Grote delen van hun wijk zijn verwoest, maar de trots van de meeste inwoners van Dahieh is er niet minder om. Het staakt-het-vuren wordt in dit zuidelijk deel van Beiroet gevierd als een zege van Hezbollah.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Beiroet.
De ochtend is nog jong als het feest losbarst. Auto’s toeteren, vuisten worden geheven. De straten van zuidelijk Beiroet zinderen. Het staakt-het-vuren met Israël, hoewel nog pril en breekbaar, wordt woensdagochtend gevierd als een klinkende overwinning. Pubers steken vingers in de lucht, de V van vrede. Een kale man grijpt een automatisch geweer en begint uit blijdschap in de lucht te schieten. Ra-ta-ta-ta-ta.
De 24-jarige Sara Ramadan, student verpleegkunde, ziet het glimlachend aan. Door de oorlog was ze van huis verdreven, maar nu de Israëlische gevechtsvliegtuigen zijn verdwenen, durft ze hier weer te komen. De oorlog noemt ze een ‘test van God’, waar haar land met vlag en wimpel voor geslaagd is. ‘Het bloed van Nasrallah (de omgekomen Hezbollah-leider, red.) heeft ons kracht gegeven.’
En weg is ze, opgelost in de menigte die Hezbollah-klassiekers draait op maximaal volume. O, Sayyed (Nasrallah, red.), als je ons roept / dan stroomt ons rechtvaardige bloed sneller / we zullen op hete kolen lopen en niet buigen / laat iedereen het horen.
Er is een groot verschil, dat moge duidelijk zijn, tussen de sfeer in deze door Hezbollah gedomineerde buitenwijk en die in de rest van Libanon. Het land hangt in de touwen na twee maanden van vernietiging. Het zuiden ligt in puin, de schade loopt in de miljarden.
Welbeschouwd is Hezbollah meer verliezer dan winnaar. In oktober vorig jaar opende de militante beweging het front met Israël met het hoogmoedige doel een staakt-het-vuren in Gaza af te dwingen. Dat is mislukt en in plaats daarvan kreeg de groepering klap na klap. Semafoons en walkietalkies explodeerden, de organisatie bleek geïnfiltreerd en de belangrijkste kopstukken werden door Israël gedood, Nasrallah incluis. Het herstel, zowel militair als politiek, zal waarschijnlijk jaren duren, zo niet een decennium.
Aan Israëlische kant kan de oorlog als een militair succes worden verkocht, ofschoon het officiële doel – de veilige terugkeer van Israëliërs naar hun dorpen in het noorden – nog moet worden afgevinkt. ‘Onze militaire prestaties in deze oorlog overtreffen alles wat we hadden gepland’, zei een Israëlische militaire bron tegen nieuwssite Al-Monitor. ‘We zijn als een gokker in een casino met volle zakken. Er was geen reden om aan tafel te blijven.’
Daar staat tegenover dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu wellicht meer had gewild. In oktober had hij Libanezen in een videotoespraak nog gevraagd tegen Hezbollah ‘in opstand te komen’, een ietwat wereldvreemde oproep tot regime change waar niets van terecht is gekomen. Libanezen zijn – voorlopig althans – schouder aan schouder blijven staan. Hezbollah is verzwakt, niet verslagen.
Over die volharding valt veel trots te beluisteren, bijvoorbeeld bij de 40-jarige Fatima Jaber, een moeder uit een middenklassegezin in de feestende buitenwijk, lokaal bekend als Dahieh. ‘Israël wilde fitna creëren, verdeeldheid, maar dat is mislukt. Ze hebben onze leiders gedood, maar wij zullen Hezbollah blijven volgen.’
Haar woonkamer is de oorlog in het klein. Aan de overkant van de straat is een Israëlische bom ingeslagen, waardoor de gordijnrails is losgeschoten en de ramen uit hun sponningen zijn geknald. De sofa is bezaaid met gruis en glas. Een tweede huis van de familie, niet ver van de grens met Israël, is waarschijnlijk helemaal verwoest. ‘Godzijdank is deze oorlog voorbij’, zegt Jaber zachtjes. Met haar vijf kinderen is ze gekomen om wat paperassen op te halen zoals diploma’s en rijbewijzen.
Het zal tijd kosten voordat alle troep is opgeruimd. ‘Wij kunnen ons een opknapbeurt veroorloven’, zegt enige zoon Hussein Berro (23), ‘maar voor anderen geldt dat niet.’ Berro is blij met het bestand. Een goede vriend werd strijder voor Hezbollah en stierf op het slagveld. ‘Hij kreeg wat hij wilde’, zegt Berro luchtig. Hij doelt op een status als ‘martelaar.’ Niets is eervoller dan dat.
Onder het pand komt de ene auto na de andere voorrijden. Het zijn andere bewoners van het acht verdiepingen tellende pand. Sommigen komen een paar truien halen voor de winter. Het eerste dat Ali Hammoud (55) opvalt, is zijn Volkswagen Golf die door een bombardement aan diggelen is gegaan. Hij legt liefdevol een dekentje over de kapotte achterruit. Van euforie is bij Hammoud niks te merken. ‘Ik voel vooral verwarring. Kijk om je heen, onze stad is kapot.’
De wijk is inderdaad onherkenbaar veranderd, met overal littekens en smeulende resten van kapotte huizen. Wie gaat er voor de wederopbouw opdraaien? Libanon is bankroet, daar zal het niet van komen. In 2006, na de laatste oorlog tussen Israël en Hezbollah, trokken Saoedi-Arabië en Iran de portemonnee. Of ze dat nu opnieuw gaan doen, valt te betwijfelen. Iran zit in een economische crisis, terwijl de Saoediërs nauwelijks nog interesse tonen in Libanon.
Een andere vraag is het staakt-het-vuren zelf, waarvan de houdbaarheid twijfelachtig is. Woensdag waren er meteen incidenten. Libanezen die wilden controleren of hun huizen in het grensdorp Khiam nog overeind stonden, werden door het Israëlische leger beschoten. Hetzelfde gebeurde met twee Libanese journalisten. Prompt kondigde Israël een avondklok af voor het hele zuiden.
De sleutel voor stabiliteit ligt bij het Libanese leger dat, zo is afgesproken, met tienduizend soldaten het zuiden moet bewaken. Dat klinkt simpel, maar is het allerminst. Libanon zit sinds twee jaar zonder president, en daarmee ook zonder fatsoenlijk politiek mandaat voor het leger. De echte test komt nu pas, zei parlementsvoorzitter Nabih Berri daarom. ‘Een test voor alle Libanezen’, noemde hij het, ‘om hun land te redden en hun grondwettelijke instituties te beschermen.’
Het was een oproep tot eenheid, maar daar kom je in het verdeelde Libanon (met achttien erkende religieuze groepen) vaak niet ver mee. Hezbollah heeft zijn eigen kandidaat voor het presidentschap, en hetzelfde geldt voor het anti-Hezbollah-kamp. De beweging passeren bij de keuze van een staatshoofd zou neerkomen op een recept voor een burgeroorlog.
Op straat in Dahieh zijn dit zorgen voor later. Urenlang gaat het feesten door, evenals het vreugdevuur uit kalasjnikovs en pistolen. ‘God is de grootste’, schreeuwt iemand. Kamal Mansour (47), een vader van een tweeling die net is teruggekeerd in zijn huis, is het allemaal niet ontgaan. ‘We zijn nu nog dronken’, glimlacht hij. Maar wat komt er hierna?
Mansour weigert te somberen. Hij was onder de indruk van de solidariteit die hij zag in het bergdorp waar hij met zijn gezin noodgedwongen naartoe was gevlucht. Of die solidariteit blijvend is, weet niemand. Maar je kunt er altijd op hopen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant