.
‘En ik vind het ook fijn om er vanuit het standpunt van artiest naar te kijken. Nu, anno 2024, kijk ik in de zaal en zie ik alleen maar telefoons terugkijken. Daar zie je mensen die in de regen staan om de ervaring volledig over zich heen te laten komen. Niet één smartphone in beeld.’
‘Een coming-of-agefilm en semi-autobiografie van Spielberg. Het gaat over een jonge gast die van jongs af aan alleen maar wil filmen. Hij groeit op in een turbulente familie, met een excentrieke moeder, waarbij de camera hem eigenlijk permissie geeft om zichzelf te zijn. Het toont de eenzaamheid van de creatieve geest.
‘En je ziet: dit is hoe Steven Steven is geworden. De hoofdpersoon is geen populaire jongen, maar door die camera komt hij wel in de buurt van een bepaalde populariteit. Ik herken die situaties waarin je jezelf als eenling op de middelbare school staande probeert te houden. Prachtig, ontwapenend voedsel voor de ziel. Als je wilt huilen én lachen moet je deze film zien.’
‘Een boek van een Amerikaanse predikant die van een grote naar een kleine kerk is verhuisd om zelf zoveel mogelijk te onthaasten. Het is niet direct een meesterwerk, maar wel heel eerlijk en direct.
‘Soms heb ik het idee dat we niet zo goed weten hoe we in deze tijd moeten omgaan met alle uitdagingen en prikkels. Comer biedt spirituele handvatten om eigen keuzen te maken in de ratrace. Zelfs als je niet gelovig bent, kan dit boek je inspireren door de universele manier waarop Comer over deze thema’s praat.
‘Het heeft mij en mijn vrouw enorm geholpen en dat doet het nog steeds. Iedereen die het heeft gelezen, kan weer een beetje ademhalen.’
‘Een prachtige BBC-documentaire die uitlegt waarom 1959 een piekjaar was voor jazz. Het laat zien en horen hoe vier klassieke albums van dat jaar – Kind of Blue van Miles Davis, Mingus Ah Um van Charles Mingus, The Shape of Jazz to Come van Ornette Coleman en Time Out van Dave Brubeck – een enorme impact hebben gehad op de muziek die erna kwam.
Hoe Brubeck, bijvoorbeeld, met die compleet andere ritmiek van Take Five innoveerde binnen jazz. Dat was mijn jazz-instapmodel. Het nummer dat ervoor heeft gezorgd dat ik van jazz ben gaan houden.
‘Maar ook hoe Kind of Blue, een van mijn favoriete albums, tot stand kwam in een periode dat een groot deel van de Verenigde Staten nog gesegregeerd was en zwarte muzikanten zich nauwelijks vrij konden bewegen. Fables of Faubus op Mingus Ah Um is zelfs een soort protest van Mingus, die de gouverneur van Arkansas, die de integratie op scholen in Little Rock wilde tegenhouden, belachelijk maakt.
De docu fungeert bijna als een muziekhistorisch naslagwerk waardoor je jazz beter leert begrijpen.’
‘Een nieuwe ster in hiphop. Ze zit op Top Dawg Entertainment, het label waar ook Kendrick Lamar op zit. In het nummer Nissan Altima noemt ze zichzelf de hiphop-Madonna, de trap-Grace Jones. Daar zit wel wat in.
‘Ze is net zo gevaarlijk, stoer, sensueel en bossy. En zó virtuoos. Als ik haar met iemand in hiphop zou moeten vergelijken, denk ik aan Missy Elliott. Dezelfde flow, dezelfde eigenheid. Haar album Alligator Bites Never Heal is echt vet. En haar video’s zijn een feest van beeld en expressie.’
‘Ik ga graag naar musea om inspiratie op te doen. Ik ben een groot fan van Magritte, dus ging ik speciaal naar het KMSKA om het werk Zestien september van hem te zien. Toen kwam ik erachter dat er een heleboel Belgische schilders zijn die ik heel goed vind. James Ensor bijvoorbeeld.
‘Ik vind het heel mooi hoe hij buiten de lijntjes durft te kleuren. Dat hij de randjes opzoekt, zoals surrealisten als Magritte dat ook deden. Dat is mijn favoriete kunststroming, omdat het het onderbewuste naar boven haalt. Dus de pracht en de praal van de droomwereld, maar ook die nachtmerrie-achtige freakshow die je vaak ziet bij Ensor. Die groteske gezichten van een doek als De intrige. Magritte en Ensor, meer redenen heb je niet nodig om het KMSKA te bezoeken.’
6 augustus 1984 Geboren in ’t Harde als Glenn de Randamie.
1999 Rapt in de formatie Rudeteenz met broer Blaxtar.
2001 Maakt met Opgezwolle Als die mic aanstaat.
2004 Grote Prijs Van Nederland in de categorie r&b en hiphop.
2007 Debuut-album Tussen licht en lucht.
2008 Formatie Fakkelbrigade.
2009 Zilveren Harp.
2009-2010 Tournee van de voorstelling Wie heeft de bal.
2010-2013 Eerste burn-out.
2014 Album Lobi Da Basi zorgt voor doorbraak. Popfestivals Lowlands en Into The Great Wide Open.
2015 Gouden Plaat voor Lobi Da Basi.
2018 Sabbatical na tweede burn-out.
2020 Album Lichthuis. Gast in Zomergasten.
2024 Vierde album Live.
Typhoon is getrouwd met Marie Broeckman.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant