Home

Voor het eerst in jaren doet Hayat Tahrir al-Sham het Syrische regime wankelen − wie zijn deze rebellen?

In een paar dagen tijd hebben Syrische rebellen een groot deel van Noordwest-Syrië, waaronder de helft van de stad Aleppo, terugveroverd op het regime. Het offensief wordt geleid door Hayat Tahrir al-Sham, een militie die nog lang niet lijkt uitgespeeld.

Daags na de verwoestende aardbeving van 6 februari vorig jaar, die aan duizenden mensen in Turkije en Syrië het leven kostte, deed Hayat Tahrir al-Sham (HTS) iets opmerkelijks: het blokkeerde de toegang van buitenlandse hulp vanuit het door het regime bezette gebied. De militie liet vervolgens weten alleen hulp vanuit Turkije te accepteren.

Het besluit was ingegeven door strategische belangen: HTS wilde koste wat kost voorkomen dat het regime de natuurramp zou aangrijpen om de controle over de zwaarbevochten regio terug te winnen. Het markeert bovendien het diepe wantrouwen dat HTS koestert jegens de regering van de Syrische president Bashar al-Assad, waarmee het al jaren in een voortslepende burgeroorlog is verwikkeld.

Maar het laat bovenal zien dat HTS een pragmatische organisatie is, die haar eigen voortbestaan als belangrijkste goed ziet.

Blitzoffensief

Na jaren van relatieve rust, waarin de strijdende partijen de wapens grotendeels lieten rusten, heeft HTS zichzelf opnieuw in de kijker gespeeld. Ditmaal als militie die het voor elkaar wist te krijgen in een mum van tijd minstens vijftig dorpen in Noordwest-Syrië te veroveren. Met als bekroning de inname van de helft van Aleppo, van oorsprong de economische slagader van het land.

De grootste stad van Syrië viel eind 2016 na langdurig bloedvergieten in handen van het regeringsleger. Met haar blitzoffensief heeft HTS de machtspositie van het regeringsleger voor het eerst in jaren serieus aan het wankelen gebracht.

HTS is ontsproten uit jihadistische groeperingen, waaronder Jabhat al-Nusra, die banden onderhoudt met Al Qaida. In 2017 fuseerde Jabhat al-Nusra met vier jihadistische groeperingen die uiteindelijk HTS vormden, onder leiding van Abu Mohamned al-Jolani.

Hij had aanvankelijk één duidelijk doel voor ogen: het regime van al-Assad omverblazen en een islamitische staat bewerkstelligen. Maar in 2016 veranderde hij van koers. Hij verkondigde publiekelijk de banden met het mondiaal georiënteerde al-Qaida te verbreken. Voortaan zou HTS zich louter richten op Syrië, concreet op Idlib. De provincie gold als laatste bastion van de rebellen in het noordwesten van Syrië, sinds het regime met behulp van Rusland grote delen van het land had terugveroverd.

Charmeoffensief

In een zwaar gehavend land als Syrië zijn milities sterk afhankelijk van buitenlandse hulp. Er was al-Jolani dus veel aan gelegen om zijn imago internationaal op te poetsen. De organisatie verspreidde video’s waarin al-Jolani optrad als zachtaardige, gematigde leider, die diploma-uitreikingen van studenten bijwoonde en deelnam aan iftar-maaltijden. In interviews legde al-Jolani uit dat hij weliswaar de sharia zou handhaven, ‘maar niet volgens de standaard van Islamitische Staat of Saoedi-Arabië.’

Het charmeoffensief haalde overigens weinig uit: Amerika weigert tot op de dag van vandaag om HTS van de lijst van terroristische organisaties te halen.

Intussen lukte het al-Jolani wel om zijn machtspositie in Idlib te versterken, zowel militair als bestuurlijk. Het in 2017 door de oppositie vormgegeven Syrische Salvation Government, die fungeert als lokale overheid, gaf HTS de legitimiteit om een bestuurlijke infrastructuur aan te leggen.

De militie beheert inmiddels verschillende hulporganisaties, runt een bank en een oliebedrijf dat petroleum importeert vanuit Turkije. Ook werpt het zich op als administratieve autoriteit. Het registreert de miljoenen ontheemden in de regio en voorziet hen van geldige documentatie.

Kantelpunt

HTS heeft altijd de wens gehad om de verschillende rebellengroepen in de regio te verenigingen tot een overkoepelende militante organisatie, om zo haar militaire slagkracht te vergroten. Dit werd niet door alle rebellengroepen geaccepteerd, wat tweespalt zaaide in de toch al verdeelde oppositie. Toch kreeg HTS het voor elkaar om de rebellerende splintergroeperingen te verslaan of in te lijven, waarmee het sinds 2019 de facto de enige militante beweging van betekenis is in Idlib. Schattingen over het aantal strijders waarover de militie beschikt lopen uiteen van twaalfduizend tot twintigduizend.

De militaire operatie die Turkije in maart 2020 uitvoerde in Idlib, in een poging de eigen militairen in de regio en Syrische burgers te beschermen, vormde een kantelpunt in het conflict. Het leidde tot een bestand tussen Rusland (op hand van het regime van al-Assad) en Turkije (op hand van de oppositie). Het geweld in de provincie nam nadien aanzienlijk af.

Het wapenbestand pakte gunstig uit voor HTS, die hierdoor de gelegenheid kreeg haar bestuurlijke machtspositie verder uit te breiden. De lokale bevolking is inmiddels in vele opzichten afhankelijk van de militie, al is het maar omdat HTS de controle heeft over de grensovergang Bab al-Hawa met Turkije, waarlangs 90 procent van de hulp komt waar de vier miljoen inwoners in Noordwest-Syrië op teren.

Protesten

Toch is de positie van HTS allerminst onschendbaar. Onder de lokale bevolking zwelt de kritiek op de militie aan door berichten over mensenrechtenschendingen. HTS wordt ervan beschuldigd politieke dissidenten, rivaliserende strijders en journalisten te executeren en te martelen. Tijdens verschillende demonstraties riepen Syriërs op tot de vrijlating van burgers uit door HTS gerunde gevangenissen.

Met de recente opmars in Noordwest-Syrië laat de HTS zien dat het militair gezien nog lang niet is uitgespeeld, al is het de vraag wat dit concreet oplevert. Het regeringsleger heeft in het verleden meermaals bewezen geen tegenstand te dulden. Een bloedige confrontatie met nog meer slachtoffers ligt op de loer. Bovenop de zeshonderdduizend levens die al verloren gingen sinds de burgeroorlog in 2011 begon.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next