Het meeste nieuws is weinig opwekkend. Mede daarom probeer ik in m’n stukjes over het nieuws vaak wat lucht te blazen. Je moet wat, een topzware krant kan niemand tillen en wie weet helpt een glimlach, hoe vluchtig ook, om angsten te bezweren, boosheid te kanaliseren, om de loop der dingen te ondergaan, of te proberen die loop iets om te buigen. Ergens in lucht bevindt zich licht, en waar licht is, is hoop.
Vraag: ‘Is er hoop te vinden in elk onderwerp?’
Antwoord columnist: ‘Tuurlijk!’
Vraag: ‘Dus ook in klimaatverandering?’
Antwoord columnist: ‘(...)’
In veel van het nieuws dat ik de afgelopen weken las over de COP29, de klimaattop in Bakoe, zaten details die lachwekkend zouden zijn als je er niet daarvoor al om was gaan huilen. Neem alleen al de locatie, of de stroperige voortgang van de besprekingen – waarin sprake was van de ‘architectuur’ van de klimaatfinanciering. En dan had je nog de Bussumse klimaatridder Wopke Hoekstra, bij wie ambities en competenties altijd zo hevig met elkaar in strijd lijken dat zijn kapsel er elektrisch geladen van wordt.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zelfs het bericht dat Tuvalu bezig is zichzelf met 3D-beelden te bewaren voor het nageslacht alvorens de eilandengroep onderloopt, het lot van Atlantis achterna, maakte geen flintertje hoop in me los. Het enige wat bleef hangen, was: globale solidariteit is een mythe, wetenschappers kunnen de boom in en de grootste vervuilers blijven thuis, lekker de aarde uitputten. De Panamese hoofdonderhandelaar concludeerde: ‘The developed world wants the planet to burn.’ Daar was geen woord Spaans bij.
Uiteindelijk kwam er alsnog een akkoord, van het waterigste soort. Vol vage afspraken, zoethoudertjes en gulden middenwegen. Boel getraineerd, illusie van vooruitgang gewekt en door. De hoop balde zich samen in de woorden ‘ten minste’, die vóór het damage controlbedrag van 300 miljard dollar in het akkoord werden opgenomen.
Op een vergelijkbare manier sprak premier Schoof dinsdag tijdens het kindervragenuur over klimaatbeleid. Hij had hoop. Hij hoopte dat, als de kinderen net zo oud zouden zijn als hij, het dan nog ‘gewoon goed was’: ‘Dat de zon schijnt als de zon moet schijnen en dat het regent als het moet regenen en dat het waait als het moet waaien, en niet andersom.’ De kinderen vroegen nog wat verder door, maar tevergeefs: de premier was al te zeer verdwaald in een woud van zelfgebakken zinnen die in al hun eenvoud toch volkomen onbegrijpelijk waren.
Op deze infantiele toon, die van vertederde afpoeiering, worden niet alleen kinderen en vertegenwoordigers van arme landen toegesproken, maar iederéén: in een interview in De Groene Amsterdammer vergeleek klimaatactivist Camille de Étienne het met een slechtnieuwsgesprek bij de dokter – daar hoor je ook liever de ongezouten waarheid dan vage algemeenheden. Maar nee: ‘Het moet wel leuk blijven, positief, optimisme, lichtpuntjes, er is al zoveel slecht nieuws.’
Dinsdagavond ontving schrijver Amitav Ghosh, die veel heeft gepubliceerd over hoe de klimaatramp onze verbeelding te boven gaat, de Erasmusprijs. Ghosh spreekt niet van hoop als het gaat om klimaat. Hij heeft het liever over duty, over de dure plicht die zich aan hoop niet veel gelegen zou moeten laten liggen.
Het slechte nieuws is: er is weinig hoop.
Het andere nieuws is: het gaat om iets anders. Om boos te kunnen blijven worden, om bang te durven zijn en om je niet te laten afschepen door vage kletspraat van machthebbers die doelbewuste desinteresse verkopen als ‘hoop’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant