Shalom Nagar, de Israëlische beul van de Duitse oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann, is op 88-jarige leeftijd overleden. Het vonnis was een van de slechts twee gerechtelijke doodstraffen die Israël ooit uitvoerde. ‘Ik was de enige die het niet wilde doen.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Het is een van de beruchtste rechtszaken ooit: miljoenen mensen wereldwijd zagen in 1961 hoe Adolf Eichmann, de architect van de Holocaust, zich in de Israëlische rechtszaal moest verantwoorden voor zijn misdaden. Een jaar eerder was hij door een team Israëlische geheim agenten ontvoerd uit Argentinië.
In de rechtszaal beweerde Eichmann dat hij slechts bevelen had opgevolgd. De Israëlische rechters maakten daar korte metten mee: hij was een van de centrale figuren bij de georganiseerde massamoord op zes miljoen Joden en dus kreeg hij de zwaarst denkbare straf in het Israëlische recht: de doodstraf. Eichmann werd opgehangen. Decennialang bleef onbekend wie het vonnis had voltrokken.
De beul in kwestie, Shalom Nagar, mocht er jarenlang niets over zeggen, zo vertelde hij in 2011 aan de Volkskrant. ‘Alleen mijn vrouw en later mijn oudste zoon heb ik er iets over verteld.’ Zijn oversten vreesden voor represailles van neonazistische aanhangers van Eichmann.
Pas begin jaren negentig stuitte een Israëlisch radiostation op zijn naam bij een onderzoek ter gelegenheid van het dertigjarige jubileum van de executie. Toen het hek eenmaal van de dam was, sprak Nagar veelvuldig over hoe hij Eichmann bewaakte tijdens de rechtszaak, hoe hij degene was die de hendel overhaalde bij de executie, en hoe dat hem nog jarenlang achtervolgde.
Shalom (‘vrede’) Nagar (‘timmerman’) werd in 1936 geboren in Jemen. Zijn vader stierf zeven jaar later. Toen zijn moeder hertrouwde, weigerde zijn stiefvader hem in huis te nemen. Zodoende trok hij naar hoofdstad Sanaa, waar hij al bedelend rondkwam. Op zijn 12de emigreerde hij samen met zijn broer naar het net opgerichte Israël. Daar diende hij als parachutist in het leger, voor zijn pad als gevangenisbewaker kruiste met dat van Eichmann.
De naar Argentinië gevluchte Eichmann was in 1960 door Israëlische geheime dienst ontvoerd naar Israël, waar hij terechtstond voor de moord op 6 miljoen Joden, Roma en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nagar was een van de 22 mannen die hem bewaakten tijdens het proces. Allen waren Joden uit de Arabische wereld: de gevangenisleiding was bang dat asjkenazische Joden, zij met een Noord- of Oost-Europese achtergrond, Eichmann iets aan zouden doen uit wraak voor familie die zij hadden verloren tijdens de Holocaust.
Toen Eichmann ter dood werd veroordeeld, rees de vraag welke bewaker als beul moest optreden. ‘Mijn commandant [...] vroeg aan me: ‘Shalom, ben je bereid op de knop te drukken?’, zei Nagar in de documentaire The Hangman. ‘Ik zei dat ik het niet wilde doen. Alle anderen wilden het wel. Ik was de enige die het niet wilde.’ Een simpele loterij bepaalde dat Nagar het vonnis uit moest voeren.
Op 1 juli 1962, kort na middernacht, haalde Nagar de hendel over die het valluik onder Eichmann opende. Vervolgens was het ook aan hem om het touw los te maken toen Eichmanns dood was vastgesteld. Het nazi-kopstuk had een kap geweigerd toen hem de strop werd omgehangen. ‘Uit zijn longen kwam nog lucht, een lang gereutel’, vertelde hij de Volkskrant daarover. ‘Ik kreeg bloed op mijn uniform. Ik was soldaat geweest, had voor Israël gevochten, maar ik was nog nooit zó bang.’
Jaren later had hij nog nachtmerries van de executie, de laatste van slechts twee doodstraffen die Israël ooit voltrok (in 1948 werd een legerofficier voor verraad geëxecuteerd). Na zijn vertrek als cipier stortte Nagar zich op de Joodse leer, om rabbijn te worden.
In 1988 probeerde Israël hem te strikken voor nog een mogelijke executie, van de Oekraïense SS’er Ivan Demjanjuk. Hoewel de kampbewaker uiteindelijk een celstraf kreeg, had Nagar geweigerd nogmaals de galg te bedienen. ‘Ik heb eenmaal mijn mitswa, joodse plicht, vervuld door de duivel Eichmann van de aarde te verwijderen’, zei hij tegen de Volkskrant. ‘En dat vond ik genoeg.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant