Kan iedereen vanaf 2 januari thuis vanaf de bank de Nederlandse oorlogsarchieven van het Nationaal Archief doorzoeken? Dat was wel het idee. Maar de Autoriteit Persoonsgegevens wil juist voorkomen dat iedereen overal de beladen dossiers kan inzien. Een formele waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens kan het einde inluiden van de digitale beschikbaarstelling.
Het ‘oorlogsarchief’ zou op 1 januari opengaan, wat betekent dat?
Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) bevat gegevens van 425 duizend mensen. Het archief van circa 4 kilometer aan papier telt circa 30 miljoen pagina’s.
De papieren dossiers bevatten informatie over oorlogsmisdadigers, collaborateurs en NSB’ers, maar ook over onschuldigen of ‘lichte gevallen’, zoals Nederlandse vrouwen die een relatie aanknoopten met Duitsers. In de mappen zijn dagvaardingen, brieven, foto’s en getuigenverklaringen van die groepen te vinden.
De dossiers zijn al langer in te zien, maar alleen door familieleden van betrokkenen, journalisten en onderzoekers. En alleen in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag.
Welke privacyrisico’s brengt die digitalisering met zich mee?
Van levende verdachten wordt het dossier niet online gezet. Maar in de dossiers die wel online beschikbaar worden, zit mogelijk gevoelige informatie verstopt over familieleden die niets met de gepleegde strafbare feiten te maken hebben. Die gegevens worden straks voor iedereen zichtbaar.
Het Nationaal Archief heeft een bezwaarprocedure in het leven geroepen, maar nabestaanden zullen waarschijnlijk pas bezwaar maken als ze weten wat er in een dossier staat. Dat is vaak pas nadat de documenten online zijn gezet.
Wat vinden juristen hiervan?
Van de AVG, de privacywet, mogen er geen gevoelige gegevens over nog levende personen openbaar gemaakt worden. In een intern rapport waarschuwen juristen van het Nationaal Archief voor de risico’s, zo blijkt uit een rapport van hoogleraar archiefwetenschap Charles Jeurgens (UvA).
Jeurgens deed deze zomer een extra risicotoets, op verzoek van het Nationaal Archief en de Stichting Werkgroep Herkenning, die nabestaanden van foute Nederlanders bijstaat. De hoogleraar schrijft daarin dat de interne juristen het digitaliseren van het oorlogsarchief zien als ‘een riskante onderneming’, die in strijd is met de wet. Jeurgens waarschuwt dat door de digitalisering rechten van nabestaanden kunnen worden geschonden en dat het Nationaal Archief kan worden ‘teruggefloten’.
Wat heeft het Nationaal Archief met die waarschuwingen gedaan?
Het is onmogelijk om uit die kilometers archief alle gegevens van nog levende nabestaanden te filteren. Het oorlogsarchief om die reden dan maar niet online te zetten, is ‘disproportioneel’, schrijft het Nationaal Archief in een uitleg op de website.
De archiefinstelling zegt dat ze alle juridische overwegingen tegen het licht heeft gehouden en vindt dat het maatschappelijk belang van digitalisering het zwaarst weegt. Nabestaanden van Joodse slachtoffers en van verzetsmensen weten vaak niet door wie hun geliefden zijn verraden of opgepakt, zij kunnen na tachtig jaar eindelijk antwoord krijgen op hun vragen. Bovendien wordt het archief nu zo eenvoudig doorzoekbaar dat wetenschappers historisch onderzoek kunnen doen.
Het Nationaal Archief liet donderdagmiddag in een verklaring weten dat de adviezen van juristen hebben geleid tot extra maatregelen. Zo zijn de documenten niet doorzoekbaar voor zoekmachines als Google, en is er een bezwaarprocedure. Die maatregelen zijn afgestemd met de belangenverenigingen van nabestaanden van slachtoffers en daders, benadrukt het archief.
Of het maatschappelijk belang inderdaad zwaarder mag wegen, is onduidelijk, aldus hoogleraar Jeurgens. Het oorlogsarchief is uniek, zegt hij tegen de Volkskrant, en de digitalisering ervan is dat ook: ‘We weten niet hoe een rechter ernaar kijkt.’
Kan de Autoriteit Persoonsgegevens de digitale toegang tot de archieven blokkeren?
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is bevoegd sancties op te leggen bij een overtreding van de privacywetten. Dat kan in de vorm van een boete. Maar dat is wel pas mogelijk wanneer de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
De toezichthouder kan echter ook al ingrijpen wanneer een overtreding van de wetgeving dreigt. In zo’n geval kan bijvoorbeeld een waarschuwing worden gegeven. Sinds een aantal maanden staat de Autoriteit Persoonsgegevens in contact met het Nationaal Archief.
Ingewijden zeggen dat de AP van plan is het Nationaal Archief volgende week formeel te waarschuwen. Komen de stukken toch online en vindt er daarmee - naar het oordeel van de toezichthouder - een overtreding plaats, dan kan de AP overgaan tot een zogenoemd verwerkingsverbod of een boete.
Is er een alternatief?
Ja, zeggen privacydeskundigen die zich eerder over de kwestie bogen. Volgens interne juristen van het archief is er maar één oplossing aanvaardbaar, schrijft hoogleraar Jeurgens: voorkom dat mensen op hun eigen laptop gaan zoeken en laat geïnteresseerden naar de studiezaal van het archief komen.
In aanloop naar 2 januari kwamen belanghebbenden met een vergelijkbaar plan: stel het gedigitaliseerde archief de eerste twee jaar alleen open op ‘beschermde’ openbare plaatsen zoals bibliotheken en archiefinstellingen. Jeroen Saris, die namens de Werkgroep Herkenning meedacht over de digitalisering, denkt dat die oplossing het beste is: de risico’s voor privacy blijven beperkt, en het archief wordt voor wetenschappers toch doorzoekbaar. ‘Het zou tegemoetkomen aan alle bezwaren van de Autoriteit Persoonsgegevens.’
Het Nationaal Archief oordeelde eerder dat dit geen geschikte oplossing is, omdat het oorlogsarchief beschikbaar zou moeten zijn ‘voor iedereen, zonder enige (fysieke) drempel’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant