Het zou zo heerlijk zijn als bestuurders ons niet steeds bestraffend toespraken over problemen die zij zelf hebben veroorzaakt. Zij hebben dat niet per se persoonlijk op hun geweten. Vaak waren het hun voorgangers. Maar ook dat zou fijn zijn: als zij de verantwoordelijkheid zouden nemen – ook de historische verantwoordelijkheid – die hun ambt met zich meebrengt.
Dan zou de vlotte staatssecretaris Vincent Karremans, die over Jeugdzorg gaat, de ouders van Nederland misschien geen standje geven met de tekst: ‘Ren niet gelijk naar een professional toe’, zoals hij deed in een interview met NRC. Dan zou hij in de Tweede Kamer beginnen met de ruimhartige vaststelling dat het uit de klauwen lopen van de jeugdzorg – een op de zeven jongeren zit erin, dat kost 8 miljard per jaar – het rechtstreekse gevolg is van beleid. Onder meer het beleid ingezet door het kabinet-Rutte II, waarin Karremans’ eigen VVD met de PvdA regeerde.
Het idee was: bied kinderen en jongeren snel lichte hulp aan, dan zal er minder zware jeugdzorg nodig zijn. Daarmee werd een nieuw, enorm cliëntenbestand aangeboord. De wrange uitkomst is dat het uitgebreide werkterrein ten koste is gegaan van de kinderen en de jongeren met de grootste problemen. Zij worden dikwijls aan hun lot overgelaten of eindeloos rondgezeuld door het systeem.
Karremans murmelde wel iets over ‘het aanbod dat de vraag schept’ en er schijnt zonder waarneembare haast een wet aan te komen die dat aanbod moet verkleinen, maar dat leek een kanttekening bij de verwijten aan ‘ouders die geen genoegen nemen met nee’ en clichés als: ‘Tegenslag hoort bij het leven.’ Zou er nu ook maar één ouder zijn die denkt: ‘O ja, ik ben zo iemand die zijn kind zomaar een stempel opdrukt, medicaliseert en om het minste of geringste bij de dichtstbijzijnde hulpverlener op hoge toon een oplossing eist’?
Het stomme is, Karremans heeft gelijk als hij zegt dat het aan de samenleving als geheel is om te zorgen dat kinderen goed opgroeien en dat dit niet kan worden uitbesteed aan professionele hulp. Maar het is wonderlijk dat bestuurders zoiets voor elkaar denken te krijgen door burgers te vermanen. Het verraadt zo weinig emotionele intelligentie, gaat zo in tegen elk basaal idee over hoe je iets van iemand gedaan krijgt. En het is een vaste werkwijze. In de coronacrisis dachten bestuurders dat het zou helpen om mensen voor aso’s uit te maken. De ouderenzorg moet worden gered door senioren en mantelzorgers als verwende nesten af te schilderen.
Natuurlijk is Nederland te mobiliseren om onze kinderen een goed leven te geven. Vraag daar eens om. Enthousiasmeer! En zie als overheid het eigen aandeel onder ogen. De stapel vernietigende onderzoeken naar de jeugdzorg is torenhoog en dat achtereenvolgende bewindslieden hun taken hebben verwaarloosd staat als een paal boven water.
Erkenning is nodig om geloofwaardig te zijn. En om te leren. Sharon Stellaard, oud-medewerker in de jeugdzorg en als bestuurskundige gepromoveerd op het ‘boemerangbeleid’, praat zich de blaren op de tong om iedereen aan het verstand te peuteren dat al een halve eeuw dezelfde ingrepen worden gedaan om kosten te drukken, en dat ze telkens averechts werken. Ook in de huidige ‘hervormingsagenda’ waar Karremans heil van verwacht, ziet Stellaard niet dat het patroon wordt doorbroken. Boekhoudkundig geschuif dreigt, geen radicale omslag.
Stellaard wees er onlangs in VPRO Tegenlicht op dat jeugdzorg óók een ‘business’ is geworden. En het is veel gevraagd van die business om zichzelf uit te kleden. Temeer daar de oorzaak voor veel mentale problemen van jongeren op andere vlakken liggen waar de overheid verzaakt. Als prestatiedruk op school een oorzaak is, stop dan met de toetsgekte. Als zorgen over woningnood een oorzaak zijn, had dan de volkshuisvesting niet om zeep geholpen. Als sociale media een oorzaak zijn, bescherm kinderen daar dan tegen (g’day, Australia!).
En als je vindt dat kinderen te snel een sticker met een aandoening krijgen opgeplakt, zorg dan dat scholen ruimte voor verschil maken. Stellaard wijst er fijntjes op dat kinderopvang en onderwijs een schreeuwend tekort hebben aan pedagogisch goed opgeleide krachten en dat een groot deel van de mensen in de jeugdzorg hun oprecht goede bedoelingen daar beter kwijt zou kunnen.
Niets hiervan lukt zonder een andere overheid. De huidige kent te vaak twee standen. Een is: wij hebben hier iets prachtigs waarmee we alles voor u oplossen. Twee is: ons niet bellen. Deze perverse relatie met de burger, die beter bij een schimmige webshop past, is in decennia gegroeid en niet van het ene op het andere moment verbeterd. Een gemeenschap die voor kinderen zorgt, kun je niet via de krant bestellen. Die moet je op weg helpen met uitmuntende basisvoorzieningen, door je niet te snel overal mee te bemoeien en door eigen initiatief te ondersteunen.
Om dat alles goed te kunnen, moet je met de samenleving in gesprek. Karremans heeft dat wel zien staan in stukken van zijn ambtenaren: ‘We moeten toe naar een maatschappelijke dialoog.’ Maar hij vindt dat ‘een vreselijk woord’. Hij verzuchtte: ‘Misschien moet ik iets nieuws verzinnen, iets Rotterdams: We motte prate, ofzo.’
Misschien moeten politici af van het idee dat besturen stoer is. Het is vooral een kwestie van inlevingsvermogen. Duivels moeilijk. Dat moeten wij dan weer beseffen.
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant. Hij was 12 jaar journalist voor de Volkskrant en werkt nu als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant