Een groot deel van de Oekraïners wil de komende jaren in Nederland blijven, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Ook als Oekraïne in de toekomst weer veilig is, twijfelen velen of ze terug willen.
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over asiel, migratie en polarisatie.
De Oekraïense ontheemden zijn ‘sterk gericht op Nederland’, concluderen de onderzoekers in het rapport Tijdelijk thuis?, dat vandaag verschijnt. De meeste Oekraïners werken en willen graag de taal beter leren. Ook verlangen ze naar meer contact met Nederlanders en naar zelfstandige woonruimte.
Het WODC, een onafhankelijk kennisinstituut dat onder het ministerie van Justitie en Veiligheid valt, waarschuwt tegelijkertijd voor de ‘precaire positie’ waarin velen van hen hier verkeren. Zeker als hun aanwezigheid langer gaat duren.
Van de 115 duizend Oekraïners die hier sinds 2022 naartoe zijn gevlucht, is bijna driekwart van plan nog zeker twee jaar te blijven. Als de gevaren van de oorlog na die tijd geweken zijn, kiest 20 procent van deze groep ervoor om terug te keren. De helft twijfelt nog, 30 procent zou sowieso langer in Nederland willen blijven. Mensen die nog een partner in Oekraïne hebben, hopen die dan te laten overkomen.
Niet duidelijk is of langer verblijf is toegestaan. De Oekraïense ontheemden vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), die in de hele EU recht op opvang en medische zorg geeft. In 2026 loopt deze regeling af, waarna mogelijk verlenging volgt, afhankelijk van het verloop van de oorlog.
Doordat Oekraïners onder de RTB vallen, hebben ze een andere positie dan asielzoekers en statushouders. Zo mogen ze, in tegenstelling tot asielzoekers, direct na aankomst werken. Tegelijkertijd is hun verblijf nadrukkelijk tijdelijk. Waar statushouders, die erkend vluchteling zijn, na vijf jaar een permanente verblijfsvergunning krijgen, is er voor Oekraïners nog geen langetermijnperspectief.
‘Het beeld is dat het goed gaat met Oekraïners in Nederland’, zegt WODC-onderzoeker Sanne Noyon. ‘En deels klopt dat ook: de groep heeft een bijzonder hoge arbeidsparticipatie van 61 procent. Toch moeten we ons niet blindstaren op de goede berichten, want het is ook een kwetsbare groep.’
Zo heeft het merendeel een tijdelijk contract en bijna een op de vier alleen een nulurencontract. Hoewel de Oekraïense vluchtelingen veelal hoogopgeleid zijn, werkt de helft op het laagste beroepsniveau. ‘Voor de mensen zelf is dat lastig, want die hebben het gevoel dat ze meer kunnen’, zegt Noyon. ‘Maar ook voor de Nederlandse economie is het een gemiste kans dat er zoveel onbenut potentieel is.’
Het tijdelijke karakter van het verblijf kan werkgevers ervan weerhouden te investeren in Oekraïners. Ook op andere manieren vormt het ontbreken van een langetermijnperspectief een rem op hun integratie. Zo komen ze, in tegenstelling tot statushouders, niet in aanmerking voor een inburgeringscursus. De beheersing van het Nederlands blijft achter. Dat komt ook doordat ze wonen in opvanglocaties met alleen Oekraïners. Daar zitten ze vast: ze hebben geen recht op een sociale huurwoning en kunnen huurhuizen in de private sector vaak niet betalen. Slechts 10 procent heeft zelfstandige woonruimte.
‘In 2022 is er in korte tijd van alles opgezet voor deze groep’, zegt WODC-onderzoeker Sanne Noyon. ‘Opvang, gezondheidszorg, toegang tot onderwijs en werk. Die hele operatie is goed verlopen. Nu de oorlog langer duurt – inmiddels al meer dan duizend dagen – moeten we ons wel afvragen: is deze situatie op lange termijn houdbaar?’
De tijdelijkheid maakt het voor Oekraïeners lastig om iets op te bouwen, concludeert de onderzoeker. ‘Terwijl we weten van groepen uit het verleden – vluchtelingen uit de oorlog in voormalig Joegoslavië bijvoorbeeld, of gastarbeiders – dat ze uiteindelijk toch vaak blijven.’
Of het kabinet Schoof oren heeft naar het bieden van langetermijnperspectief is de vraag. Vooral voor PVV en BBB ligt dat vermoedelijk gevoelig. Zo opperde Mona Keijzer, destijds Kamerlid voor BBB en nu minister van wonen, begin dit jaar dat de vluchtelingen nu al terug zouden kunnen keren. ‘In het westen van Oekraïne is de situatie naar mijn smaak redelijk stabiel’, zei ze. PVV-leider Geert Wilders noemde Nederland ‘de dorpsgek van Europa’, vanwege de voorzieningen die Oekraïners hier worden geboden.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant