Van de 115 duizend Oekraïners die sinds 2022 naar Nederland gevlucht zijn, wil een groot deel in Nederland blijven. Maar of dat ook kan, is onduidelijk. Dat zorgt voor veel stress, merken Aljona Marsjenko (36) en haar familie in Hoorn.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over Oekraïne en Oekraïners in Nederland.
Op de zevende verdieping van een flat in Hoorn ligt de vierenhalve maand oude Sofia brabbelend op de bank. De Oekraïense baby, geboren in Nederland, speelt vredig met haar eigen handjes. Haar moeder Aljona Marsjenko (36) maakt zich klaar om te gaan werken: ze draait bardiensten in café Winston, gelegen in de historische binnenstad van Hoorn. Oma Olya (66) zal vandaag op Sofia passen.
Al bijna tweeënhalf jaar geleden is het, dat Marsjenko en haar moeder gevlucht zijn uit Nova Kachovka, een Oekraïense stad die al vroeg in de oorlog bezet werd door de Russen. ‘We wilden absoluut niet leven onder de Russische bezetting’, zegt Marsjenko gedecideerd. ‘Daarom zijn we gevlucht. In een colonne van auto’s met mensen die ook weg wilden.’
De tocht voer langs meerdere Russische controleposten, waar Marsjenko en haar moeder elke keer bang waren dat ze zouden worden teruggestuurd. De opluchting was groot toen ze een gebied binnenreden dat door Oekraïne werd gecontroleerd. Toch bleef de angst voor oprukkende Russen bestaan. De vrouwen besloten hun land tijdelijk te verlaten.
Via wat omzwervingen en penibele situaties (moeder Olya brak tijdens de vlucht haar been) kwamen ze uiteindelijk in Hoorn terecht, ‘een stad als in een sprookje’. Ze werden opgevangen door ‘heel lieve Nederlanders’ die net de laatste hand legden aan een zelfstandige woonruimte, aan hun eigen huis vast, waar de Oekraïners konden wonen.
Marsjenko en haar moeder Olya behoren tot de 115 duizend Oekraïners die sinds 2022 naar Nederland gevlucht zijn. Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) blijkt dat een groot deel van deze groep de komende jaren in Nederland wil blijven. Zelfs als hun eigen land in de toekomst veilig is, twijfelen velen of ze terug willen.
De Oekraïense ontheemden zijn, volgens de onderzoekers in het rapport Tijdelijk thuis, sterk gericht op Nederland. Ze werken, proberen de taal te leren en verlangen steeds vaker naar een eigen woonruimte. Die ook vinden, lukt maar een kleine groep. Vanuit de opvanglocaties is er weinig perspectief. De Oekraïners hebben geen recht op een sociale huurwoning en een huurhuis in de private sector is vaak onbetaalbaar. Slechts 10 procent heeft een zelfstandige woonruimte.
De positie van Oekraïense ontheemden is anders dan die van asielzoekers en statushouders, omdat ze onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) vallen. In tegenstelling tot asielzoekers mogen ze wel direct na aankomst werken. Maar waar statushouders, die erkend vluchteling zijn, na vijf jaar een permanente verblijfsvergunning krijgen, is er voor Oekraïners nog geen langetermijnperspectief.
‘Deze onzekerheid zorgt voor heel veel stress en gezondheidsklachten’, zegt psycholoog Iryna Petrenko, die Oekraïense gezinnen in Nederland begeleidt. Ze ziet vooral ouders worstelen met de situatie van hun kinderen. ‘Soms spreken kinderen al beter Nederlands dan hun eigen taal. Hoe moet dat dan straks als de kinderen weer in Oekraïne naar school moeten?’
Petrenko zou graag zien dat de Nederlandse overheid hier beter over zou communiceren. ‘Of ze nu wel of niet kunnen blijven, meer duidelijkheid zou goed zijn. Mensen willen plannen maken. Zowel op het gebied van werk als qua huisvesting. Je ziet dat Oekraïners zich voortdurend afvragen wat er van hen wordt verwacht.’
Marsjenko, die in Nova Kachovka in een café werkte, kon vrijwel direct aan de slag in Nederland, dat om horecapersoneel zat te springen. Ze is blij dat ze hier mag werken, maar ze is met haar nulurencontract ook kwetsbaar.
Met het leren van de Nederlandse taal wil het niet zo vlotten. In tegenstelling tot statushouders komt ze niet in aanmerking voor een inburgeringscursus. Marsjenko: ‘Daarnaast vind ik het moeilijk om naast al het werken tijd te vinden om te studeren.’
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), die in de hele EU recht op opvang en medische zorg geeft, loopt in 2026 af. Of de regeling wordt verlengd, hangt af van het verloop van de oorlog.
Ondanks alles gaat het leven ook gewoon door. In het café in Hoorn waar Marsjenko werkt, ontmoette ze de Slowaaks-Oekraïense David, inmiddels haar vriend en de vader van de pasgeboren Sofia. Het lukte hen om samen een eigen appartementje te huren.
‘Maar we weten niet hoe de toekomst eruit zal zien’, zegt Marsjenko. ‘Ik mis Nova Kachovka heel erg en ik hoop dat mijn stad wordt bevrijd. Tegelijkertijd probeer ik dankbaar te zijn dat ik nu hier ben. Hoorn is prachtig. De mensen heel vriendelijk.’
Ook de heimwee bij moeder Olya is groot. Of ze ooit nog naar huis terug kunnen, weet ze niet. En dan, ineens huilend, pakt ze haar telefoon. Geëmotioneerd laat ze een bericht zien op de berichtenservice Telegram, verstuurd door de tegenwoordig Russische autoriteiten van Nova Kachovka. Onder elkaar staan meerdere adressen.
Olya: ‘Onze stad is al een tijd bezet, maar nu zijn ze onze huizen aan het ‘nationaliseren’.’ De Oekraïense wijst naar het scherm. ‘Kijk, die onderste. Dit adres is ons huis, hier woonden wij. Daar trekken nu Russen in.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant