Home

In het oog van de storm staat altijd weer Gerri, kalm en eender

Daar stond hij dan, starend in een groot licht maar verder moederziel alleen op een donkere, regenachtige kade in IJmuiden, als een verloren ziel in het vagevuur. Wij zagen hem wel, hij ons niet en ondertussen werd zijn weelderige haardos, ooit door Peter Buwalda treffend omschreven als ‘een radiale, middelpuntvliedende kwestie’, gegeseld door de wind.

‘Storm Conall spookt hier nog behoorlijk’, zei Gerri Eickhof in zijn microfoon, waarna hij op geserreerde toon vertelde over zijn werkdag. Die was in Zandvoort begonnen toen de storm nog op een rustig briesje leek en voerde daarna naar Wijk aan Zee, waar zijn bijdrage voor het zesuurjournaal helaas geen doorgang kon vinden, omdat hij en zijn cameraman er letterlijk van hun voeten werden geblazen.

De boot naar Engeland kon overigens al drie uur niet vertrekken, voegde Eickhof toe, waarna je een begripvol knikkende presentator in beeld zag die zei: ‘Beter ook.’

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Hoewel Eickhof overduidelijk aan het vernikkelen was op de kade, voelde ik thuis juist een gloed van warmte door mijn binnenste trekken, want bij het gebrek aan een Elfstedentocht, is de stormreportage van NOS-verslaggever Gerri Eickhof het laatst overgebleven bastion van de Nederlandse saamhorigheid.

Zodra hij in beeld verschijnt tijdens een verder gitzwart achtuurjournaal, weet Eickhof dankzij een paar goedgekozen zinnen over een windhoos bij Akkrum namelijk in heel Nederland een lichtend gevoel van geluk op te wekken, zoals de flits van een vallende ster dat ook kan doen.

Wat daarbij helpt is dat Eickhof, de inmiddels oudste verslaggever bij de NOS (hij werkt er sinds 1986), volledig immuun lijkt te zijn voor de oprukkende ouderdom en de daarbij horende krakkemikkigheid. Terwijl de wereld om hem heen vergaat, ziet Gerri Eickhof in een storm er al decennialang eender uit, wat een onwaarschijnlijke kalmte veroorzaakt bij alle kijkers die weleens worstelen met die meedogenloos voortschrijdende tijd en de daarmee gepaard gaande verandering.

Niet voor niets word ik iedere keer als Eickhof op een winderig strand verschijnt, overvallen door een nostalgisch verlangen om weer 8 te zijn en een plakje worst te krijgen van slagerij J. van der Ven. Zodra Eickhof zegt dat het hard waait in Lochem, voel ik subiet de onweerstaanbare behoefte al mijn socialemedia-accounts te verwijderen, het volkslied te zingen op de Dam en terug te keren naar een tijd waarin Nederland nog gelukkig was omdat politici nog nette mensen waren en niemand zijn Dodge Ram 1500 half op de stoep parkeerde.

De meeste voormalige oorlogsverslaggevers kunnen na hun tijd aan het front enkel nog communiceren in stoere anekdotes. Gerri Eickhof daarentegen (voormalig Joegoslavië, Rwanda, Burundi, Kosovo, Irak) trekt in plaats daarvan en zonder morren naar Zaanstad-’t Kalf om aan de natie uit te leggen dat er takken liggen op de A7, waarmee hij een essentieel medicijn is in een wereld die lijdt aan chronische zelfgenoegzaamheid.

Een paar jaar geleden zei Eickhof in een prachtig interview met Sara Berkeljon in de Volkskrant dat hij in zijn jeugd elke dag door een groep van wel twintig kinderen werd uitgescholden voor ‘bruine boon, nikker, zwarte’. ‘Behalve in november en december, dan riepen ze Zwarte Piet.’ Zijn moeder adviseerde hem het te negeren, maar Eickhof geloofde niet in die methode. ‘Als het regent kun je niet doen alsof het droog is’, zei hij tegen Berkeljon.

Zo geschiedde en dus is de enige troost die we als volk kunnen halen uit de naderende zondvloed, dat hij verslagen zal worden door Gerri Eickhof.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next