Na de gebeurtenissen van 7 november ontvouwde het kabinet een pakket maatregelen om antisemitisme tegen te gaan. Deze zijn hard en soms vergaand, maar dat wil niet zeggen dat zij zullen helpen. Tijd om een aantal vastgeroeste patronen te doorbreken.
Al jaren wordt werk gemaakt van antisemitismebestrijding, en dat heeft de incidenten die zich begin november in Amsterdam, en al het hele jaar hebben voorgedaan niet weten tegen te houden. Daarom dienen een aantal vastgeroeste patronen te worden doorbroken.
1. We moeten toegeven dat je niet altijd kunt weten of een uitspraak een antisemitische intentie heeft of niet.
Kritiek op George Soros kan begrepen worden als een antisemitisch hondenfluitje. Een voetbalsupporter die zingt ‘Wie niet springt die is een Jood’ heeft vaak niets tegen Joden. Wanneer een uitspraak antisemitisch is, hangt af van de intentie van diegene die het zegt, en van het begrip van diegene die het hoort. Het toepassen van definities van antisemitisme die met deze complexiteit geen rekening kunnen houden, zal daarom altijd zijn beperkingen kennen.
Dat maakt handhaving op antisemitisme, waar dit kabinet met harde maatregelen op inzet, op zijn minst, ingewikkeld. Omdat je daarvoor altijd afhankelijk bent van het toepassen van dergelijke definities, is de kans op succes bij veel vormen van antisemitisme klein. Effectiever dan handhaving is het daarom om in te zetten op voorlichting, educatie en dialoog, gelukkig ook een onderdeel van de kabinetsmaatregelen. Alleen dan kun je aandacht besteden aan de complexiteit van wat antisemitisme is.
Over de auteur
David Wertheim is historicus en schreef Waar gaat het over als het over Joden gaat?. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
2. Holocausteducatie is niet de beste manier om antisemitisme te bestrijden.
Het is verleidelijk om het gevaar van antisemitisme te benadrukken door te wijzen waartoe het heeft geleid. De gruwelijkheden van de Holocaust lijken soms de beste waarschuwing tegen het gevaar van antisemitisme. Telkens is dan ook weer de impuls, ook bij de kabinetsplannen, om meer aan Holocausteducatie te doen. Maar of we het nu leuk vinden of niet, de Holocaust is zo vaak en veel ingezet als politiek instrument, dat het onmogelijk is dergelijke lessen immuun te maken van de repercussies daarvan.
Met name het feit dat Israël zijn handelen telkens verdedigt met een beroep op de Holocaust, maakt het voor mensen die problemen hebben met dat handelen moeilijk om te zien waar in lessen over de Holocaust antisemitisme bestrijding begint en het verdedigen van Israël eindigt. Het is misschien niet terecht, en zeker tragisch, maar wel een feit dat Holocausteducatie het bestrijden van antisemitisme eerder ondermijnt dan ondersteunt. Daarbij is het ook beter dat onderwijs over de Holocaust niet belast wordt met deze vaak te ideologisch beladen strijd tegen antisemitisme.
3. Antisemitisme is een vorm van racisme. Behandel antisemitismebestrijding daarom als een onderdeel van racismebestrijding.
Er is geen racisme in dit kabinet, liet premier Dick Schoof weten. Wat er precies gezegd is in de ministerraad, dat weten wij niet. We weten wel dat de presentatrice van het Zwarte Pietenjournaal in het kabinet zit, dat het beleid en de ministersploeg die dat uitvoert mede zijn vormgegeven door iemand die veroordeeld is voor groepsbelediging, en dat een bewindspersoon pas afstand nam van zijn gewraakte uitspraken toen het erop leek dat het hem zijn baan zou kosten.
Tegelijkertijd komt het kabinet wel met een keihard pakket aan maatregelen tegen antisemitisme. Eén daarvan, het afnemen van paspoorten van Nederlanders met een dubbele nationaliteit die zich schuldig maken aan antisemitisme, komt gevaarlijk dichtbij een vorm van discriminatie. Het beeld dat zo ontstaat is dat het kabinet antisemitismebestrijding prioriteert om zo het eigen racisme te kunnen ontkennen. Dat is funest voor antisemitismebestrijding onder bevolkingsgroepen die zelf racisme of andere vormen van discriminatie ondervinden. Veel beter zou het zijn om deze groepen te bereiken met de boodschap dat antisemitisme een vorm van racisme is, en samen met elke vorm van racisme moet worden bestreden.
4. Wees, bij het benadrukken dat Joden, Israëliërs en zionisten verschillende groepen zijn, alert dat die verwarring niet alleen van antisemieten komt.
Veel antisemitisme, waarschijnlijk voor een belangrijk deel ook wat wij begin november zagen, komt voort uit het vooroordeel dat Joden verantwoordelijk zijn voor de daden van Israël. Het is bij antisemitismebestrijding essentieel dit misverstand tegen te gaan. Maar dat wordt bemoeilijkt door het feit dat antisemitismebestrijding te vaak hand in hand gaat met het verdedigen van Israël. We zien dit wanneer de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zijn arrestatiebevel afdoet als antisemitisme, maar ook bij een organisatie als het CIDI en sommige rechts-populistische en christelijke partijen die zich telkens nadrukkelijk profileren op beide onderwerpen.
Problematisch is in dit verband ook de inmiddels alom erkende definitie van antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), die onder meer het ontkennen van het recht van het Joodse volk op zelfbeschikking als antisemitisme beschouwt. Dat maakt het te makkelijk om bijvoorbeeld Palestijnse vluchtelingen die vinden dat Israël nooit gesticht had mogen worden, of vredesactivisten die alleen nog een oplossing zien in een eenstaatoplossing, op één lijn te stellen met antisemieten die geloven in een Joods wereldcomplot, of die in Amsterdam op ‘Jodenjacht’ gaan.
5. Zaken zijn niet pas verkeerd wanneer ze als antisemitisch bestempeld kunnen worden.
Met het oog op de geschiedenis is het begrijpelijk dat antisemitisme als het ergste kwaad gezien wordt dat onze samenleving kan treffen. Maar dat mag geen reden zijn om zaken tot antisemitisme te bestempelen, alleen om de kwaadaardigheid ervan te benadrukken. Helaas gebeurt dat maar al te vaak. Er is genoeg te verwijten aan het uitschelden van Holocaustoverlevenden als babymoordenaars, het vergelijken van coronamaatregelen met nazipraktijken, het plaatsen van een bord met ‘No Zionists allowed’ of het kidnappen van kinderen verdedigen als ‘verzet’, zonder daar de beschuldiging van antisemitisme aan toe te hoeven voegen.
Een knock-out met het stempel van antisemitisme lijkt dan misschien een oplossing, maar maakt in praktijk iedere inhoudelijke discussie over wat er verkeerd aan deze voorbeelden onmogelijk. Bij mensen die vanuit hun rechtvaardigheidsgevoel handelen zal dat averechts werken en zeker niet tot inzicht en inkeer leiden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant