Voor het eerst in jaren wil het kabinet flink minder geld besteden aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Waar de klappen precies vallen, is na het begrotingsdebat van donderdag nog niet zeker. Het zou procentueel de grootste daling van het budget zijn sinds eind vorige eeuw.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Het kabinet wil de bezuinigingen op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de komende jaren stapsgewijs opbouwen, van ruim 500 miljoen euro volgend jaar tot 2 miljard euro in 2029 (op een begroting van 56 miljard). De OCW-bezuinigingen betreffen verschillende posten: van de afschaffing van de brede brugklas en hervormingen van de publieke omroep tot het terugschroeven van wetenschapsbeurzen.
Als het aan oppositiepartijen D66, CDA, J21, ChristenUnie en SGP ligt, blijven de bezuinigingen op het ministerie beperkt tot een kleine 700 miljoen euro. De partijen willen onder meer de langstudeerboete in het hoger onderwijs tegenhouden en geen internationale studenten weren. Het kabinet heeft het zelfverklaarde ‘monsterverbond’ waarschijnlijk nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Na het weekeinde gaan oppositie en coalitie daarom met elkaar in gesprek.
Nederland besteedde de laatste jaren ruim 5 procent van het bruto binnenlands product aan onderwijs, iets meer dan het gemiddelde binnen de Europese Unie (4,7 procent in 2022). Na de Tweede Wereldoorlog maakten opeenvolgende kabinetten steeds meer geld voor onderwijs vrij. In de jaren tachtig stagneerde de groei van het onderwijsbudget, terwijl de economie verder groeide. Met de bezuinigingen die het kabinet nu beoogt, dreigen de relatieve onderwijsuitgaven een half procentpunt te dalen. De laatste keer dat dat gebeurde, was in de jaren negentig.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant