Home

Hoogleraar Kees van den Bos over bedreigingen scholen: ‘Copycatgedrag is een gevaarlijke tendens’

Diverse scholen in Nederland ontvingen afgelopen anderhalve week bedreigingen via sociale media. De politie houdt rekening met copycatgedrag: jongeren imiteren elkaar online. ‘Pubers denken al snel: dat is wel lachen’, zegt Kees van den Bos, die dit fenomeen onderzoekt.

Het begon vorige week met bedreigingen aan het adres van scholen in Amsterdam. Op Snapchat gingen berichten rond als ‘morgen schietpartijen in scholen West’ en ‘iedereen gaat dood’. Die berichten gingen vervolgens, in tal van variaties, een eigen leven leiden op sociale media.

Ook scholen in Nijmegen, Wijchen, Maassluis, Breda, Den Bosch en Leeuwarden ontvingen dreigementen. Hoewel de scholen in overleg met de politie besloten om de lessen gewoon door te laten gaan, veroorzaakte het veel onrust. Sommige ouders hielden hun kind uit veiligheidsoverwegingen thuis.

De politie heeft inmiddels drie minderjarige verdachten aangehouden, de laatste woensdagavond in Leeuwarden. Over het motief van de verdachten is nog niets bekend. Wel heeft de politie laten weten rekening te houden met copycatgedrag, oftewel kopieergedrag, waarbij gebruikers elkaar imiteren, in dit geval online. Dat kan gevaarlijk worden op het moment dat dit overslaat naar de praktijk, waarschuwt Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht.

U heeft onder meer onderzoek gedaan naar copycatgedrag bij terroristische aanslagen. Is dit vergelijkbaar met de bedreigingen die nu aan het adres van scholen plaatsvinden?

‘Elke vorm van copycatgedrag is anders, maar de psychologische dynamiek erachter is vergelijkbaar: iemand zit verveeld of kwaad achter zijn computer en stuurt via internet bedreigingen rond. Het zijn vaak individuen die dergelijke berichten plaatsen, maar ze worden opgezweept door een virtuele groep mensen, die hen volgen en liken.

‘In eerste instantie versturen ze een onschuldig plaatje en daarna beeld van een ‘vet wapen’, want dat levert nog meer volgers en likes op. Dat wordt gekopieerd door anderen. Vervolgens besteden de media er aandacht aan, wat een versterkend effect heeft.

‘In Amerika, waar geregeld schietpartijen op scholen plaatsvinden, hebben journalisten daarom onderling afgesproken om terughoudend te zijn in het concreet verhalen over hoe die bedreiging werd vormgegeven, zodat het niet gemakkelijk wordt dit gedrag te kopiëren.’

In Nederland lijkt het eerder om misplaatste pubergrappen te gaan. Hoe serieus moeten we dit nemen?

‘Dat is een afweging die de politie en schoolbesturen moeten maken. We leven gelukkig niet in Amerika, waar vuurwapens makkelijk te verkrijgen zijn. Maar let op: copycatgedrag is een gevaarlijke tendens. Zo zie je dat in Nederland het gebruik van messen onder uitgaanspubliek enorm is toegenomen. Bijna elk weekend is er wel een incident met een steekwapen.’

U bedoelt dat copycatgedrag kan overslaan van de virtuele wereld naar de praktijk?

‘Ja, en andersom. Mensen lezen erover op internet of horen erover op het schoolplein. Dan ontstaat er een bepaalde norm, die kan leiden tot een onbeheersbare dynamiek. Het is nu veel gebruikelijker om messen mee te nemen tijdens het uitgaan en te gebruiken als er ruzie ontstaat.’

Vindt copycatgedrag in beginsel altijd online plaats?

‘Dat hoeft niet. In essentie gaat het om het imiteren van andermans gedrag. Dat gebeurt ook op het schoolplein of op iemands werk. Een groot verschil is dat er online minder snel een rem zit op iemands gedrag. Als je onder collega’s een grap maakt, dan zie je aan de reacties hoe het aankomt en pas je je gedrag daar eventueel op aan. Maar op sociale media kun je die zelfcontrole veel sneller uit het oog verliezen. Dat geldt helemaal voor pubers, van wie de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Die denken al snel: dat is wel lachen.’

Zijn mensen die dergelijke berichten plaatsen zich bewust van de impact?

‘Op sociale media is die impact heel abstract. Het is bijna een soort videospelletje. Terwijl de impact groot kan zijn. Mensen kunnen doodsbang zijn om naar school te gaan. Of er heel verdrietig van worden.’

De politie neemt de bedreigingen ‘zwaar op’, en dreigt met flinke geldboetes, taakstraffen en zelfs celstraffen. Helpt dat?

‘Het is heel goed dat de politie duidelijk maakt wat de concrete gevolgen kunnen zijn, met als aantekening dat dit soort straffen alleen werken als ze tijdig optreden. Er zijn nu in korte tijd drie mensen aangehouden. Dat is een goed teken, want het geeft het signaal af dat je snel de klos kunt zijn.’

Hoe is copycatbedrag het beste te beteugelen?

‘Pubers zijn het ontvankelijkst voor hoe leeftijdsgenoten reageren op hun gedrag. Zij moeten de boodschap doorgeven: je bent niet stoer, maar een sukkel als je bedreigingen verstuurt. Zonder meteen een opgeheven vingertje te gebruiken. Het werkt het beste als ze een positief alternatief voorgeschoteld krijgen, bijvoorbeeld door influencers die laten zien hoe je je leven wel goed kunt invullen. Ook leerkrachten en wijkagenten spelen een belangrijke rol door hier met jongeren over in gesprek te gaan.’

Voor de bedreigingen aan scholen zijn vooralsnog twee minderjarige meisjes en één jongen aangehouden. Wat zegt dit?

‘Dat dergelijke verbale agressieve uitingen op internet net zo goed door meisjes als jongens worden gedaan. Bij fysiek-agressief gedrag zijn vaker jongens betrokken. Ook de schietpartijen op scholen in Amerika worden eigenlijk altijd door jongens gepleegd.

‘De recente aanhoudingen laten ook zien dat de bedreigingen niet gebonden zijn aan landsgrenzen, omdat een van de meisjes vanuit Vlaanderen scholen in Breda heeft bedreigd. We moeten het niet groter maken dan het is, maar dit soort incidenten laten wel zien hoe snel zaken uit de hand kunnen lopen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next