Home

Is Europese staalindustrie gedoemd te verdwijnen?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Bij Tata Steel in IJmuiden is afgezien van het donderend geraas van de fabrieken de rust even teruggekeerd. De productie draait door. De activisten die de sluiting eisen van de meest vervuilende installaties en in sommige gevallen het hele bedrijf, lijken pas op de plaats te hebben gemaakt nu er tenminste windschermen zijn geplaatst tegen stofoverlast.

Maar het is stilte voor de storm. Want het gaat niet goed met de Europese staalindustrie. Die staat op het punt van omvallen.

Afgelopen week maakte het Duitse Thyssenkrupp bekend elfduizend banen te schrappen. ArcelorMittal, de grootste Europese staalfabrikant, kondigde aan de plannen voor vergroening van de staalproductie op de lange baan te schuiven. Op dit moment zijn de investeringen om kolen als grondstof te vervangen door gas en waterstof niet terug te verdienen.

Het Zweedse SSAB dat een proeffabriek voor groen staal in het hoge noorden van het land heeft, maakte tegenvallende cijfers bekend. Sinds maart van dit jaar is de beurskoers gedaald van 81 naar 49 Zweedse kroon. SSAB heeft het voordeel dat in het noorden dankzij waterkracht goedkoper waterstof kan worden geproduceerd. En klanten zouden in de rij staan voor groen staal. Maar er is aarzeling bij de volgende stap naar een volledige opererende fabriek in 2030.

Ook in IJmuiden wordt bezuinigd. De nieuwe CFO Hans Turkesteen wil dat in het eerste kwartaal van 2025 de kosten met 60 miljoen euro worden teruggebracht. Anders raakt de kas leeg. Vorig boekjaar verloor Tata in Nederland 550 miljoen euro. En ook dit jaar is er nog nauwelijks iets verdiend. De moedermaatschappij in India heeft gezegd dat IJmuiden hoe dan ook zelf de broek moet ophouden.

Er is daarom een speciaal team opgericht – het 60 miljoen-team – dat erop moet toezien dat de bezuinigingen worden gerealiseerd en het niet bij pappen en nathouden blijft. Gelukkig mogen tweehonderd werknemers (jaarlijkse kosten 30 miljoen) zich blijven bezighouden met het ontwikkelingsplan voor de groene staalproductie dat in april volgend jaar moet worden gepresenteerd aan minister Sophie Hermans. Voor de realisatie daarvan zou 2,5 miljard staatssteun nodig zijn. Via een tussenfase – het overschakelen van kolen naar het minder vervuilende gas – zou al in 2030 de CO2-uitstoot met 40 procent moeten worden gereduceerd.

Maar het zit tegen. Europese staalbedrijven moeten flink betalen voor de uitstoot van CO2 – nu zo’n 75 tot 100 euro per ton – terwijl dat buiten het continent gratis is. Gas en elektriciteit zijn in Europa duurder dan in de VS of China. Daarnaast is de Duitse auto-industrie ingestort, een tegenvaller voor Tata in IJmuiden, waarvan een derde van de productie bestemd is voor de auto-industrie. Er is de dreiging van nieuwe importbarrières onder Donald Trump. Tata is in de VS een belangrijke leverancier van verpakkingsstaal voor batterijproductie.

De hoop is gevestigd op de autoriteiten. Den Haag moet over de brug komen met 2,5 miljard euro staatssteun en Brussel moet de Aziatische staalproducenten een heffing opleggen voor het feit dat zij niet betalen voor CO2-uitstoot.

Anders zal het oude continent niet zelfvoorzienend meer zijn in staal.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next